Het roer kan nog zesmaal om, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb er al één gelezen, zie Heren van de thee en hier is de volgende.

Het roer kan nog zesmaal om

Dit boek bevat de voorlopige herinneringen van de schrijver Maarten ’t Hart. Hij beschrijft zijn jeugd, zijn studentenjaren, en zijn carrière als auteur. Omschreven op de flaptekst als “met de warmte en vrolijkheid die herinneringen bij hem opwekken, maar tevens met een behoorlijke dosis venijn.”

Waar gaat het over

Het roer kan nog zesmaal omHet boek is in 1984 verschenen. De schrijver is in 1944 geboren. Op veertigjarige leeftijd beschrijft hij zijn herinneringen. Okee. Gestructureerd is het, daar kan menig schrijver nog wat van leren. Elk hoofdstuk behandelt een onderdeel van zijn leven tot dan toe. Zijn jeugd komt ter sprake, een jeugd waarin de godsdienst een grote rol speelde. Dezelfde godsdienst die hij jaren later opzij zette, in het najaar van 1965 verloor hij zijn laatste restje geloof (p. 192). Een citaat uit het boek:

Een kind voedt zichzelf op, zeker zo’n koppige, eigenwijze eenling als ik er één was, die alles zelf lezen en ondervinden wilde. Wat men al die dominees die in mijn jeugd voorbij trokken hoogstens kan verwijten is dat zij mij zoveel bruikbaar materiaal voor al mijn  kinderangsten, ja die angsten zo gretig voedden met hun vaak bizarre bijbelse voorstellingen. (p. 217)

Leeservaring

Was het wat Ali? Ja, best wel. Het boek staat al jaren in mijn kast, maar ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik het ooit gelezen heb. Wellicht omdat het makkelijk leest en er niet iets opzienbarends in voorkomt. Hij is naïef en laat dat wel heel erg duidelijk naar voren komen. En het is pedant, hij is heel erg overtuigd van zijn eigen gelijk en vindt zichzelf geweldig. En dat is wellicht wat me tegenstaat in het boek, gecombineerd met dat venijn van ’t Hart. Over de schrijver J.M.A. (Maarten) Biesheuvel zegt hij dat het nooit wat kan worden met zijn schrijverschap. Biesheuvel kreeg tot verdriet van ’t Hart fantastische recensies voor zijn debuut, de verhalenbundel In de bovenkooi terwijl Stenen voor een ransuil niet zulke mooie recensies haalde. Het is niet aardig, wat hij zelf ook zegt. En het roer kan nog zesmaal om? Ja, dat zou kunnen, maar is niet gebeurd, getuige het vervolg op zijn biografie Dienstreizen van een thuisblijver. Daarin wordt verteld dat er in feite weinig is gebeurd behalve dan dat zijn werk vooral in Duitsland grote opgang heeft gemaakt.

Over Maarten ’t Hart

Maarten ’t Hart is geboren in Maassluis in 1944. Hij studeerde biologie in Leiden, deed daar ook zijn promotie en werkte als etholoog. Hij debuteerde in 1971 onder de naam Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Een belangrijk thema in zijn werk is zijn Calvinistische jeugd en de afstand die hij daarvan neemt. Ook de natuur en de muziek nemen een belangrijke plaats in. Hij brak door met de roman Een vlucht regenwulpen, dit werk is ook verfilmd met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. Hij kreeg in 1975 voor Het vrome volk de Multatuliprijs. In 1994 kreeg hij de Gouden Strop voor Het woeden van de gehele wereld. In 2003 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maarten ’t Hart – Het roer kan nog zesmaal om. – Amsterdam: Arbeiderspers, 1984. – Privé Domein; 100

Heren van de thee, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. De bedoeling is een klassiek boek van bijvoorbeeld een Nederlandse of Vlaamse auteur te lezen. Natuurlijk mogen ook klassiekers uit andere landen gelezen worden, maar aangezien ik weinig Nederlands lees is dit voor mij eigenlijk veel leuker.

Heren van de thee

Mijn klassieker is er eentje die al een aantal jaren in de kast staat en ik – zo te zien aan het eigendomsstempel – uit de boekenkast van mijn vader heb meegenomen. Oeroeg van Hella Haasse heb ik jaren geleden al gelezen. Deze Heren van de thee nog steeds niet.

Samenvatting

heren van de theeIn 1871 vertrok de jonge Rudolf Kerkhoven naar Indië, waarheen in de loop der jaren al vele leden van zijn familie hem waren voorgegaan. Heren van de thee is de geschiedenis van het echtpaar Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop, en van hun gezinsleven op de afgelegen theeonderneming Gamboeng in de Preanger. Heren van de thee is niét de geschiedenis van ontwikkelingen in de koloniale politiek van 1870 tot 1907, maar van mensen wier karakter, lotgevallen en onderlinge verhouding door die ontwikkelingen werden bepaald. Met goedvinden van hun nakomelingen zijn gegevens uit de familie-archieven door Hella S. Haasse in romanvorm verwerkt.

Waar gaat het over?

Aan het begin van het boek maken we kennis met Rudolf die in Delft studeert, terwijl een deel van zijn familie in Nederlands-Indië woont. Rudolf komt naar voren als een man die onzeker is vanaf zijn jeugd. Hij durft niet te vragen of zijn ouders werkelijk willen dat hij komt. Ook uit andere dingen blijkt dat hij niet zeker is van zichzelf en vindt dat zijn jongere broers voor getrokken worden. Hij maakt een moderne indruk, zeker in zijn jeugd waarin hij inziet dat de wereld verandert, maar wordt in de loop van jaren conservatiever. Eenmaal in Nederlands-Indië maakt hij kennis met de vele familieleden die er al zijn. Zijn ouders wonen op de theeplantage Ardjasaari, overdag in Indië, gedrag en werkzaamheden afgestemd op de onderneming, maar ’s avonds in een Europees aangekleed huis. Ook Rudolf blijft Europese trekken houden, zijn leven lang behoudt hij een afkeer van Indisch gekruid eten. In 1873 krijgt hij de koffieplantage Gamboeng in erfpacht, met financiële steun van zijn familie. Deze plantage wil hij voor thee gebruiken. Hij ontmoet Jenny Roosegaarde Bisschop bij zijn zuster Cateau, ze is dan 17. In 1878 trouwen ze, hun eerste kind Rudolf wordt in 1879 geboren, ze krijgen vijf kinderen in totaal. Het eerste gedeelte van hun huwelijk is hard werken, de plantage moet ontwikkeld worden. Pas later krijgen ze het wat beter als er een tweede plantage bij komt en de thee hier met grote winst verkocht kan worden. Uit alles blijkt dat Rudolf zich wil bewijzen tegenover zijn familie. Het gaat niet goed met Jenny die verbitterd raakt door het harde leven op de afgelegen theeplantage waar succes en rijkdom lang op zich laat wachten. Ze klaagt in een brief aan haar schoonzus dat ze niet gelukkig is. Ze houdt van haar kinderen maar beleeft geen geluk aan het huwelijksleven. In 1907 overlijdt ze, tragischerwijs geholpen door gif. Rudolf vraagt zich aan het einde van zijn leven af wat zijn geldingsdrang eigenlijk heeft opgeleverd, iets wat Jenny hem vaak in drift voor de voeten heeft gegooid.

Leeservaring

Het boek is apart, ontstaan uit een familiegeschiedenis beschreven uit het archief van de familie, bestaande uit dagboeken, brieven en geschriften. Hella Haasse heeft hier een bewuste keuze uit gemaakt. Het verhaal en de levens van Rudolf en Jenny zijn geromantiseerd en het eerste gedeelte is een verhaal. In het tweede gedeelte van het boek worden meerdere brieven geciteerd die een beeld geven van de voortdurende discussies over de theeplantages. De familie heeft daar een financiële bijdrage aan geleverd, maar over de vergoeding daarvan verschillen de meningen. Het boek geeft een duidelijk beeld van het leven in de kolonie aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Je ziet veel personeel in en om het huis. Wat mij opviel was dat de Nederlanders duidelijk afhankelijk waren van de inlandse bevolking onder andere door de slechte taalkennis. De vader van Rudolf bijvoorbeeld kent alleen Maleis, geen Soendaas, Rudolf spreekt deze taal wel. In ieder gezin worden de kinderen eerst thuis onderwezen en gaan vervolgens naar Nederland terug voor middelbaar onderwijs. Haasse heeft een voor mij typische stijl die me ook opviel in Oeroeg. Dat was voor mij rust en beschrijving, je hoort bij wijze van spreken het ruisen van de bomen. Ik vind Heren van de thee een mooie ervaring. Het maakt mij nieuwsgierig naar andere boeken van Hella Haasse

Hella Haasse

Hella Haasse (1918-2011) is vooral bekend geworden door Oeroeg, dat als boekenweekgeschenk verscheen in 1948, de historische roman Woud der verwachting, dat in 1949 verscheen en deze Heren van de thee. In haar lange schrijfcarrière heeft ze drie maal het boekenweekgeschenk geschreven. Toneelstukken zitten ook in haar oeuvre. Mijn toneelgroep heeft jaren geleden Een draad in het donker gespeeld. In 1983 is haar de P.C. Hooftprijs toegekend en in 2003 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Hella S. Haasse – Heren van de thee. – Amsterdam: Querido, 1994, 28ste dr.

Theater in romans: Hollywood Baby Affair

Anna DePaloHollywood actrice Chiara Feran moet haar reputatie beschermen onder andere tegen haar gokverslaafde vader en een stalker. Entree Rick Serenghetti, stuntman in de film waar ze op dat ogenblik in acteert. Rick wordt haar bodyguard en haar nep-vriendje. Wat ze niet weet is dat Rick stinkend rijk is en een deel van de film heeft gefinancierd. So far, so good, maar we hebben het over een boeketreeksje. En niet meer die dingen van dertig jaar geleden waar man en vrouw wel mochten zoenen, maar geen seks hadden. Dat gedeelte wordt ruimschoots goed gemaakt in dit heerlijk weglezende niemendalletje waarin natuurlijk alles goedkomt met Chiara’s vader en de stalker wordt opgesloten. De beide nep gelieven worden natuurlijk stapel verliefd op elkaar, gaan uit elkaar door een misverstand, want ook dat hoort er nog bij, maar komen natuurlijk weer bij elkaar als Chiara zwanger blijkt te zijn.

Boeketreeksjes

Ik heb ze verslonden in mijn jeugd, die boeketreeksjes. Heerlijk vond ik het. Makkelijk om te lezen, leuke tussendoortjes en een beetje wegdromen mag. Die boekjes waren allemaal in dezelfde structuur geschreven. Man en vrouw komen elkaar tegen, mogen elkaar niet, maar kussen binnen twee hoofdstukken, krijgen slaande ruzie in hoofdstuk 6 en in het laatste hoofdstuk krijgen ze elkaar. Het meest sensuele wat er 30 jaar geleden in voorkwam was een zoen, de rest moest je er maar bij denken. De boekjes van tegenwoordig kennen wel seks, en mannen en vrouwen waar de stoom van afkomt en vaak ook baby’s voor het boek uit is. Een overblijfsel uit die oude boekjes: de mannen zijn vaak stinkend rijk, de vrouwen zijn zonder uitzondering knap. Die ene die ik een tijdje geleden las, waarin een soort plain Jane voorkwam: uitzondering. En bovendien werd plain Jane een prachtige mooie zwaan. Deze boeketreeks is in ieder geval een luchtige aanvulling op mijn theater in romans lijst.

Anna DePalo – Hollywood Baby Affair. – Harlequin Desire, 2017.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Theater in romans: Vinegar Girl

Vinegar Girl is een navertelling van een toneelstuk van William Shakespeare, namelijk The Taming of the Shrew. Het is er één van een serie en dit is de tweede die ik heb gelezen.

Het verhaal

vinegar girlKate Battista werkt als een klasse-assistent op een kleuterschool. De kinderen zijn dol op haar, de ouders minder omdat ze nogal eens raak en vooral eerlijk haar mening geeft. Ze is na een jaar van de universiteit gegaan omdat ze een meningsverschil met een professor kreeg. Sindsdien zorgt ze voor het huis, haar vader en haar veel jongere zusje. Haar vader is het prototype van een verwarde geleerde. Hij is na jaren onderzoek bijna bij een doorbraak en dan moet zijn assistent plotseling het land uit. Pyotr komt uit een niet nader genoemd Oost-Europees land en heeft een werkvisum voor drie jaar die bijna om zijn. Vader Battista heeft de oplossing, hij wil zijn dochter laten trouwen met Pyotr zodat hij een verblijfsvergunning krijgt. Kate is eerst woedend maar laat zich ompraten. En het leven verandert compleet. Het is de laatste jaren voor haar ongeveer ongemerkt voorbij gegaan en nu lijkt het of ze er ineens toe doet.

“It seemed they viewed her differently now. She had status. She mattered. All at once they were interested in what she had to say. She hadn’t fully understood that before this, she hadn’t mattered, and she felt indignant but also, against all logic, gratified. And also fraudulent. It was confusing.”

Conclusie

Leuk, pakkend, leest als een trein. Het is het eerste boek van Anne Tyler dat ik heb gelezen, dus vergelijkingsmateriaal heb ik niet, maar dit is goed. Ik heb het boek vier sterren gegeven op Goodreads. Het is luchtig, volledig in de sfeer van The Taming of the Shrew, maar Kate is niet echt een shrew. Ze is eerlijk, recht voor zijn raap, maar geen heks. Pyotr is amusant met zijn vreemde taalgebruik. Het verhaal van het huwelijk is ronduit hilarisch. En voor alle Shakespeare liefhebbers, wees gerust, want de beroemde tekst Kiss me Kate, komt ook hier in voor.

Anne Tyler – Vinegar Girl. – London: Hogarth Shakespeare, 2016.

Arendsoog en Witte Veder van J. Nowee (boekbespreking)

Ik was er gek op in mijn jeugd en heb ze volgens mij ook vrijwel allemaal gelezen. En ik kwam ze weer tegen, de Arendsoog boeken en heb de eerste twee weer gelezen.

De boeken

arendsoog Het eerste deel van de serie, Arendsoog is door Jan Nowee geschreven in 1935, omdat hij ontdekte dat er behoefte was aan boeken over het Wilde Westen. Het verhaal gaat over Bob Stanhope, een jongeman in Arizona die op een ranch woont met zijn moeder en zijn zus. Zijn vader is gestorven bij een overval op de ranch, en dat zorgt ervoor dat hij zijn leven gaat wijden aan de bestrijding van misdaad. Hij wordt gesteund door zijn vriend Witte Veder, een jonge indiaan, de hoofdpersoon uit het volgende deel, Witte Veder. witte vederDe boeken, alle 63, 64 of 65 –  mijn bronnen verschillen van mening – zijn een soort detectives die in het Wilde Westen spelen. Het gaat meestal om een zaak die de politie niet opgelost krijgt, waarna Arendsoog het overneemt en met zijn vriend Witte Veder de zaak oplost. Jan Nowee begon in 1935 met het schrijven van de boeken, maar overleed plotseling in 1958 toen hij bezig was met het twintigste boek. Zijn zoon Paul Nowee maakte dat boek af en ging verder met de serie. Het wonderlijke ervan is dat de boeken een uitgesproken Amerikaans karakter hebben en geen van beide schrijvers ooit in Amerika is geweest. Sterker nog, ik kreeg als kind de indruk dat de boeken vertaald waren uit het Engels.

Wat vind ik ervan?

Ik denk dat ik tussen de 10 en 15 was toen ik ze las en ik heb toen blijkbaar vrolijk over alle doden heen gelezen, want er vallen er wel wat. In elk boek komen gevechten voor, ontvoeringen, veediefstallen. Ik kan me wel voorstellen dat ik ze toen spannend vond. Het kromme taaltje van Witte Veder heb ik met verbazing en een tikkeltje ergernis zitten lezen. En wat ik helemaal was vergeten is het christelijke karakter van de boeken. Jan Nowee was katholiek en de katholieke kerk speelde een grote rol in de boeken. Pater Boyle was in de eerste twee boeken de pater van de familie en speelde een belangrijke rol in de kerstening van de indianen. Ik merkte wel dat ik de boeken anders las. Vroeger las ik alles wat los en vast zat en daardoor ben ik wel wat dingen vergeten uit deze boeken. Maar het was nog steeds spannend. Deze twee kwam ik toevallig tegen in een mini-bibliotheek, maar ik ga de rest niet zoeken. Het is wel goed na twee delen.

Arendsoog / J. Nowee. 29ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.
Witte Veder / J. Nowee. 27ste dr. ‘s-Hertogenbosch: Malmberg.

Lampje van Annet Schaap (boekbespreking)

Ik houd niet van hypes, nooit gedaan. Als een boek massaal aangeprezen werd, liep ik er hard langs. Dit maal niet. Lampje van Annet Schaap werd op Goodreads massaal aangeprezen en kreeg van de ene na de andere lezer vijf sterren. Ook van mensen die ik ken als kritische lezers. En dat voor een kinderboek. Zaterdag was ik in de boekwinkel op zoek naar een ander boek, dat had ik gevonden en ik liep naar de kassa. En daar lag Lampje en ze was aan het roepen dat ze meegenomen wilde worden. Ik heb geluisterd en heb er geen spijt van.

Het verhaal

lampjeHet is een verhaal over de zee. Lampje, de dochter van de vuurtorenwachter beklimt elke avond eenenzestig treden om het licht aan te steken. Op een stormachtige avond blijkt dat de lucifers op zijn en moet ze het dorp in om nieuwe te halen. Het gaat mis, en een schip lijdt schipbreuk. Als gevolg daarvan moet Lampje weg bij haar vader en ze gaat naar het Zwarte Huis van de admiraal, waarvan ze zeggen dat er een monster woont. Lampje krijgt te maken met mensen zoals juffrouw Amalia die wel zeggen dat ze het beste met haar voor hebben, maar dat is niet zo. Lampje vindt uit hoe dat zit met het monster en er gebeurt nog veel meer.

Waarom is het nou zo mooi?

Soms begin je aan een boek en wil je gewoon in één ruk door met lezen, zelfs is het ’s avonds laat en weet je dat de wekker de volgende ochtend weer vroeg gaat. Vanaf de eerste bladzij was het heerlijk om te lezen en vond ik de hoofdpersonen leuk en sympathiek. Lampje is mijn nieuwe BFF, ik kan er niet anders van maken. De mengeling van kinderverhaal en sprookje maakt het voor mij aantrekkelijk. Het gaat over piraten, zeemeerminnen, gemene juffen, admiraals die beter zouden moeten weten. Over vreugde en verdriet, vriendschap, verloren ouders en moedig zijn. Vanaf het begin maak ik sympathieke geluiden voor Lampje als er iets gebeurt wat niet zou moeten gebeuren. Ze is dapper, het lijkt niet zo voor een klein meisje, maar ze is het wel. Ze schopt kont om het maar zo te zeggen. Ik ben van mezelf, is iets wat ze vaak zegt. Iets dat ze van haar moeder heeft geleerd en ieder kind van zijn of haar moeder zou moeten leren. Het verhaal is wat puzzelen door alle verwikkelingen rond Lampje, haar ouders en Vis en zijn ouders, maar alle puzzelstukjes vallen op zijn plek in dit verhaal. Annet Schaap is begonnen als illustratrice van jeugdboeken en dat zie je aan de prachtige tekeningen in het boek. Alleen al daarom moet je gewoon die hardcover kopen en geen e-book. Tussen Lampje en haar vader komt het goed: Soms, als je iets een hele tijd zo vreselijk graag wilde en je krijgt het eindelijk, is er een soort stilte waarin niemand weet wat ie moet doen.

Lampje, Annet Schaap. Amsterdam: Querido’s Kinderboekenuitgeverij, 2017.

Sabotage in drie delen (boekbespreking)

Ik ben dol op science fiction en toen ik in de little free library bij mij in de buurt drie boeken van Murray Leinster tegenkwam, nam ik ze meteen mee. Het was namelijk een complete trilogie, Sabotage 1: ruimteplatform, Sabotage 2: pendeldienst en Sabotage 3, ruimtestation.

Murray Leinster

Murray Leinster was een pseudoniem van William Fitzgerald Jenkins, een Amerikaanse schrijver van science fiction en alternatieve geschiedenis. Hij schreef meer dan 1500 korte verhalen en artikelen, veertien filmscripts en honderden radio- en televisiescripts. In 1956 won hij een Hugo award voor zijn novelle Exploration Team. Deze trilogie stamt uit de jaren vijftig. Deel 1 en deel 2 zijn in 1953 gepubliceerd, deel 3 in 1957. Deze Nederlandse vertaling is in de jaren zeventig gepubliceerd.

Drie keer sabotage

ruimteplatform De Nederlandse uitgever heeft er voor gekozen om Sabotage in de titel op te nemen en daar draait het ook wel om. Deel 1 start met de vliegreis van Joe Kenmore, een ingenieur die gyroscopen heeft gemaakt voor “het belangrijkste voorwerp dat er op aarde werd gebouwd”. Dat voorwerp blijkt een ruimtestation te wezen, maar voordat het station in de ruimte hangt zijn we wel een paar sabotagepogingen verder. En daarmee is het niet afgelopen. In deel 2 redt Joe met zijn vrienden het ruimtestation als het in de lucht hangt. In deel 3 is er een station op de maan gevestigd en redt hij dat station. Hij heeft het er maar druk mee.

Jaren vijftig

pendeldienstIk was nieuwsgierig geworden omdat de boeken zo lang geleden geschreven zijn. Overleeft 65 jaar oude science fiction de huidige wetenschap? Van wetenschap weet ik te weinig om dat te beoordelen, maar van ruimtevaart weet ik wel iets dank zij een jeugdige fascinatie met de ruimte. De ruimtereizen en het omgaan met de ruimte zijn aardig authentiek, voor zover ik kan nagaan. Wat het leuk en gedateerd maakt is de inrichting van het ruimtestation, natuurlijk gedaan door een vrouw. De geliefde van Joe, Sally, heeft de hele inrichting ontworpen met een complete keuken waar de ruimtevaarders mogen koken, bedden met een ronde opblaasbare matras en ook asbakken. Tegenwoordig weten we wel anders natuurlijk. En wat het ook leuk maakt, de beschrijving van de tv-shows die vanuit het maanstation worden uitgezonden, inclusief verwende vrouwelijke presentator. Maar de sabotagepogingen bijvoorbeeld worden ongeloofwaardig op het moment dat beschreven wordt dat de koepel van het maanstation eenvoudig opengesneden kan worden met een mesje. Kom, geen ondoordringbare kunststof? Dat was nou niet bepaald spannend.

Motivatie

maanstationBij science fiction vind je die nieuwsgierigheid van de mens, wat is er achter de volgende berg? En in deze boeken, ergens in de Koude Oorlog tijd spelende, is dat hetzelfde. Het ruimtestation, ontwikkeld om verder te gaan in het onderzoek met atoomenergie dat te gevaarlijk wordt geacht om op aarde te doen. Al in die tijd is men zich ervan bewust dat de voorraden kolen en olie beperkt zijn en dat er andere bronnen van energie moeten komen. En die komen er ook in deze boeken, genoeg voor een reis naar Mars, waarvan we in 2018 weten dat het nog steeds toekomstmuziek is.

Was het wat?

Laat ik voorop stellen dat ik de boeken met best wel wat plezier gelezen heb, maar het waren absoluut geen meesterwerken. Het kan aan de vertaling liggen, maar “woedend” was de enige mogelijke emotie. De personages waren op zijn best van bordkarton. De romance tussen Joe en Sally was lief, maar in drie boeken zijn er drie kussen uitgedeeld. De eeuwige liefde zag ik niet tussen die twee. De vrienden van Joe zijn cliché’s, hoewel het dan wel weer opvallend is dat één van die vrienden een dwerg is. En wat in alle boeken volslagen onduidelijk is, wie die vijanden dan wel zijn die zoveel moeite doen om het ruimtestation en het maanstation te saboteren.

Murray Leinster, Space Platform, Space Tug, City on the Moon. – 1953-1957.
Nederlandse vertaling, Haren: Luitingh, 1972

Goodreads: wat wil ik lezen in 2018

goodreadsVers begin van het nieuwe jaar: mijn Reading Challenge op Goodreads instellen. En die heb ik dit jaar op 40 gezet. In 2017 had ik mijn Challenge op 30 boeken gezet. Dat heb ik ruim gehaald door 68 boeken te lezen en ik ben het hele spectrum ook langs gegaan zie ik aan mijn lijst. Geloof me, het is aan ziekte te wijten dat het aantal boeketreeksjes op een bovengemiddeld aantal staat. Dat soort boekjes zijn makkelijk te lezen als je hersens niet volop werken.

Wat wil ik lezen?

De stapel ongelezen boeken rijst nog steeds de pan uit. En het enige wat ik eraan kan doen is te lezen. Het helpt niet dat het deels op de e-reader staat, en deels in papier is. Maar een paar titels wil ik eigenlijk wel heel graag lezen dit jaar. En daar komt ook non-fictie bij, want vorig jaar heb ik welgeteld één non-fictie titel gelezen. En Goodreads is ook heel goed om een lezer erop te wijzen hoelang ondergetekende al bezig is in meerdere boeken, dus daar gaat ook opruiming in komen dit jaar.

Ik ga fictie

  • Diana Gabaldon, Written in my own Heart’s Blood, het laatste deel van een eerst vijfdelige, vervolgens zesdelige en nu achtdelige serie. De rest heb ik al zolang geleden gelezen dat ik eigenlijk overnieuw zou moeten beginnen, maar daar wil ik nog even niet over nadenken.
  • De Hogarth Shakespeare serie: The Gap of Time, Shylock is my Name, Vinegar Girl, New Boy. Hervertellingen van toneelstukken van de beroemde schrijver en als dusdanig uitstekend passend in mijn ‘theater in romans‘ serie. Er komen nog meer boeken in deze serie.
  • Wat op mijn pad komt: nieuwe boeken, de nieuwste Scott Lynch bijvoorbeeld als The Thorn of Emberlain ooit uitkomt. De nieuwe Eileen Wilks, Dragon Blood, die tot mijn grote vreugde net verschenen is en ik nu ook besteld heb.

Ik ga politiek

  • Femke Halsema, Pluche, buitengewoon sympathieke politica, maar is al een tijdje uit de kamer. Haar boek schijnt wel heel leuk te zijn en heb ik al een tijdje liggen.
  • David Remnick, The Bridge, the Life and Rise of Barack Obama. Het is al bijna een jaar geleden dat kleuter Trump in het Witte Huis terecht kwam, dit boek is in 2010 gepubliceerd. Wordt hoog tijd.
  • Hillary Clinton, What Happened. Ik vind het wel knap dat je een boek over verliezen kan schrijven en dat is dus precies wat Hillary heeft gedaan.

Ik ga Koninklijk Huis

  • Juliana: vorstin in een mannenwereld, van Jolande Withuis, staat – oh schande – al vanaf december 2016 in mijn ‘currently reading’ lijst en ik lees van alles, behalve dit boek.
  • Juliana en Bernhard: het verhaal van een huwelijk, de jaren 1936-1956, van Cees Fasseur. Het zijn nou juist de smakelijkste jaren naar mijn idee, maar sinds december 2013 ben ik er dus nog niet in gevorderd.
  • Eigenlijk wil ik ook één van de konings-biografieën lezen, dat wordt dus Willem I.

Een ambitieus programma voor dit jaar, maar we zien het wel. Het kan heel anders lopen. Wellicht zet ik het hele zootje in mijn zomerleeslijst en heb ik tegen die tijd heel andere boeken gelezen. Wil je meedoen? Ga naar Goodreads, zoek me op en voeg me toe als vriend. Dan kunnen we elkaar uitdagen in de Reading Challenge.

Vijf jaar #50books

In 2013 begon ik ermee, #50books. Vragen over boeken die je op je eigen manier kon beantwoorden, een initiatief van Peter, die het stokje overdroeg aan Martha. In 2015 nam hij het weer over. In 2016 stelde Hendrik-Jan de vragen en in 2017 nam Martha het weer over. Het was een heel leuke manier om na te denken over wat boeken met me doen en wat lezen voor me betekent. Ook was het een uitstekende manier om andere boekbloggers te leren kennen. Maar dit jaar heeft Martha de laatste vraag gesteld en dan is het natuurlijk leuk om terug te blikken. Wie ze allemaal terug wil lezen: Martha heeft een lijst met alle vragen op haar site.

Mijn favorieten

  • Vraag 8 uit 2014: van welk boek moest ik huilen. Een favoriet van me, Schoolidyllen van Top Naeff, waarin de hoofdpersoon Jet overlijdt. Zorgt voor huilmomenten elke keer als ik het boek lees.
  • Bookshelfie: vraag 2 uit 2016, ik moet zeggen, het is voornamelijk een favoriet omdat ik de foto leuk blijf vinden, ik heb mezelf onthoofd in deze bookshelfie samen met boekenkast. Maar de beschrijving van mijn boekenkast is ook nog de moeite waard.
  • Boekenblogger, blijft een leuke vraag, deze uit 2016, waarin ik vertel waarom ik over boeken blog.
  • Lolly Daskal gaf me nieuwe inzichten over lezen, in deze vraag uit 2016.
  • Boeken voor mijn vader en mijn moeder. Vragen uit 2016 en 2017 waar ik mooie herinneringen aan heb.
  • Jet uit Schoolidyllen was ook de hoofdpersoon in de laatste vraag van 2017, waarin Martha ons vroeg een brief te schrijven aan een hoofdpersoon uit een boek. Het boek heb ik er nog een keer voor gelezen en jawel, ik zat weer te snotteren. Mijn brief was aan Jet.

Statistieken

In 2013 heb ik zes vragen beantwoord, in 2014 waren het er vier. In 2015 waren het er meer, namelijk twaalf. In 2016 kwam ik op dreef, want ik heb veertig vragen beantwoord. En in 2017 waren het er tweeënveertig. Honderdvier totaal. Het heet #50books en zoveel vragen werden er meestal gesteld, maar in 2014 waren het er 52 en in 2015 49. Ik heb niet alle vragen beantwoord want soms kwam ik er gewoon niet aan toe en soms kon ik gewoon geen antwoord verzinnen. Rest mij alle vragenstellers, Peter, Martha en Hendrik-Jan heel hartelijk te bedanken, want ik heb dit toch altijd wel altijd heel leuk gevonden.

Brief aan een hoofdpersoon: #50books vraag 50

Vijf jaar #50books en het komt ten einde. Martha stopt na deze serie. Valt er nog wat te vragen? Ja, want ze heeft nog één vraag in petto.

Vraag 50: Schrijf een brief aan de hoofdpersoon in een van de boeken die je hebt gelezen.

Mijn hoofdpersoon

Er is één boek dat diepe indruk op me heeft gemaakt en dat me laat huilen, elke keer als ik het lees en dat is Schoolidyllen van Top Naeff. De eerste keer dat ik het las was ik denk ik zo oud als de hoofdpersoon Jet van Marle. Een tiener in een periode dat een meisje van 15 bakvis werd genoemd.

Lieve Jet
We kennen elkaar niet. Jij bent de hoofdpersoon in een boek dat ik voor het eerst heb gelezen toen ik zo oud was als jij. Ouder dan 17 ben je niet geworden. Dat maakte grote indruk op me. Jij was anders dan ik, brutaal, levendig, altijd je mondje klaar. Mij kon je op die leeftijd meer vergelijken met Jeanne, het Model. Ik durfde niet zoveel.
Het deed me wel nadenken. Wat als, Jet. Wat als jij niet was doodgegaan, als je was blijven leven. Wat als je volwassen had kunnen worden Jet? Je de wereld van deze tijd had kunnen zien? Schoolidyllen is 117 jaar geleden gepubliceerd. Was je een beroemde zangeres geworden, Jet? Had Karel van Laer een rol in jouw leven gespeeld? De rangen en standen die zo duidelijk waren in jouw wereld, zijn vervaagd. Het Indië waar jouw broer Huug gelegerd was, bestaat niet meer als dusdanig. Jouw wereld bestond uit school, een niet zo vriendelijk thuis en de kransjes met je vriendinnen. De wereld is immens geworden onder de invloed van internet, maar tegelijkertijd ook klein. Het is mijn wereld, waar ik met schokken aan gewend ben geraakt, maar was het ook jouw wereld geweest? Dat zullen we nooit weten omdat jouw beeld van de wereld is verstild.
Rust zacht, Jet.

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter. Hij heeft de vragen in 2013 en 2015 gesteld. Martha stelde ze in 2014, Hendrik Jan in 2016. Dit jaar worden de vragen door Martha gesteld. Deze vraag staat hier.