Theater in romans – Opvolging

Als altijd allergisch voor uitgeversverhalen bekijk ik dit ook argwanend. Opvolging wordt aangeprezen als de grappigste roman van deze tijd. Dat maak ik zelf wel uit ja!

De inhoud

Volgens de uitgever is het een komisch en realistisch verhaal over het hedendaagse bedrijfsleven en tegelijk een Shakespeareaans koningsdrama. In het bedrijf werken bazen en bedrijvendokters, secretaresses, oud-sporters, kinderen die iemand gehad had kunnen hebben en arme kinderen. Wie zal de volgende baas van het bedrijf worden? Ondertussen wordt er geluncht, gedineerd, en toneelgespeeld, er wordt afscheid genomen en verwelkomd, er worden sollicitatie- en functioneringsgesprekken gevoerd, plannen gemaakt en wedstrijden gehouden. De vergaderingen volgen elkaar op als de seizoenen. Een roman voor wie evenzeer geïnteresseerd is in hoe in een bedrijf gewerkt wordt als hoe in een gedicht gewerkt wordt.
Prachtige uitgeverstaal voor een boek dat niet om door te komen is, ik heb het na twee moeizame hoofdstukken opzij gelegd. Ik ga eens kijken of ik nog wat leuks heb om te lezen.

Nachoem M. Wijnberg, De opvolging. 2005.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

Gustaw Herling – Een witte nacht van liefde (2001)

Normaal lees ik boeken het liefst in de oorspronkelijke taal, maar met dit oorspronkelijk Poolse boek werd dat wel lastig.
De titel klinkt als de titel van een boeketreeksje, maar het is wel degelijk een serieus boek.
Het vertelt de geschiedenis van de Pools-Russische regisseur Lukasz Kleban die op 84-jarige leeftijd aan zijn ogen moet worden geopereerd door een arts in Venetië. Samen met zijn halfzus en geliefde, Urszula, reist hij naar Italië. De operatie mislukt overigens en Lukasz wordt blind, daarbij wordt in het midden gelaten of dat komt door zijn slechte lichamelijke toestand of door medische fouten van de Italiaanse arts.
Broer en zus groeien op in Polen. Ze worden minnaars zodra Urszula volwassen is. Zij heeft eerst nog een ‘verhouding’ met een buurjongen, maar deze verdrinkt bij het zwemmen, een gebeurtenis waar Lukasz getuige van is en niets aan doet.
Lukasz en Urszula zijn niet alleen minnaars die als man en vrouw samen wonen, ze spelen ook samen, eerst in Polen, waar ze tijdens de Tweede Wereldoorlog bij een toneelgezelschap zitten. Daar spelen ze onder andere samen Lukasz’ toneelbewerking van Dostojevski’s verhaal ‘Witte nachten’. Na de oorlog gaan ze naar Londen, waar hij een gevierd toneelregisseur wordt, onder andere beroemd om zijn vertolkingen van Tsjechov.
Het verhaal wordt uit verschillende oogpunten verteld, meestal door Lukasz, die – door zijn slechte ogen gedwongen – een mondelinge autobiografie te maken. Daardoor komt het dat verhalen uit het verleden vaak door een ik-figuur worden verteld. Pas laat in het verhaal komt Urszula naar voren die ook haar verhaal vertelt.
Het boek eindigt als een toneelstuk: twee epilogen, één waarin Lukasz vóór Urszula overlijdt en Urszula twee jaar later sterft, in de andere epiloog wordt Urszula ook ziek en plegen ze gezamenlijk zelfmoord, geen van beiden bereid zonder de ander te leven.
Veel over toneel, Lukasz is een regisseur die zich veel bezig houdt met klassiekers als Tsjechov. In de eerste epiloog bijvoorbeeld wordt bij de begrafenis van Lukasz uit ‘De meeuw’ voorgedragen.
Lukasz is hoofdregisseur van The Sea-Gull Theatre
Het is een superromantisch einde natuurlijk, maar afgezien daarvan is het een goed geschreven boek, dat als een trein leest.

Nieuw boek voor het project

David Nicholls – The understudy
Werd aangeprezen in Zone070 als een zomerboek van het lichte soort, alleen hebben ze het daar een beetje mis geloof ik. Volgens Zone070 wordt de New Yorkse theaterwereld op de hak genomen en dan heeft Amazon het ineens over West End, hetgeen volgens mij nog steeds Londen is. Maar … geeft niet.

Even wat knippen uit Amazon:
Nicholls’s second novel (after A Question of Attraction) focuses on Stephen C. McQueen, a 32-year-old actor forlornly hoping for his big break. With an 11-year career whose sole highlight has been playing a corpse, Stephen’s latest gig, understudying Josh Harper (one of London’s hottest stars) in a West End play, actually has promise. If only Josh would miss a performance (say, break a leg, literally), Stephen would secure the lead, and in turn, the approval of his critical ex-wife, Alison, and his precocious seven-year-old daughter, Sophie. But while Josh is many things (self-absorbed, cruel), he’s never sick, and just as Stephen’s abhorrence for the haughty superstar reaches its crescendo (he’s asked to waiter at Josh’s birthday bash) Stephen meets Nora, Josh’s acerbic and neglected bride, and later stumbles upon Josh mid-tryst with a costar. Suddenly Stephen’s able to make a deal—his silence in exchange for the starring role. Of course, the rules of light romantic comedy prevail: Stephen falls in love with Nora and realizes that he can’t lie to make his own career. Nicholls’s background as a screenwriter is evident, and while clever, his latest novel is still saccharinely predictable, best paired with sand and surf.

Ger Thijs – Een sterke afgang (2002)

Ger Thijs, acteur en regisseur schrijft ook boeken.
Dit boek gaat over de schouwburgdirecteur René Lambert die terugkijkt op de verbouwing van de schouwburg. De feestelijke opening wordt gevierd met een stuk dat hier speciaal voor wordt geschreven. Maar de opening lijkt tot mislukken gedoemd omdat hij al bij een try-out speciaal voor abonnementhouders ernstige klachten krijgt over de akoestiek van de zaal.
Het hele boek gaat in feite over de openingsdag, je krijgt nog wat terugblikken te zien van Lambert uit zijn jeugd, waarvan ik me persoonlijk zit af te vragen waarom het erbij wordt gehaald.
De interne schouwburgintriges en politiek die er wel wordt bijgehaald bijvoorbeeld in de vorm van Lamberts tweede man Friso Westra
Vanaf het begin blijkt wel dat de zaal als rampzalig wordt gezien.
Het boek eindigt met de zelfmoord van Lambert, niet te verwonderen aangezien de man alleen maar met zichzelf bezig is.

Willem Brakman – De biograaf (1975)

Het eerste boek dat ik gelezen heb, uitgekozen omdat het niet in de ‘Theater NV’ werd besproken en het was niet makkelijk.
Een souffleur die zijn hele leven in de schaduw heeft gestaan van de grote toneelspeler Dudok, wordt door diens zoon gevraagd enkele anekdotes op te schrijven over het leven van de vader. Tijdens het verzamelen van het materiaal, geeft de souffleur zich rekenschap van zijn ambivalente verhouding met de grote speler.
Het boek speelt in Den Haag.
De ik-figuur, de biograaf is kort gezegd een opgeblazen mannetje die zichzelf een centrale rol toedicht in het leven van Dudok, die van zichzelf overigens ook meer maakte dan hij was.
Dat was de korte inhoud, het boek is overigens moeilijk te lezen. Brakman heeft een lastige schrijfstijl waar je moeilijk doorheen komt. Het boek is dus ook niet aan te bevelen.
Het enige dat wel leuk is, zijn de denkbeelden van Dudok over toneel: ‘Toneelspelen is als het afscheid nemen op een station. Dat leerde Dudok ons. Taak en tijd zijn bekend, zei hij. Er moet worden gezucht, droef worden gestaard, weer worden gezucht, gekeken, aangeraakt, gesproken, terwijl alles al is gezegd en wel een paar maal, en dan… op het juiste moment moet er worden omhelsd, voluit geweend, gewuifd; fluittrein, af-doek. Alles is er slechts op zijn eigen moment en het is belangrijk, ja zelfs een kunst om perfect afscheid te kunnen nemen.’ (pag. 140-141)

Tips voor het project theater in romans

De Theater NV van december 2005 heeft een artikel van Hans Brans, Words, words, words: de toneelwereld in romans, waarin zowaar tien boeken staan die ik nog niet ken.
Tip gekregen van Sabine Oprins van de NVA.

Onbekende boeken:

  • Miguel Cervantes – Don Quichot
  • Paul Scarron – De komedianten
  • Michail Boelgakov – Het leven van de heer Molière
  • Theun de Vries – Barron
  • Simon Hawke – A mystery of errors / The slaying of the Shrew / Much ado about murder
  • Daphne Meijer – Het plezier van de duivel
  • Gaston Leroux – Het spook van de Opera
  • Heinrich Mann – Professor Unrat
  • Klaus Mann – Mefisto
  • Christopher Isherwood – Mijnheer Norris neemt de trein / Afscheid van Berlijn
  • Simone de Beauvoir – Uitgenodigd
  • Doris Lessing – Terug naar de liefde
  • Harry Mulisch – Het theater, de brief en de waarheid (had ik zelf al gevonden)

 

Theater in romans

Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen. Eerste moeilijke punt was al het vinden van de romans, maar daar heb ik er nu wel aardig wat van:

Anker, Robert – Een soort Engeland
Anna, Threes – De kus van de weduwe. – Amsterdam : Vassallucci, 2003.
Bainbridge, Beryl – An awfully big adventure
Balthazar, Nic – Niets was alles wat hij zei. – Averbode : Altiora, 2005
Bernlef, J. … et al. – 15 theaterverhalen. – Amsterdam : Nederlands Theater Instituut ; Amsterdam : Uniepers, 1989.
Boelgakov, Michael – Zwarte sneeuw
Boelgakov, Michael, Black snow : a theatrical novel. – London : The Harvill Press, 1999
Bovenberg, Niko: Werklicht : de avonturen van toneelknecht Kees. – Amsterdam : International Theatre & Film Books ; Amsterdam : Stichting Publicaties Podiumtechnologie [distr.], 2002.
Brakman, Willem – De biograaf
Brusse, M.J. – Achter de coulissen. – Rotterdam : Brusse, 1903.
Claus, Hugo – Onder de torens
Cookson, Catherine – Riley
Corsari, Willy – Nummers : roman uit het cabaretleven. – Den Haag : Leopold, 1960
Danella, Utta – Liefde in de hoofdrol
Degenhardt, F.J. – Der Liedermacher : Roman. – München : Bertelsmann, 1982
Fabricius, Johan – Herinneringen van een oude pruik : ‘vrij – zeer vrij – naar de ‘Memorie’ van Carlo Goldoni’. – Den Haag : Leopolds, 1963
Hart, Kees ‘t – De revue. – Amsterdam : Querido, 1999
Herling-Grudzinski, Gustav – Een witte nacht van liefde
Loo, Tessa de – Rookoffer
Reijn, Rob van – Voetlicht & vetpotten : roman over Jan van Well in en om de schouwburg: een kroniek van Amsterdam 1772-1818. – Schoorl : Conserve, 2000.
Reyn, Halina – Prinsesje Nooitgenoeg
Saalborn, Louis – De vader en de zoon : roman. – Amsterdam : E.M. Querido, 1934
Schaik-Willing, Jeanne van – Na afloop : dramatische kronieken. – Den Haag : Bert Bakker [etc.], 1957. – 192 p
Sontag, Susan – In America
Thijs, Ger – Een sterke afgang
Veterman, Eduard – Naakte maskers : tooneel-roman. – Amsterdam : Querido, 1926
Wassing, Gerrit – Alkestis in Brantgum : een verhaal. – Amsterdam : De Beuk, 2000.
Wijnberg, Nachoem – De opvolging
Winsor, K. – Calais. Op vleugels van een droom

Kijken wat het wordt. Er zitten nu wat romans tussen die ook over de revue en dergelijke gaan, en die gaan er denk ik uit. De besprekingen kunnen ook in Haghespel gepubliceerd worden.

Update: een bijgewerkte lijst, met linkjes naar de verschillende besprekingen van de romans in de lijst is te vinden op een aparte pagina.

Ztzoy met Medea

Ztzoy uit Zutphen. Hoe spreek je dat nou uit? Denk dat ze er zelf ook problemen mee hebben. Deze Zutphense groep was op bezoek in Den Haag. De voorstelling was de Medea van Euripides in de vertaling van Pé Hawinkels. Deze vertaling werd binnen een hedendaagse raamvertelling geplaatst die qua stijl losjes gebaseerd is op de Medea-monoloog van Dario Fo. De kern van het verhaal: wie was Medea en waarom heeft iedereen zo de pest aan haar? Ik heb er nog een recensie van gemaakt, in het kader van 10 tot 10, de cultuurmanifestatie van het Centrum voor Amateurkunst en het Cultuurpunt, blijkt dat ze erin gezet zijn door de organisatie. Els van het CvA wist er ook al niets van. Ja, goed gedaan hoor.

De recensie in Haghespel

Van tien maart tot tien april 2004 trekt een stoet aan culturele activiteiten door Den Haag. De manifestatie van tien tot tien wordt georganiseerd door Cultuurpuntdenhaag.nl om deze site een gezicht te geven. Qua toneel werd op zaterdag 13 maart het startschot gegeven met de voorstelling Medea van toneelgroep Ztzoy uit Zutphen. Het was voor Ztzoy de eerste keer in Den Haag, hoewel regisseur Eric Ribberink wel uit deze contreien komt.

Wie was Medea en waarom heeft iedereen zo de pest aan haar? De opening van de flyer en tevens de opening van de voorstelling. De voorstelling was de Medea van Euripides in de vertaling van Pé Hawinkels. Deze vertaling werd binnen een hedendaagse raamvertelling geplaatst die qua stijl losjes gebaseerd is op de Medea-monoloog van Dario Fo. Twee acteurs, Prince Heyliger en Francis Stam leggen in die raamvertelling uit wat er gebeurt met Medea. Prince Heyliger trad later ook op als Kreon, Jason en Aegeus. De voorstelling was mooi, in het begin was het even wennen aan de woordenvloed, eenmaal daaraan gewend was het een fascinerend verhaal dat goed werd gespeeld.

Medea werd gespeeld door twee actrices, namelijk Annemiek Bozua die rustig en vaardig de rol speelde en Francis Stam die het alter ego van Medea uitbeeldde en in al haar boosheid liet zien wat in het hoofd van deze figuur moet hebben gespeeld. De actrice die deze rol speelde deed dat voortreffelijk. Daarnaast speelde Els Standaert de rol van een vrouw. Zij legde veel van het verhaal uit.

Het decor was sober, drie lange doeken die vanaf het plafond omlaag hingen, een metalen emmer en een bankje, opgebouwd uit twee metalen emmers en een bekleedde plank. De acteurs waren allen gekleed in hetzelfde beige kostuum, een driekwart broek en shirt. De verschillen in rollen werd uitgebeeld door verschillende vesten. Er werd blootsvoets gespeeld. Al met al vond ik het persoonlijk een goede toneelopening van deze amateurkunstmanifestatie.

Tantalus

De nieuwe voorstelling van de Appel. Bijzonder omdat het een marathonvoorstelling is, er werd geadverteerd met een voorstelling van 11 tot 11. Dat is niet helemaal waar want het duurde tot 10 uur, maar toch een marathon.
John Barton heeft verschillende Griekse mythes aaneengesmeed tot één verhaal. Tantalus is de stamvader van een Griekse familie, zijn noodlot loopt vele generaties door. Zijn rotsblok boven zijn hoofd hangt ook boven de hoofden van zijn familieleden.
De acteurs van de Appel moesten vele dubbelrollen spelen. Marcel Ott had bijvoorbeeld zes rollen.
Ben er met vriendin H geweest, we hebben genoten, we hadden gelukkig goeie plekken waar we onze benen kwijt konden, anders was het wel wat anders geweest. Er werd goed geacteerd, het verhaal was goed te volgen en het was gewoon een enorme prestatie. Ik zie het alleen niet gespeeld worden door amateurtoneelgroepen. Het is te groot.

Open Podium in De Poort

Er was weer een Open Podium in de Poort. Het was ditmaal een cabaret avond, van de zes artiesten waren vijf cabaretiers. En er was een dichter, reuze interessant, ahum.
Niet mijn avond, moest wel een verslag schrijven en foto’s maken, heb ik gedaan, geen probleem. Maar ik heb betere avonden beleefd bij het Open Podium.
Cabaretiers: John Brukx, Cristian Pielich, Jeroen Pater, Hilde ter Laak, Norma de Jong.
Dichter: Adriaan Gaillard.

De recensie in Haghespel: Cabaret, cabaret, cabaret, Open Podium 17 oktober 2003

De titel zegt al voldoende, dit Open Podium was gevuld met cabaret, waaronder een oude bekende, namelijk de presentator. John Brukx is al diverse malen in de Poort geweest, maar nog niet eerder als presentator. Hij wijt zich zeer bekwaam van beide taken. Tegenwoordig zingt hij ook, maar dat gaat hem nog niet helemaal goed af. Hij vergeet delen van de tekst. Toch is het beter dan vorige keren. Hij is overigens expressiever en beweegt meer.

De volgende artiest is Adriaan Gaillard, een dichter die op de piano begeleid wordt door Frank Hartkamp. Ik moet heel eerlijk zijn, dit onderdeel vond ik ronduit saai. Er is niet zoveel aan een dichter zijn eigen gedichten te horen voorlezen. Daarna zingt Adriaan liedjes van Ramses Shaffy, waarbij ik de indruk kreeg dat hij Shaffy ook imiteert en dat lijkt mij niet de bedoeling.

De volgende artiest is Norma de Jong, zij hoort bij de groep Zessiebon, die zoals de naam al zegt uit zes personen bestaat. Norma zingt overwegend en kan dat best mooi. Ze heeft mooie teksten, jammer alleen dat het door haar wat saaie stem niet helemaal boeit.

Na de pauze is het de beurt aan Cristian Pielich. Deze dichter/cabaretier is ook al eerder geweest. Zijn programma is best wel aardig. Hij leest ook nog een paar gedichten voor.

Hilde ter Laak is ook lid van Zessiebon. Ze doet het heel aardig met haar verhandeling over waar een man aan moet voldoen om met haar te mogen omgaan. Dat is overigens niet mis. Haar volgende item gaat over het sleutelkoord, een mode-item dat niet mag ontbreken volgens haar. De man van haar dromen zal dit prachtige felblauwe ding dan ook krijgen met haar sleutels eraan. Het was wat langdradig, maar vooral het einde waarbij pianist John Lefeber de man van haar dromen bleek te zijn, was erg grappig.

De laatste was Jeroen Pater die dankzij presentator John Brukx tot de ontdekking was gekomen dat hij de enige was, waarvoor het publiek had betaald. Ik heb maar niet verteld dat ik gratis was binnengekomen. Hij was overigens erg leuk en in staat op onverwachte dingen in te spelen.

Al met al was het een aardig Open Podium, waar helaas te weinig publiek bij was, de zaal was nog niet eens half gevuld. Het volgende Open Podium zal begin volgend jaar plaats vinden.