Leuk: #WOT deel 36

“Kom op Ali, dit is leuk”. Ik lag zwetend op de mat in de sportschool toen ik dit zei en probeerde mezelf op mijn armen omhoog te krijgen. Op dat moment vond ik helemaal niets leuk. Ik was al bijna drie kwartier gemarteld door personal trainer Pedro, onder andere met squats die ik morgen nog voel en was niet happy. Pedro moest er vreselijk om lachen trouwens.

Leuk = 1) Aangenaam 2) Aantrekkelijk 3) Aardig 4) Aimabel 5) Allerliefst 6) Amusant 7) Behaaglijk 8) Bekoorlijk 9) Best 10) Charmant 11) Echt 12) Enig 13) Fijn 13) Gaaf 14) Geestig 15) Gezellig 16) Goed.

Leuk

Leuk is subjectief. Ik vind sporten leuk, zeker onder goede begeleiding van een trainer die me wat wil bijbrengen, dus ik ga elke vrijdag me te pletter trainen. Daarna ga ik zwemmen, want dat is ook leuk. Een vriendin van me griezelt als ze mijn vrijdagschema hoort, want haar krijg je met moeite op donderdagavond aan de huisvrouwengym, zoals ze het zelf noemt. Maar ja, bewegen is goed en daarom doet ze het. En dat is het dus. Je kan het woord door zoveel andere woorden vervangen en daarom snap ik Martha wel als ze zegt dat het woord haar stoort. Ik had vanochtend wat anders kunnen zeggen, nuttig, goed, effectief, gaaf, ga zo maar door. Maar in plaats daarvan dat ene woord. Het is me vergeven, moe als ik was op dat moment.

Recensies

leukIk schrijf regelmatig recensies, niet alleen van boeken, ook van toneelvoorstellingen. Het l-woord is de grootste dooddoener als je het over een boek of een toneelspeler hebt. Het mag goed geschreven zijn, een intelligent verhaal hebben, briljante zinnen kunnen uiten, een fantastische tekstinterpretatie hebben, maar is niet leuk. Je wordt creatief met je woorden in recensies. Wat je helemaal moet vermijden zijn andere recensies want dan loop je het risico hun woorden over te nemen en dat is niet… origineel.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik.

Het geheim van mevrouw Grünwald, een boek voor #MSL2018

De Maand van de Surinaamse Literatuur, boekenblogger Jannie vond het een fantastisch thema voor de maand september. Ik was het met haar eens. Vorige maand heb ik een aantal klassiekers gelezen, deze maand ga ik Surinaams.

Het geheim van mevrouw Grünwald

Zomer 1990, Amsterdam Oud-West. Mevrouw Grünwald, een oude Surinaamse vrouw, vertelt de negentienjarige Anna haar levensverhaal. In 1940, meteen na de Duitse inval in Nederland, wordt ze met haar man en haar drie kinderen geïnterneerd in Kamp Copieweg in Suriname. Haar familie heeft om sentimentele redenen nooit afstand gedaan van hun Duitse nationaliteit. Pas in februari 1947 mogen ze het kamp verlaten en gaan ze weer in Paramaribo wonen. Ik had dit boek uitgekozen omdat het voor mij als historicus een totaal onbekend stukje geschiedenis aansneed. Ik heb nooit geweten dat in Suriname Duitsers werden geïnterneerd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nog zo’n onbekend stukje geschiedenis, dat Suriname rijk werd tijdens de oorlog vanwege het bauxiet dat hard nodig was voor de vliegtuigindustrie.

De inhoud

Het geheim van mevrouw GrünwaldHet verhaal wordt grotendeels verteld door mevrouw Grünwald. In 1955 toen ze 63 was, vertrok ze naar Nederland met haar drie jonge kinderen. Dat ze pas in 1955 vertrekt heeft te maken met het geheim uit de de titel. In Nederland wordt ze met de nek aangekeken omdat ze Duitse is, en gediscrimineerd omdat ze Surinaamse is met het bijbehorende accent en de eetgewoonten. Haar kinderen worden gediscrimineerd vanwege hun getinte huid. Mevrouw Grünwald vertelt Anna over haar leven met haar man Fritz, en hun leven in Kamp Copieweg. En dat leven was zeker niet eenvoudig, met hardvochtige bewakers, weinig te eten, volop verveling, ontberingen, vrienden die het niet overleven. Ook openbaart ze haar geheim.

Leeservaring

Is het een fijn verhaal? Nee, hier maak je kennis met kleinzieligheid en kortzichtigheid. Iedereen kent het verhaal van de Amerikanen van Japanse afkomst die opgesloten worden in Amerikaanse concentratiekampen. Dit verhaal is nauwelijks bekend. Mensen die zich Surinamers voelen opsluiten omdat ze toevallig een bepaalde nationaliteit hebben, het is onbegrijpelijk. Vervolgens maken ze in Nederland ook kennis met discriminatie en de gevolgen van de oorlog. Wat het voor mij niet makkelijk maakte was het feit dat ik niet helemaal begreep wat er met Anna en haar familie speelde. Haar grootmoeder, ook een Surinaamse, heeft een band met mevrouw Grünwald. Zij heeft haar niet voor niets naar mevrouw Grünwald gestuurd, maar voor die reden moest je wel behoorlijk tussen de regels doorlezen. Als roman, als verhaal, vond ik dit debuut van Diana Tjin zeer geslaagd en boeiend.

Over Diana Tjin

Diana Tjin (1961) woont in Amsterdam Oud-West met haar man en twee kinderen, en werkt bij de Universiteit van Amsterdam. Het geheim van mevrouw Grünwald is haar debuut.

Het geheim van mevrouw Grünwald, Diana Tjin. – Haarlem: In de Knipscheer, 2017. – ISBN 978-90-6285-954-8

Theater in romans: De beste van alle mogelijke werelden

De beste van alle mogelijke werelden

Dit boek is het verhaal van Aurelia, ze is geboren in 1989, het jaar van de val van de Berlijnse muur en is even oud als de vrije wereld. Drie jaar later vond een familietragedie plaats die zij niet onder ogen wil zien. In plaats daarvan bouwt ze een muur om zichzelf heen en stort ze zich op haar theatercarrière. Juist daar op het toneel komen haar herinneringen weer tot leven. Wat is er precies gebeurd in Berlijn toen ze een klein meisje was?

Leeservaring

de beste van alle mogelijke wereldenLaat ik maar meteen tot de conclusie komen, ik vond het een lastig boek. Het boek wordt verteld uit twee perspectieven, namelijk dat van Aurelia en dat van haar moeder. Haar moeders perspectief is één lang verhaal naar Aurelia, wat is er gebeurd in het verleden? Hoe zijn haar ouders bij elkaar gekomen? Hoe heeft ze het verlies van haar dochter verwerkt? De essentie van het boek is terug te brengen tot Aurelia, haar ouders en Annabella. De rest is bijzaak. Joachim, het verlies van zijn zus. Het hele verhaal hoe haar ouders elkaar hebben leren kennen. Zelfs het toneelstuk. Bijzaak. En daarom was het ook zo lastig. Pulkkinen heeft er enorm veel personen bij gehaald, veel verhalen in één boek samen gelegd, verhalen die er naar mijn idee uit konden.
Dan wat ik niet kon plaatsen. Aurelia die zichzelf in haar jeugd als een jongen ziet, een thema dat verdwijnt in het boek. Het denkbeeldige vriendinnetje uit haar jeugd, Veronika. Ik besefte langzaam dat het Annabella moest zijn. Het feit dat Veronika er nog steeds is in haar volwassenheid, ik zag het als een manier om het verlies van haar zusje te verwerken. En ook de filosofische vraag die zich aandient: was Annabella er wel? En dat door de buurvrouw die niet besefte dat er twee kinderen waren. Gemengde gevoelens dus over een boek dat naar mijn idee wel wat verwikkelingen had mogen verliezen.

Theaterconnectie

Aurelia is actrice en speelt in een toneelstuk met als onderwerp “de laatste dagen van de Berlijnse muur, alles wat er gebeurde en ook dat wat had kunnen gebeuren” (p. 10). En dat alles zonder tekst. Regisseur Joachim wil het stuk laten gebeuren, laten ontstaan uit repetitie-ervaringen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit soort stukken stukken prachtig kunnen worden, maar ook volslagen kunnen mislukken. Deze theaterervaring brengt Aurelia aan het denken, ook over het verleden.

Riikka Pulkkinen

Riikka Pulkkinen, geboren in 1980 in Tampere, Finland, behoort tot de top van de Scandinavische literatuur. Ze debuteerde in 2006 met De grens, een boek dat in 2009 in Nederland verscheen. Deze roman schreef ze met in haar achterhoofd de vraag in welke wereld ze haar kinderen wil opvoeden, het Europa van na de val van de Muur of Europa met een nieuwe muur eromheen?

De beste van alle mogelijke werelden – Riikka Pulkkinen. – Amsterdam: De Arbeiderspers, 2017. ISBN 978-90-295-1451-4

Uitdaging: #WOT deel 35

Heel je leven hangt aan elkaar van uitdagingen, het eerste stapje, de eerste keer op de fiets, de eerste keer in een auto. Als je eenmaal volwassen bent, valt het wel mee met die uitdagingen. Het is een kwestie van je grenzen vaststellen en die kunnen best wel hoog liggen voor een volwassene. Het leven gaat zijn gangetje.

Het leven is een uitdaging

Vier maanden geleden stond mijn leven ineens op zijn kop en was de dag doorkomen al een uitdaging. Mijn wereld werd klein, heel klein tot twee maanden geleden. Toen kreeg ik mijn operatie en werd de wereld weer wat groter. Toen werd het weer een kwestie van uitzoeken waar mijn grenzen lagen. Lange trap op? Tong op mijn schoenen. Sport? Vergeet het maar even. Toen kwamen de eerste keren weer. De eerste keer een rondje lopen, fietsen, winkelen, bakkie doen op mijn werk, werken! uitdagingNaar mijn werk fietsen, heen dus, want ik had een lekke band en de terugweg was per metro en tram. De eerste keer weer sporten met Pedro: een ware uitdaging, ik was helemaal kapot en had mega-spierpijn, het hele weekend. En nu kom ik geleidelijk in zo’n overgangsfase terecht. Ik sta bovenaan een trap zonder te hijgen, ga sporten en ben niet helemaal kapot en het gaat goed. Maar nog steeds: niet rennen.

Verrassing

Aan mijn gewicht heb ik geen enkele aandacht besteed de laatste tijd. Kwam deels omdat ik te horen had gekregen dat ik niet meer mocht afvallen tot de operatie. En dat deed ik niet. Vanochtend stond ik voor het eerst sinds maanden weer op de weegschaal en daar was het, zonder de uitdaging die het altijd was: 77,4 kg.

Uitdaging = 1) Challenge 2) Motiverende prikkel 3) Opvordering tot de strijd 4) Opzettelijk vertoon 5) Provocatie 6) Uitlokking 7) Uittarting.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik.

Leesplannen: theater in romans en #MSL2018

Ik heb leesvaart. Door de vele vrije uren, ik werk nog niet volledig, heb ik veel tijd om te lezen en dus ook aan projecten mee te doen. In augustus heb ik meegedaan aan de Maand van de Klassieker #MKA2018. In september wil ik meedoen aan de Maand van de Surinaamse Literatuur #MSL2018, georganiseerd door boekblogger Jannie.

Theater in romans

Mijn project over theater in romans loopt al vanaf 2006 en is work in progress. Ik ben er nog steeds mee bezig en haal af en toe weer een paar boeken uit de bibliotheek. Nu heb ik een roman van een Finse schrijfster, Riikka Pulkkinen, De beste van alle mogelijke werelden. Daar gaat een bespreking van verschijnen op mijn blog. En ik heb nog een boek liggen van Michele Murgia, De lessen. Dat boek wil ik ook bespreken. Alle boeken die ik overigens heb besproken voor dit project staan op een aparte pagina op mijn blog, Boeken van A tot Z.

Maand van de Surinaamse Literatuur #MSL2018

Waarom wil ik meedoen? Ik lees weinig Nederlands en dat wil ik veranderen. Tevens heb ik nog nooit iets van een Surinaamse auteur gelezen. Hier vind je hoe #MSL2018 werkt. Dit wordt een verbreding van mijn leeshorizon. In de bibliotheek heb ik een aantal boeken uitgezocht die ik wil lezen. Deze titels lijken me interessant.

  • Voor mij ben je hier, dit is een verhalenbundel
  • Tussen Apoera en Oreala, van Clark Accord
  • Over het zoute water, van Henna Goudzand Nahar
  • Het geheim van mevrouw Grünwald, van Diana Tjin
  • Hoe duur was de suiker, van Cynthia McLeod. Dit boek is ook verfilmd.
  • Negerjood in Moederland, van Ellen Ombre

Hoeveel ik er ga lezen, weet ik nog niet. Ligt ook aan de hoeveelheid tijd en energie die ik heb. Maar ambitieus is het. Ook leuk, het is lang geleden dat ik zoveel heb gelezen en ook zo verschillende boeken.

Rob en de stroper van Tjot-Idi, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb twee klassiekers gelezen en besproken, zie Heren van de thee en Het roer kan nog zesmaal om. Maar ik vond dat er ook nog een jeugdboek bij moest.

Rob en de stroper van Tjot-Idi

rob en de stroper van Tjot-IdiVlak voor de zomervakantie een theorie-proefwerk over het hele jaar! Zoiets kan alleen de rector bedenken, of de “Ouwe” zoals iedereen hem noemt. Maar Jaap en Jan weten een oplossing: stiekem de vragen stelen uit de kamer van de rector. Rob Felten weigert hieraan mee te doen. Natuurlijk komt de Ouwe erachter door een anoniem briefje. Alles wijst erop dat Rob zijn mede-scholieren heeft verraden. Ze besluiten hem dood te verklaren. Een vakantie zonder vrienden en die vakantie zou wel heel saai worden zonder de joviale Dirk Petersen met zijn honden. Petersen blijkt Robs overleden vader te hebben gekend in Nederlands-Indië waar ze samen hebben gediend. Rob krijgt van Petersen een hond, Noor. Samen met Noor redt hij twee klasgenoten uit het water, hun boot slaat om en ze dreigen te verdrinken. Eén van de jongens blijkt degene te zijn die het anonieme briefje bij de rector in de bus heeft gegooid. Hij bekent en Rob wordt in ere hersteld.

Leeservaring

Het boek is in 1928 geschreven. Mijn editie uit 1976 ziet er heel modern uit maar het taalgebruik is nog steeds het ouderwetse taalgebruik uit het begin van de twintigste eeuw. De jongens vossen, ze zitten in de rats, doen brani en hebben het over patjakkers. Ze zitten op een jongens-HBS. Rob is natuurlijk een held in het verhaal. Niet alleen omdat hij zijn klasgenoot uit het water heeft gered, maar ook omdat hij niet bekend maakt aan zijn klasgenoten dat deze jongen het anonieme briefje had geschreven. Het boek eindigt daverend met een groot feest waar Rob en Petersen worden geëerd. Ze krijgen beiden een horloge, de stroper Petersen krijgt een baan als jachtopziener en ze krijgen een medaille van de koningin voor hun heldendaad. Een leuk, makkelijk geschreven boek dat best wel een aardig beeld geeft van de jeugd aan het begin van de twintigste eeuw.

Over J.B. Schuil

Jouke Broer Schuil, geboren in 1875, werd beroeps-officier. Hij trouwde in 1897 en ging samen met zijn vrouw naar Indië, waar ze tot 1905 verbleven. Toen gingen ze terug naar Nederland omdat zijn vrouw niet tegen het klimaat kon. Ze vestigden zich in Haarlem. In 1910 verscheen zijn eerste boek, Jan van Beek. Rob en de stroper van Tjot-Idi, dat in de eerste twee drukken Doodverklaard heette, was zijn vijfde boek en verscheen in 1928. In alle zes boeken die hij heeft geschreven, spelen HBS-ers de hoofdrol. Standsbesef is vanzelfsprekend. Volwassenen zijn er in de vorm van bemiddelde ouders en pleegouders, agenten, leraren en personeel. Meisjes spelen geen of een kleine rol in het verhaal. Het daverend einde is een kenmerk van vijf van de zes boeken. Ja, het is behoorlijk clichématig, maar wel leuk.
Het laatste boek van Schuil, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen, was een vervolg op de eerste drie boeken en bracht alle hoofdpersonen bij elkaar. Naast deze zes jeugdboeken heeft hij ook diverse toneelstukken geschreven.

Het roer kan nog zesmaal om, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb er al één gelezen, zie Heren van de thee en hier is de volgende.

Het roer kan nog zesmaal om

Dit boek bevat de voorlopige herinneringen van de schrijver Maarten ’t Hart. Hij beschrijft zijn jeugd, zijn studentenjaren, en zijn carrière als auteur. Omschreven op de flaptekst als “met de warmte en vrolijkheid die herinneringen bij hem opwekken, maar tevens met een behoorlijke dosis venijn.”

Waar gaat het over

Het roer kan nog zesmaal omHet boek is in 1984 verschenen. De schrijver is in 1944 geboren. Op veertigjarige leeftijd beschrijft hij zijn herinneringen. Okee. Gestructureerd is het, daar kan menig schrijver nog wat van leren. Elk hoofdstuk behandelt een onderdeel van zijn leven tot dan toe. Zijn jeugd komt ter sprake, een jeugd waarin de godsdienst een grote rol speelde. Dezelfde godsdienst die hij jaren later opzij zette, in het najaar van 1965 verloor hij zijn laatste restje geloof (p. 192). Een citaat uit het boek:

Een kind voedt zichzelf op, zeker zo’n koppige, eigenwijze eenling als ik er één was, die alles zelf lezen en ondervinden wilde. Wat men al die dominees die in mijn jeugd voorbij trokken hoogstens kan verwijten is dat zij mij zoveel bruikbaar materiaal voor al mijn  kinderangsten, ja die angsten zo gretig voedden met hun vaak bizarre bijbelse voorstellingen. (p. 217)

Leeservaring

Was het wat Ali? Ja, best wel. Het boek staat al jaren in mijn kast, maar ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik het ooit gelezen heb. Wellicht omdat het makkelijk leest en er niet iets opzienbarends in voorkomt. Hij is naïef en laat dat wel heel erg duidelijk naar voren komen. En het is pedant, hij is heel erg overtuigd van zijn eigen gelijk en vindt zichzelf geweldig. En dat is wellicht wat me tegenstaat in het boek, gecombineerd met dat venijn van ’t Hart. Over de schrijver J.M.A. (Maarten) Biesheuvel zegt hij dat het nooit wat kan worden met zijn schrijverschap. Biesheuvel kreeg tot verdriet van ’t Hart fantastische recensies voor zijn debuut, de verhalenbundel In de bovenkooi terwijl Stenen voor een ransuil niet zulke mooie recensies haalde. Het is niet aardig, wat hij zelf ook zegt. En het roer kan nog zesmaal om? Ja, dat zou kunnen, maar is niet gebeurd, getuige het vervolg op zijn biografie Dienstreizen van een thuisblijver. Daarin wordt verteld dat er in feite weinig is gebeurd behalve dan dat zijn werk vooral in Duitsland grote opgang heeft gemaakt.

Over Maarten ’t Hart

Maarten ’t Hart is geboren in Maassluis in 1944. Hij studeerde biologie in Leiden, deed daar ook zijn promotie en werkte als etholoog. Hij debuteerde in 1971 onder de naam Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Een belangrijk thema in zijn werk is zijn Calvinistische jeugd en de afstand die hij daarvan neemt. Ook de natuur en de muziek nemen een belangrijke plaats in. Hij brak door met de roman Een vlucht regenwulpen, dit werk is ook verfilmd met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. Hij kreeg in 1975 voor Het vrome volk de Multatuliprijs. In 1994 kreeg hij de Gouden Strop voor Het woeden van de gehele wereld. In 2003 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maarten ’t Hart – Het roer kan nog zesmaal om. – Amsterdam: Arbeiderspers, 1984. – Privé Domein; 100

Heren van de thee, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. De bedoeling is een klassiek boek van bijvoorbeeld een Nederlandse of Vlaamse auteur te lezen. Natuurlijk mogen ook klassiekers uit andere landen gelezen worden, maar aangezien ik weinig Nederlands lees is dit voor mij eigenlijk veel leuker.

Heren van de thee

Mijn klassieker is er eentje die al een aantal jaren in de kast staat en ik – zo te zien aan het eigendomsstempel – uit de boekenkast van mijn vader heb meegenomen. Oeroeg van Hella Haasse heb ik jaren geleden al gelezen. Deze Heren van de thee nog steeds niet.

Samenvatting

heren van de theeIn 1871 vertrok de jonge Rudolf Kerkhoven naar Indië, waarheen in de loop der jaren al vele leden van zijn familie hem waren voorgegaan. Heren van de thee is de geschiedenis van het echtpaar Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop, en van hun gezinsleven op de afgelegen theeonderneming Gamboeng in de Preanger. Heren van de thee is niét de geschiedenis van ontwikkelingen in de koloniale politiek van 1870 tot 1907, maar van mensen wier karakter, lotgevallen en onderlinge verhouding door die ontwikkelingen werden bepaald. Met goedvinden van hun nakomelingen zijn gegevens uit de familie-archieven door Hella S. Haasse in romanvorm verwerkt.

Waar gaat het over?

Aan het begin van het boek maken we kennis met Rudolf die in Delft studeert, terwijl een deel van zijn familie in Nederlands-Indië woont. Rudolf komt naar voren als een man die onzeker is vanaf zijn jeugd. Hij durft niet te vragen of zijn ouders werkelijk willen dat hij komt. Ook uit andere dingen blijkt dat hij niet zeker is van zichzelf en vindt dat zijn jongere broers voor getrokken worden. Hij maakt een moderne indruk, zeker in zijn jeugd waarin hij inziet dat de wereld verandert, maar wordt in de loop van jaren conservatiever. Eenmaal in Nederlands-Indië maakt hij kennis met de vele familieleden die er al zijn. Zijn ouders wonen op de theeplantage Ardjasaari, overdag in Indië, gedrag en werkzaamheden afgestemd op de onderneming, maar ’s avonds in een Europees aangekleed huis. Ook Rudolf blijft Europese trekken houden, zijn leven lang behoudt hij een afkeer van Indisch gekruid eten. In 1873 krijgt hij de koffieplantage Gamboeng in erfpacht, met financiële steun van zijn familie. Deze plantage wil hij voor thee gebruiken. Hij ontmoet Jenny Roosegaarde Bisschop bij zijn zuster Cateau, ze is dan 17. In 1878 trouwen ze, hun eerste kind Rudolf wordt in 1879 geboren, ze krijgen vijf kinderen in totaal. Het eerste gedeelte van hun huwelijk is hard werken, de plantage moet ontwikkeld worden. Pas later krijgen ze het wat beter als er een tweede plantage bij komt en de thee hier met grote winst verkocht kan worden. Uit alles blijkt dat Rudolf zich wil bewijzen tegenover zijn familie. Het gaat niet goed met Jenny die verbitterd raakt door het harde leven op de afgelegen theeplantage waar succes en rijkdom lang op zich laat wachten. Ze klaagt in een brief aan haar schoonzus dat ze niet gelukkig is. Ze houdt van haar kinderen maar beleeft geen geluk aan het huwelijksleven. In 1907 overlijdt ze, tragischerwijs geholpen door gif. Rudolf vraagt zich aan het einde van zijn leven af wat zijn geldingsdrang eigenlijk heeft opgeleverd, iets wat Jenny hem vaak in drift voor de voeten heeft gegooid.

Leeservaring

Het boek is apart, ontstaan uit een familiegeschiedenis beschreven uit het archief van de familie, bestaande uit dagboeken, brieven en geschriften. Hella Haasse heeft hier een bewuste keuze uit gemaakt. Het verhaal en de levens van Rudolf en Jenny zijn geromantiseerd en het eerste gedeelte is een verhaal. In het tweede gedeelte van het boek worden meerdere brieven geciteerd die een beeld geven van de voortdurende discussies over de theeplantages. De familie heeft daar een financiële bijdrage aan geleverd, maar over de vergoeding daarvan verschillen de meningen. Het boek geeft een duidelijk beeld van het leven in de kolonie aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Je ziet veel personeel in en om het huis. Wat mij opviel was dat de Nederlanders duidelijk afhankelijk waren van de inlandse bevolking onder andere door de slechte taalkennis. De vader van Rudolf bijvoorbeeld kent alleen Maleis, geen Soendaas, Rudolf spreekt deze taal wel. In ieder gezin worden de kinderen eerst thuis onderwezen en gaan vervolgens naar Nederland terug voor middelbaar onderwijs. Haasse heeft een voor mij typische stijl die me ook opviel in Oeroeg. Dat was voor mij rust en beschrijving, je hoort bij wijze van spreken het ruisen van de bomen. Ik vind Heren van de thee een mooie ervaring. Het maakt mij nieuwsgierig naar andere boeken van Hella Haasse

Hella Haasse

Hella Haasse (1918-2011) is vooral bekend geworden door Oeroeg, dat als boekenweekgeschenk verscheen in 1948, de historische roman Woud der verwachting, dat in 1949 verscheen en deze Heren van de thee. In haar lange schrijfcarrière heeft ze drie maal het boekenweekgeschenk geschreven. Toneelstukken zitten ook in haar oeuvre. Mijn toneelgroep heeft jaren geleden Een draad in het donker gespeeld. In 1983 is haar de P.C. Hooftprijs toegekend en in 2003 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Hella S. Haasse – Heren van de thee. – Amsterdam: Querido, 1994, 28ste dr.

Thuis: #WOT deel 31

Ik zit al ruim vier weken thuis. Voor mijn operatie kreeg ik te horen dat ik rustig op zes weken genezingstijd mocht rekenen en dat klopt wel. Ik zit dus thuis, ben aan het genieten van het schitterende weer, lees, doe computerspelletjes, slaap en verveel me zelfs. Hoog tijd om weer wat activiteiten te ontplooien.

1) Achtergebleven 2) Bijwoord 3) Binnen 4) Binnenshuis 5) Eigen woning 6) Haardstede 7) Heem 8) Home 9) Huis 10) Honk 11) In de eigen woning 12) In eigen huis.

Huis

Ik vertel altijd dat ik een geboren en getogen Barendrechter ben. De waarheid heeft me wel achterhaald, want ik kan Den Haag ondertussen langer thuis noemen dan Barendrecht. Ik ben op mijn 25ste verhuisd, reken maar uit. Mijn geboortehuis is overigens niet meer, we woonden langs de spoorlijn en door de bouw van de Betuwelijn en de hoge snelheidslijn moest ons huis worden afgebroken. Thuis in Den Haag was achtereenvolgens een kamer (douche delen), een koopappartement, samenwonen, ander (huur) appartement, vervolgens weer een koopappartement.

Thuis

thuisDit is een fijn huis. Ik amuseer me hier wel, dichtbij openbaar vervoer, dichtbij winkels, dichtbij Kijkduin. Het is op de eerste verdieping, als de buurvrouw ooit weggaat neem ik haar traplift over. Dit huis noem ik thuis en wat mij betreft blijf ik hier wonen.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Zwembad: #WOT deel 30

Het is mijn vrijdagse routine. Eerst een training met personal trainer Pedro, vervolgens naar mijn andere sportschool lopen en daar het zwembad in en de spierpijn eraf zwemmen. Ook op andere dagen duik ik graag even het zwembad in na mijn training.

1) Bad 2) Bad voor in te zwemmen 3) Badgelegenheid 4) Badinrichting 5) Bassin 6) Gemeenschappelijk bad 7) Openbaar gebouw 8) Openbare sportplaats 9) Piscine 10) Pretparkattractie 11) Sportgelegenheid 12) Sportvoorziening 13) Sportaccommodatie.

Operatie

Ja, alles draait om die operatie de laatste tijd, want dat is de reden dat ik zes weken niet mag sporten. Ik mis het, en ik mis dat zwembad. Lopen en fietsen is mijn beweging op het moment. Ik kan ervan genieten, lekker in het zwembad liggen, baantjes zwemmen, de spierpijn uit mijn spieren voelen wegvloeien. En daarna is het altijd heerlijk even de sauna in te gaan en te douchen. Bommetjes zijn er niet bij. Het zwembad in de sportschool is keurig verdeeld in drie banen, dit juist om te voorkomen dat mensen bommetjes gaan doen. Dat heb ik maar één keer gedaan. Vorig jaar, toen het zwembad wegens verbouwing twee maanden gesloten was en eindelijk weer werd geopend. Wat een vreugde.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Dat zwembad heb ik eerder gebruikt en wel hier, in die #WOT over alleen zijn.