Theater in romans – Time travelers never die

Wetenschapper Michael Shelborne verdwijnt op mysterieuze wijze en zijn zoon Shel ontdekt dat zijn vader een tijdreisapparaat heeft uitgevonden. Hij gaat met zijn vriend, taalkundige Dave Dryden, op zoek naar zijn vader en maakt daarvoor vele tijdreizen.
Tijdreizen is aantrekkelijk, want je kan aanwezig zijn bij alle grote en kleine momenten in de wereldgeschiedenis. Dat is ook precies hetgene dat Shel en Dave doen, even makkelijk als anderen op vakantie gaan, springen ze door de tijd en zijn onder andere getuige van de beroemde ‘I Have a Dream’ speech van Martin Luther King. McDevitt Time Travelers never die
Ze maken sprongen van honderden jaren in de tijd, maar ook sprongetjes van een minuut en daarin wordt het boek wat overdadig. Op een gegeven moment weet je werkelijk niet meer wie nu waar is, of op welke moment in de tijd. Ga maar eens nadenken over de praktische dingen van zo’n tijdreis en je beseft dat het niet mogelijk is, er moeten miljoenen tijden naast elkaar bestaan om het mogelijk te maken. Ik blijf fan van Geordi Laforge (Star Trek Next Generation) die tijdens zo’n discussie zei: ‘This is precisely why time travel gives me nosebleeds’.

Gelukkig gaat dit blog niet over boeken met een Science Fiction tintje, maar over boeken waarin toneel wordt betrokken. Shel en Dave gaan namelijk terug naar de oudheid waar ze in de bibliotheek van Alexandrië de complete collectie toneelstukken van Sophocles bestuderen. Van Sophocles zijn welgeteld zeven tragedies en één saterspel overgebleven, terwijl de overlevering vermeldt dat hij 123 toneelstukken heeft geschreven. Ze brengen stukken terug naar het heden en sturen dit naar een vrouwelijke wetenschapper die één van de stukken zelfs laat opvoeren. Amusant genoeg dus voor een plekje op dit blog.

Jack McDevitt – Time travelers never die (New York : Ace Books, 2010)

#leesmarathon : twee boeken

29 Juli- 4 augustus 2013, de eerste Nederlandse leesmarathon vindt plaats en ik doe mee en lees twee boeken. Ok, eentje van 95, een toneelstuk, maar dat andere boek was wel een indrukwekkend aantal pagina’s: 820.

Diana Gabaldon begon haar tijdreisserie over Claire en Jamie in 1991. De eerste roman uit de serie ‘Outlander’ was heel interessant en smaakte naar meer. Dat kregen de fans ook. In 2009 kwam het zevende deel uit, ‘An echo in the Bone’, waarvan iedereen dacht dat het de laatste in de serie was. En dat is het boek dat ik voor de leesmarathon heb gelezen.
Twee puntjes: ‘An Echo in the Bone’ is het dikste boek dat in de eerste Nederlandse leesmarathon is gelezen. Het tweede punt, het is niet het laatste boek van de serie, dat is ‘Written in my own Heart’s Blood’ dat in september 2013 zal verschijnen.
Wat is het genre? Dat is wat moeilijk te bepalen, het American Book Center in Den Haag waar ik de meeste delen heb gekocht, had het er ook moeilijk mee, de boeken hebben een hele tijd bij Science Fiction en Fantasy gestaan, zijn vervolgens verhuisd naar fictie en nu staan ze bij de romances. Het moeilijke is natuurlijk dat al die plaatsingen wel zin hadden. Het tijdreisgegeven waardoor het bij SF&F kon staan, de vakkundig opgebouwde historische roman waardoor fictie een goede plek was. En de romance tussen Claire en Jamie is belangrijk, maar dat het daardoor bij de romances geplaatst wordt, vind ik weer wat veel. Kijk daarvoor ook naar de omvang, bij de doorsnee romance hebben hij en zij na 150 tot 200 pagina’s wel elkaar ontmoet, ruzie gehad en zijn weer bij elkaar gekomen. Diana Gabaldon schrijft al zeven delen over haar hoofdpersonen met gemiddeld ongeveer 1000 pagina’s, met twee uitschieters naar ongeveer 1400 pagina’s. Mind you, dat is de paperbackversie, ‘An Echo in the Bone’ heb ik in grote paperback, vandaar dat het boek veel minder pagina’s heeft.
Het verhaal in een notendop: Claire Randall gaat kort na de Tweede Wereldoorlog voor de tweede keer op huwelijksreis naar Inverness. Daar raakt ze tijdens een wandeling per ongeluk een steen die deel uitmaakt van een eeuwenoude magische kring van stenen en wordt teruggevoerd naar het verleden, naar het Schotland van de achttiende eeuw.
Als Sassenach, een buitenstaander en Engels bovendien, wordt ze al snel het doelwit van samenzweerders die de belangen van de verschillende clans behartigen, en zo raakt ze betrokken bij de Schotse onafhankelijkheidsstrijd. Ook wordt ze verliefd op de aantrekkelijke James Fraser. Claire wordt na veel avonturen zwanger en wel teruggevoerd naar het Schotland van de twintigste eeuw waar ze haar dochter Brianna krijgt.
In de vervolgen wordt het leven van de twee uitgebreid beschreven met als achtergrond het Schotland van de achttiende eeuw en ook Amerika waar ze in de onafhankelijkheidsstrijd worden gezogen. ‘An Echo in the Bone’ speelt in het Amerika en het Schotland van 1777 en telt diverse aparte verhaallijnen, namelijk die van Claire en Jamie en Ian Murray, de neef van Jamie. Een andere verhaallijn is die van Sir John Grey, een Engelse lord wiens leven dat van Jamie heeft gekruisd in het verleden, en diens stiefzoon William. De jonge Engelse officier is een zoon van Jamie, hij weet dat niet, Jamie wel. Ook is er de verhaallijn van Brianna, dochter van Jamie, getrouwd met Roger met hun kinderen Jemmy en Mandy in het Schotland van de 20ste eeuw.
Lezenswaardig? Ja, het verhaal wordt voor een groot deel vanuit de ik-figuur van Claire verteld, maar loopt moeiteloos over naar de gezichtspunten van Jamie, Brianna, Sir John, William, Ian, Roger en zelfs naar de zoon van Brianna, Jemmy. Het smaakt elk deel weer naar meer, maar ik verlang eerlijk gezegd wel naar een afronding van het verhaal.
Vereist het historische kennis? Ja, het is wel handig hier en daar een jaartal te weten van de geschiedenis van beide landen, maar tot in detail hoef je niet alles te weten temeer daar Diana Gabaldon hier en daar de waarheid wel wat strekt en haar eigen fantasie aan personages en gebeurtenissen toevoegt. Het is amusant en interessant. Maar ga er vooral niet aan beginnen je aan de technische en filosofische achtergrond van tijdreizen te wagen. Het gegeven van het boek stelt dat je door magie in de tijd kan terug reizen naar een bepaalde tijd en plaats in het verleden. Zoals Geordi Laforge (Star Trek Next Generation) zei tijdens zo’n discussie: ‘This is precisely why time travel gives me nosebleeds’.

Volgorde boeken
‘Outlander’
‘Dragonfly in Amber’
‘Voyager’
‘Drums of Autumn’
‘The Fiery Cross’
‘A Breath of Snow and Ashes’
‘An Echo in the Bone’

Theater in romans: resultaat van zes jaar verzamelen

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”

Het was voor Haghespel. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers en dat er dus wel eens nummers werden overgeslagen door de grote hoeveelheid recensies. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Ruim zes jaar later ben ik er nog steeds mee bezig. Ik kom van alles tegen, prachtige boeken die ik nooit tegen zou zijn gekomen zonder dit project, maar ook boeken die ik na een hoofdstuk heb weggelegd en dan is internet een geweldige bron voor samenvattingen. Elke keer als ik denk, het is nu wel op, komen er weer nieuwe boeken uit. Daar komt bij dat ik het onderwerp iets heb uitgebreid: films in romans vallen er nu ook onder. Hieronder de lange, lange lijst. Het zijn ongeveer 250 boeken. De boeken met sterretjes zijn de boeken die ik op dit blog en in Haghespel heb besproken. Overigens zijn tips nog altijd welkom.

UPDATE: voor een meer volledige lijst met hyperlinks naar de besprekingen zie deze lijst.
A.C. Crispin with Deborah Marshall* – Serpent’s gift (Starbridge; book 4) (New York: Ace Books, 1992)
A.S. Byatt* – The virgin in the garden (New York: Vintage Books, 1978)
Ad Vervuurt – 130 jaar Schinderhannes in Roermond, 1865–1995 (1995)
Adriana Trigiani* – Lucia, Lucia (New York: Random House, 2003)
Alan Ford – Thin ice (London: Weidenfeld & Nicolson, 2006)
Alan Gordon – Thirteenth night (1999)
Alan Gratz – Something Rotten
Alison Lurie* – Foreign affairs (1984)
Amanda Ooms – Noodzaak (Amsterdam: Prometheus, 1993) (Vert. van: Nödvändighet)
Angela Carter – Wise Children
Anne Cuneo – Objets de splendeur: Mr. Shakespeare amoureux (Paris: Denoël, 1997)
Anne Hébert – De verboden stad (Le premier jardin) (Paris: Seuil, 1988)
Anne Wiazemsky – Canines (1993)
Anthony Burgess* – A dead man in Deptford (London: Hutchinson, 1993)
Aphra Behn – Oroonoko, The rover, and other works
Arjen Lubach* – Magnus (Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011)
Arnon Grunberg* – Figuranten (Amsterdam: Singel Pocket, 2002
Arthur Japin* – De klank van sneeuw: twee novellen (Amsterdam [etc.]: De Arbeiderspers, 2006)
Arthur Nersenian – Unlubricated (HarperCollins, 2004)
Barbara Taylor Bradford – Angel* (New York: Ballantine Books, 1993), The triumph of Katie Byrne* (New York: Doubleday, 2001)
Barry Unsworth* – Zinnespel (Morality play, 1995)
Belinda Alexandra* – Wild lavender (London: HarperCollins, 2006)
Bep Otten – De open plaats (Amsterdam: Nederlandsche Keurboekerij, 1944)
Beryl Bainbridge* – Een ongelooflijk groot avontuur (An awfully big adventure) (Den Haag BZZToh, 1991)
Bevan Amberhill – The bloody man: a Jean-Claude Keyes Mystery (Mercury Press, 1993)
Boris Starling* – Storm (Amsterdam: *Mpact, 2001)
Bruce Jay Friedman – Violencia!: a musical novel (Grove/Atlantic, 2001)
Bryher – The player’s boy (Consortium, 2006, 1953)
Carla de Jong – Outcast (2010)
Carla de Jong* – Outcast (Amsterdam: Arbeiderspers, 2010)
Carol Goodman* – The sonnet lover (London: Piatkus, 2007)
Caroline B. Cooney – Enter Three Witches
Carolyn Haines – Ham bones (Kensington, 2008)
Caryl Brahms – No Bed for Bacon
Cas van Dijk* – Het scherm gaat op (Amsterdam: Van Holkema & Warendorff, [1939])
Catherine Cookson* – Riley (Amsterdam: De Boekerij, 2003)
Christopher Bram – Lives of the circus animals (HarperCollins, 2004)
Christopher Frank – Josepha: roman (Paris: Seuil, 1979)
Christopher Moore – Fool (2009)
Christopher Whyte* – The cloud machinery (2000)
Damian Lanigan – The chancers (London: HarperCollins, 2003)
Dan Simmons – Ilium; Olympos
Daphne Meijer – Het plezier van de duivel (1995)
David Huggins – Me me me (London: Faber and Faber, 2001)
David Nicholls* – The understudy (2005)
Dexter Dale – Death in the theatre (1935)
Dick Francis* – Wild horses (1994)
Dimitri Frenkel Frank – Een vrouw uit de provincie (1987), Hamlet’s whisky (Amsterdam: Manteau, 1984)
Dirk Verbruggen – De liefdeseter (1993)
Dolf de Vries* – Laat me maar (Amsterdam: Leopold, 1993)
Don Duyns* – Buigen (Amsterdam: Contact, 2007)
Doris Lessing* – Terug naar de liefde (Love, again, 1995)
Doris Maye Heffner – Destiny’s detour (Buy Books on the Web.com, 2006)
Ed Macbain* – Het doek valt (The last dance) (Weert: Van Buuren, 2000)
Eduard Veterman – Naakte maskers: tooneel–roman (1926)
Edward Marston – The amoureus nightingale* (2001), The Queen’s Head; The Merry Devils; The Trip to Jerusalem; The Nine Giants; The Mad Courtesan; The Silent Woman; The Roaring Boy; The Laughing Hangman; The Fair Maid of Bohemia; The Wanton Angel; The Devil’s Apprentice; The Bawdy Basket; The Vagabond Clown; The Counterfeit Crank; The Malevolent Comedy; The Princess of Denmark; The king’s evil (2000)
Edzard Mik* – Bleke hemel (Amsterdam: Contact, 2007)
Eleanor Catton* – De repetitie (The rehearsal) (Amsterdam: Anthos, 2009)
Elena Stancanelli – Le attrici (2001)
Elise Broach – Shakespeare’s Secret
Elizabeth Bear – Hell and Earth, Ink and Steel
Ellen Hart – Stage fright (Minotaur Books, 2004)
Ellen Shanman – Right before your eyes (Bantam Books, 2007)
Emily Prager – Clea en Zeus divorce (New York: Vintage Books, 1987)
Eric Ambler – Judgment on Deltchev (Random House, 2002, reprint)
F.J. Degenhardt – Der Liedermacher: Roman (1982)
Faye Kellerman – The Quality of Mercy
Fernando de Rojas – The Celestina; a novel in dialogue (1959)
Francesca Delbanco – Ask me anything (Norton, 2005)
Francine Prose – Glorious Ones (HarperCollins, 2007)
Francoise Sagan – Het onopgemaakte bed (vert. van Le lit défait) (Amsterdam: De Boekerij, 1987)
François–Olivier Rousseau – L’heure de gloire (1995)
Gary D. Schmidt – The Wednesday Wars
Gaston Leroux – The phantom of the Opera
George Garrett – Entered from the sun: the murder of Marlowe
Georges Coulonges – Un comédien dans un jeu de quilles : roman (Paris: Grasset, 1987)
Georges Simenon – De groene luiken (vert. van: Les volets verts) (Utrecht: Bruna, 1956)
Ger Thijs – Een sterke afgang (2002)
Ger Thijs – Grote gevoelens of: Mijn leven in de kunst (Amsterdam: De Harmonie, 1985), Het openluchttheater van Oklahoma (1993), Een sterke afgang (2002)
Gerrit Wassing – Alkestis in Brantgum : een verhaal (2000)
Glenn Ickler – Stage fright (SterlingHouse, 2005)
Grace Tiffany – My father had a daughter: Judith Shakespeare’s Tale; Will
Guido Van Heulendonk* – Paarden zijn ook varkens (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1995)
Gustav Herling* – Een witte nacht van liefde: theatrale roman (2001)
H. Mel Malton – Cue the dead guy: a Polly Deacon Murder Mystery (Napoleon, 2004)
Halina Reijn* – Prinsesje nooitgenoeg (Amsterdam: Prometheus, 2005)
Harry Mulisch – Het theater de brief en de waarheid: een tegenspraak* (2000), Hoogste tijd* (1985)
Harry Turtledove* – Ruled Britannia (New York: Great American Library, 2004)
Heinrich Mann – Professor Unrat (1981)
Helen Dore Boylston* – Carol Plays Summer Stock (1942), Carol Goes On the Stage (1943), Carol Goes Backstage (1944), Carol On Broadway (1944), Carol On Tour (1948)
Herman Koch* – Zomerhuis met zwembad (Amsterdam: Anthos, 2011)
Herman Pieter de Boer* – De artiestenuitgang (1987)
Inez van Dullemen* – Het gevorkte beest (1986)
Iris Johansen – An unexpected song (Bantam Books, 2006)
Iris Murdoch* – The sea, the sea (1978)
Ishmael Reed – Reckless Eyeballing (Dalkey Archive Pres, 2000)
J. Bernlef* [… et al.]: 15 theaterverhalen (1989)
J.B. Cheaney – The playmaker
J.B. Priestley – Lost empires : being Richard Herncastle’s account of his life on the variety stage from November 1913 to August 1914 (1965)
J.L. Carroll – The Shakespeare secret* (2007) – The Shakespeare curse* (New York: Plume, 2010)
Jack McDevitt* – Time travelers never die (New York: Ace Books, 2010)
Jan de Rooij – Bouillabaisse (Baarn: De Prom, 1986)
Jan van der Mast* – Mijn Hamlet! (2005)
Jane Smiley* – A thousand acres (London: Flamingo, 1992)
Jasper Fforde* – Something rotten (London: New English Library, 2004)
Jeanne van Schaik–Willing – Na afloop: dramatische kronieken (1957)
Jean–Pierre Énard – Le voyage des comédiens (1981)
Jerome Charyn – The green lantern: a romance of Stalinist Russia (Da Capo Press, 2005)
Jess Winfield – My name is Will: a novel of sex, drugs, and Shakespeare
Jill McGown – Scene of crime (Random House, 2002)
Joe Orton – Head to toe
Johan Fabricius – Goldoni, herinneringen van een oude pruik, vrij – zeer vrij – naar de ‘Memorie’ (1963)
Johann Wolfgang von Goethe – Wilhelm Meisters theatralische Sendung (1795/96); Wilhelm Meister’s apprenticeship (Princeton University Press, 2005, reissue)
John Banville – Eclipse (London: Picador, 2000)
John Varley – The golden globe (1999)
Jonathan Ames* – De figurant (The extra man)(Amsterdam: Prometheus, 1998)
Josephine Tey* – The daughter of time (1951) (Alan Grant mysteries; 4)
Jude Morgan* – Symphony (2006)
Judith McNaught* – Verscheurd door het verleden (Perfect, 1994), Fatale nacht (Someone to watch over me, 2003)
Judith Michael – Acts of love (New York: Crown, 1997)
Karen Harper* – Mistress Shakespeare (New York: Putnam, 2009)
Kate Thompson – Een lange hete zomer (It means mischief, 1998)
Katharine Kerr [et al.] – Weird Tales from Shakespeare
Kathleen Winsor – Calais. Op vleugels van een droom (Calais, 1979)
Kay Nolte Smith – Catching fire (1982), Venetian Song* (1994)
Kazimierz Brandys – Rondo (1991)
Keith McDermott – Acqua Calda (Westview Press, 2006)
Kirill Gradov – Aan de grond (Amsterdam: Bakker, 1986) (Vert. van: Tsjelovele… zvoetsjt gordo!)
Klaus Mann – Mephisto, Roman einer Karriere (1936)
Kurt Ziesel – Der Preis des Ruhms: Roman einer Schauspielerin (1989)
Laura Resnick* – Vamparazzi (New York: Daw Books, 2012)
Laurens Spoor* – Personen, personages: roman (Amsterdam: Van Gennep, 1996)
Leni Saris* – Wereld in droom (Westfriesland, 1963), Mijn leven, ons leven (Westfriesland, 1972)
Leo Beyers – De wind komt niet uit de bomen (1984)
Leon de Winter* – De hemel van Hollywood (Amsterdam: De Bezige Bij, 1997)
Leonard Beuger – Rood haar (1995)
Lesley Cookman – Murder in Steeple Martin (Accent Press, 2006)
Leslie Silbert* – De verspieder (The intelligencer) (Amsterdam: De Bezige Bij, 2004)
Lilian Lee – Afscheid van mijn minnares (Farewell to my concubine) (Houten: Van Holkema & Warendorf, 1993)
Linda Chapman – Schitteren als een ster (Bright lights) (Aartselaar: Deltas, 2004)
Linda Fairstein* – Death dance (2006)
Lindsey Davis – Last act in Palmyra (1996) (Marcus Didius Falco; 6)
Lisa Klein – Ophelia
Lisa Kleypas – Because you’re mine (Avon, 1997)
Lou Steenbergen – Koen : de jongen die niet zo nodig moest (1984)
Louis Couperus – De komedianten* (Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1917); Eline Vere
Louis Saalborn – De vader en de zoon : roman (1934)
Louise Shaffer – Family acts (Random House, 2007)
Lynn Freed – Home ground (1986)
M.J. Brusse – Achter de coulissen (1903)
Mac Wellman – Q’s Q: an arboreal narrative (Consortium, 2006)
Marc Acito – Attack of the Theater People / *Hoe ik mijn collegegeld betaalde: een roman over seks, diefstal, vriendschap en musicals (Amsterdam: Contact, 2006) (How I paid for college : a novel of sex, theft, friendship & musicals’ (2004))
Margaret Drabble* – The Garrick Year (1983)
Margaret Dumans – How to succeed in murder (Poisoned Pen Press, 2006)
Margaret Frazer – A play of Dux Moraud (Penguin, 2005); A play of lords (Penguin, 2007); A play of knaves; A play of Isaac (Joliffe mystery series)
Maria van der Moer – Een gebroken schommeltouw (1982)
Mary Renault – The mask of Apollo
Mats Berggren – Vals akkoord (Amsterdam: Elzenga, 1990) (Vert. van: Örent accord)
Matthias Biskupek – Eine moralische Anstalt : Roman mit richtigen Requisiten, letzten Vorhängen und Theaterblut (Berlin: Eulenspiegel, 1997)
Michael Craft – Desert Spring: a Claire Gray mystery (Gale, 2004)
Michael Korda – Het rode doek (Curtain : a novel, 1991)
Michael Malone – The delectable mountains: or, entertaining strangers (Sourcebooks, 1992); Foolscap: or, the stages of love (Sourcebooks, 2002)
Michael Merschmeier – Berliner Blut: Roman (1997)
Michael Paine – Stage fright (Penguin, 2006)
Michail Boelgakov – Het leven van de heer Molière (1973) / Zwarte sneeuw* (Black snow: a theatrical novel) (1999)
Miguel Cervantes – Don Quichot
Nachoem M. Wijnberg* – De opvolging (2005)
Ned Sherrin – Scratch an actor (London: Sinclair-Stevenson, 1996)
Neil Gaiman – The Sandman, Volume 3: Dream Country / The Sandman, Volume 10: The Wake
Ngaio Marsh – Enter a murderer (1935) (Roderick Alleyn; 2) / Final curtain* (Laatste scène) (1947) (Roderick Alleyn; 14) / Opening night (Roderick Alleyn; 16) / Death at the Dolphin (Roderick Alleyn; 24) / Light thickens (1982) (Roderick Alleyn; 32) / Photofinish* (1980)
Nicola Upson* – An expert in murder (Josephine Tey mysteries series) (HarperCollins, 2009)
Niko Bovenberg* – Werklicht: de avonturen van toneelknecht Kees (2002)
Olle Mattson – De trommel en de kruidenmand: Een zweedse schrijver
Ottavio Cappellani – Sicilian tragedy (Picador, 2008)
P.D. James* – The skull beneath the skin (1982) (Cordelia Gray mysteries; 2)
P.G. Wodehouse – The little warrior (1st World Library, 2006, ook verschenen als Jill the Reckless)
Pamela Koevoets – Bazen en slaven: een zwarte komedie (1991)
Pamela Rafael Berkman – Her infinite variety: stories of Shakespeare and the women
Paola Capriolo – De vrouw in de loge: roman (Vert. van: La spettatrice) (Amsterdam: Meulenhoff, 1997)
Pascal Lainé – De twijfelaarster (Breda: De Geus, 1994) (Vert. van: L’incertaine)
Paul Fournel – Un homme regarde une femme: roman (Paris: Seuil, 1994)
Paul Scarron – Wanfortuin der komedianten (Le roman comique, 1651-1657)
Pavlos Mátesis – De moeder van de hond (Amsterdam: Bakker, 1997) (Vert. van: I mitéra tou skýlou)
Penelope Fitzgerald – At Freddie’s (1982)
Peter Ackroyd* – The Lambs of London (London: Chatto & Windus, 2004)
Peter Römer* – Chantage (Amsterdam: De Fontein, 2012)
Philip Gooden – Sleep of death* (London: Robinson, 2000), Death of Kings (2001); The Pale Companion* (2002); Alms for Oblivion (2003); Mask of Night (2004); An Honourable Murder (2005); The Salisbury Manuscript (2008)
Philip Roth* – The Humbling (London: Cape, 2009)
Poul Anderson – A Midsummer Tempest
R.T. Jordan – Final curtain (Kensington, 2009)
Rachel Cline – What to keep (Random House, 2005)
Rebecca West – Sunflower (London: Virago, 1986: onvoltooide, in de jaren twintig geschreven roman)
Richard Armour – Twisted Tales from Shakespeare
Rien Broere* – De voorstelling (1998)
Rob van Reijn – Voetlicht & vetpotten : roman over Jan van Well in en om de schouwburg : een kroniek van Amsterdam 1772– 1818 (2000)
Robert Anker* – Een soort Engeland (Amsterdam: Querido, 2001)
Robert Kaplow* – Me and Orson Welles (Penguin, 2005)
Robert Nye – Mrs. Shakespeare: The Complete Works, The Late Mr. Shakespeare* (London: Chatto & Windus, 1998)
Roberto Quesada – Big Banana (Barcelona: Seix Barral, 2000)
Robertson Davies – The Salterton trilogy / Tempest–tost (1991)
Ronald Giphart* – Gala (boekenweekgeschenk, 2003)
Sarah A. Hoyt – All Night Awake, Any Man So Daring, Ill Met by Moonlight
Sarah Grazebrook – Foreign parts (1999)
Sarah Schulman – Girls, visions, and everything
Sarah Smith – Chasing Shakespeares
Seth Rudetsky – Broadway Nights: A Romp of Life, Love, and Musical Theatre
Shirley Conran – The revenge of Mimi Quinn (London: Macmillan, 1998)
Sholem Aleichem – Wandering Stars (Penguin, 2009)
Simon Hawke – A mystery of errors (2000) / The slaying of the Shrew (2001) / Much ado about murder (2002) / The merchant of vengeance* (2003)
Simone de Beauvoir – Uitgenodigd (L’invitée, 1943)
Stephanie Lehmann – Thoughts while having sex (Kensington, 2003)
Steven Philip Jones – King of Harlem
Stewart Lewis – Relative Stranger (Alyson publications, 2008)
Sue Frost – Verander de tijd (Redeem the time, 1997)
Susan Elisabeth Phillips – What I did for love (Morrow, 2009)
Susan Sontag* – In Amerika (In America, 2001)
Suzanne Harper – The Juliet Club
Suzanne Selfors – Saving Juliet
Tad Williams* – Caliban’s wraak (Amsterdam: Luitingh-Sijthoff, 1995) (Caliban’s Hour)
Tamara McKinley* – Droomvlucht (Dreamscapes) (Baarn: De Kern, 2007)
Terry Pratchett – Wyrd sisters* (1988) (Discworld; 6), Lords and Ladies (1992) (Discworld; 14), Maskerade* (1995) (Discworld; 18)
Tessa de Loo* – Rookoffer (1987)
Theun de Vries – Baron. De wonderbaarlijke Michel Baron, zijn leermeester Molière en de praalzieke zonnekoning (1987)
Thomas Keneally – The playmaker (Touchstone, 1993)
Threes Anna – De kus van de weduwe (2003) (online te vinden op http://www.threesanna.com/nl/)
Timothy Findley* – Spadework: a novel (New York: HarperCollins, 2002)
Trudi Pacter – Wild child (New York: Pocket Books, 1996)
Ulla Berkéwicz – Adam (Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1987)
Utta Danella – Liefde in de hoofdrol (Unter dem Zauberdach, 1976)
Virginia Tracy – Merely players: stories of stage life (1909)
Virginia Woolf* – Between the acts (London: Hogarth Press, 1970)
W. Somerset Maugham – Theatre (1937)
Wilfrid Sheed – Max Jamison: a novel (1986)
Willem Brakman* – De biograaf (1983)
Willem van Zadelhof* – Vuur stelen (Amsterdam: Meulenhoff, 2008)
Willy Corsari – Nummers: roman uit het cabaretleven (1932)

Arjen Lubach – Magnus

Arjen Lubach is theatermaker, verzorgt voor Koefnoen de ‘rapservice’ en schrijft scenario’s voor film en televisie.

Merlijn Kaiser hoort dat er in een Zweeds pretpark vreemde uitgaven worden gedaan met zijn creditcard. Hij is toneelschrijver en is bezig met een toneelstuk voor De Toneeltuin, ook schrijft hij teksten voor de Filosofiekalender. Hij besluit zijn koffers te pakken en amateurdetective te spelen. In Amsterdam voelt hij zich niet meer thuis, zijn vriendin Caro heeft hem verlaten voor een singer-songwriter en zijn vrienden heeft hij in maanden niet meer gezien. In Zweden komt hij meer te weten dan hij wilde. Hij ontmoet de dief van zijn creditcard, Magnus, een zonderlinge man, een fotograaf zonder inspiratie, met een dochter van 18, Cecilia. Merlijn krijgt een verhouding met Cecilia. Maandenlang verblijft hij in Zweden, daar werkend aan zijn toneelstuk voor De Toneeltuin. Tenslotte ontdekt hij hoe Magnus aan zijn creditcard is gekomen en dan ontdekt hij hoe Caro, zijn ex-vriendin, en Magnus en Cecilia zijn verbonden. Het boek is wat lastig te lezen door de vele terugblikken in het leven van Merlijn, onder andere over Caro. Epilepsie speelde ongewild een belangrijke rol in zijn leven, altijd moest niet alleen hij rekening houden met zijn epilepsie, maar ook zijn omgeving. De personages zijn aanwezig, Merlijn leeft, ondanks de epilepsie. Het boek is qua structuur opgezet als een toneelstuk, drie aktes, eindigend in de première van het stuk dat Merlijn heeft geschreven, ‘Een mooie dag voor een orgasme’, door de Toneeltuin ingekort tot ‘Een mooie dag’. Ironisch is de beschrijving van de scène na de première waar zijn naam wordt verbasterd en hij niet op het toneel wordt geroepen om geëerd te worden als de schrijver van het stuk. Caro en Cecilia ontmoeten elkaar weer, het einde van het boek is open.

Arjen Lubach – Magnus (Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2011)

Ik ga weer lezen

Het volgende nummer van Haghespel verschijnt pas in oktober, maar ik heb al heel lang niets meer gelezen wat met toneel te maken heeft. Ik heb nog wel wat liggen en heb net een kwartier zitten verspillen op zoek naar een boek in mijn blog dat ik volgens mij al gelezen had, maar nee hoor. Moet ik het toch gaan lezen. Eclipse van John Banville is het volgende boek. Verder heb ik nog liggen Sarah Bernhardt. De onverwoestbare lach van Francoise Sagan, wat op het randje is. Het is een biografie, maar in de vorm van een gefingeerde briefwisseling. Nog eentje van Francoise Sagan: Het onopgemaakte bed’. Verder nog Arjen Lubach, Magnus, ook al op het randje: het gaat over een singer-songwriter, dus ik moet maar zien dat het erin past. Ik heb nog wel tijd genoeg. De spoeling wordt overigens dun, de lijst is lang, maar lang niet alles is in de bibliotheek verkrijgbaar en ik ben echt niet van plan alles te gaan kopen. We zien wel waar het schip strandt.

Update: een volledige lijst is overigens te vinden op mijn website.

Adriana Trigiani – Lucia, Lucia

De toneelconnectie? Kit Zanetti, een schrijfster die toneelstukken schrijft, waarvan nog niet één is gepubliceerd. Ze komt haar bejaarde bovenbuurvrouw tegen, Lucia Sartori, een Amerikaanse van Italiaanse afkomst. Het boek is het boeiende verhaal van het leven van Lucia rond haar 25ste jaar. In 1950 is ze naaister bij een warenhuis en is verloofd met Dante DeMarino. Haar aanstaande schoonmoeder verwacht van haar dat ze haar baan opzegt en in huis komt helpen. Lucia wil blijven werken en vertelt Dante dat ze niet met hem gaat trouwen als hij van haar eist dat ze haar baan opzegt. Ongehoord voor nette Italiaanse meisjes in het Amerika van net na de Tweede Wereldoorlog.
Dan ontmoet ze John Talbot, een man te mooi om waar te zijn, ze wordt verliefd en wil met hem gaan trouwen. Hij laat haar voor het altaar staan, naar later blijkt omdat hij geen andere uitweg meer zag. Hij is een gokker, een bedrieger, heeft zijn en haar geld verloren, is volkomen blut en ziet geen andere uitweg dan weg te lopen. Hij wordt later door de politie opgepakt en wordt opgesloten.
Kit ontmoet Lucia als ze 78 is, Lucia vertelt haar levensverhaal aan Kit die hier een toneelstuk van wil maken. Door Kits toedoen ontmoet Lucia nog één maal John die op latere leeftijd weer de gevangenis is ingedraaid.
Magere toneelconnectie, maar wel een ontzettend leuk boek dat een goed beeld geeft van een jonge vrouw in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. In die periode is de emancipatie van de vrouw nog niet echt begonnen, zeker niet bij Amerikanen van Italiaanse afkomst die hun Italiaanse erfgoed inclusief mindere behandeling van vrouwen uit het moederland hebben meegenomen. In die tijd was het redelijk normaal dat een huwelijk gearrangeerd werd.

Adriana Trigiani – Lucia, Lucia (New York: Random House, 2003)

Philip Roth – The Humbling

Simon Axler, een 65-jarige acteur, verliest zijn zelfvertrouwen. Hij is er van overtuigd dat hij niet meer kan spelen, dat elke keer als hij het toneel opgaat, het een totale mislukking zal worden. Zijn vrouw, een voormalig danseres, kan het niet meer aan en vlucht naar Californië. Hij gaat tijdelijk naar een psychiatrische inrichting. Daar ontmoet hij Sybil Van Buren, een jonge vrouw die een zelfmoordpoging heeft gedaan, nadat haar man haar dochter heeft misbruikt. Zelfmoord wordt ook voor hem een obsessie, waarbij hij zich onder andere herinnert welke personages in toneelstukken zelfmoord plegen.
Dan ontmoet hij Pegeen Mike Stapleford, de dochter van oude vrienden van hem. Hij heeft in het begin van zijn carrière met hen samen in een toneelstuk gespeeld. Pegeen is genoemd naar één van de personages in dat stuk.
Zij is lesbisch vanaf haar 23ste. Nu is ze 40, werkt dichtbij aan een universiteit en belt hem op om hem weer te ontmoeten. Hij is 65. Ze beginnen een affaire, zij beëindigt daarvoor haar affaire met de vrouwelijke ‘dean’ van de universiteit. Hij overlaadt haar met cadeaus, kleding en laat haar naar een dure kapper gaan. Ze moet zich verdedigen tegenover haar ouders. En het loopt niet goed af.

De toneelconnectie met deze verlopen acteur is duidelijk. In zijn carrière heeft hij veel rollen gespeeld, onder andere Macbeth van Shakespeare, dat is één van de rollen waardoor hij de overtuiging kreeg dat het spelen niet meer zou lukken. De vele personages die uiteindelijk zelfmoord plegen in een stuk worden genoemd, het zijn ook rollen die hij heeft gespeeld (p. 38-39). Het eindigt met Tsjechov, ‘The Seagull’.
Het is één van de kortste boeken die Philip Roth heeft geschreven, het telt 140 pagina’s. Het is vlot en levendig geschreven, maar zit op de rand van pornografie door de vele seks-scènes in het boek.

Philip Roth heeft onder andere in 1997 de Pulitzer Prize gewonnen voor ‘American Pastoral’. Ook heeft hij de ‘Gold Medal in Fiction’ gewonnen, de grootste prijs die de ‘American Academy of Arts and Letters’ kan uitreiken.

Philip Roth – The Humbling (London: Cape, 2009)

Robert Kaplow – Me & Orson Welles

In het New York van de jaren dertig van de twintigste eeuw raakt Richard toevallig verzeild bij de repetities van ‘Julius Caesar’ van William Shakespeare en krijgt de rol van Lucius toebedeeld. De regisseur en producent van dit stuk? Niemand minder dan de beroemde Orson Welles, zelfs in die tijd, 22 jaar oud, al een beroemdheid met prachtige producties op zijn naam. De jonge Welles weet dat maar al te goed en is onuitstaanbaar en zwelgt in zijn roem.
Voor Richard is het een opwindende week, hij krijgt een rol in een stuk, wordt verliefd en verliest die liefde weer, verandert zijn naam – twee keer en ontmoet een toekomstige superster.
Het is zonder meer een goed te lezen boek dat vooral interessant is door de interpretatie van het beroepsleven van Orson Welles. Hij komt in dit boek over als een vreselijke man die teveel overtuigd is van zijn eigen genialiteit, maar is ook geniaal. Kaplow’s beschrijving van de première avond van ‘Julius Caesar’ is om te smullen, niet alleen vanwege de boeiende schrijfstijl, maar ook door de manier waarop Welles’ fantastische manier van spelen wordt beschreven.
Deze voorstelling van ‘Julius Caesar’ is werkelijk gespeeld in het Mercury Theatre en was inderdaad enorm succesvol.
Het boek is in 2010 verfilmd met Zac Efron in de rol van Richard, hij is vooral bekend door de Disney producties van ‘Highschool Musical’, maar deze jonge acteur is daar allang overheen gegroeid.

Robert Kaplow – Me & Orson Welles (San Francisco: MacAdam/Cage, 2003)

Peter Ackroyd – The Lambs of London

Peter Ackroyd is een Engelse schrijver die een bijzondere belangstelling heeft voor de geschiedenis van Londen. Naast biografieën en romans heeft hij ook diverse boeken geschreven over Londen.
The Lambs of London is het verhaal van de Engelse schrijver uit de achttiende eeuw Charles Lamb. Hij woonde als volwassene samen met zijn zuster Mary, die geestelijk niet gezond was. Ze vermoordde hun moeder in 1796.
In 1795, het jaar waarin het boek speelt wonen Mary en Charles samen met hun seniele vader en niet zo vriendelijke moeder. Charles werkt in het East India kantoor en Mary is huishoudster voor de familie. Zij ontmoeten William Ireland, een jonge boekverkoper. Hij claimt papieren te hebben gevonden die van William Shakespeare zijn geweest, waaronder een onbekend toneelstuk. Maar hij is een bedrieger.

Een veelbelovend begin, boeiend geschreven, maar tenslotte toch doorgegaan naar het einde. Charles Lamb was in het echte leven een essayist die samen met zijn zuster Mary Tales From Shakespeare heeft geschreven.

Peter Ackroyd – The Lambs of London. – London: Chatto and Windus, 2004.
Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.

A.S. Byatt – The virgin in the garden

Yorkshire, 1952, het verhaal van de familie Potter en hun omgeving. Het gaat om dochter Stephanie die aan Cambridge gestudeerd heeft. Ze wordt verliefd op de dominee, Daniel Orton, een man die in staat is het toneelstuk King Lear van William Shakespeare te lezen in bed.
De tweede dochter, Frederica, is verliefd op een collega van haar vader. Deze Alexander Wedderburn heeft een toneelstuk geschreven over Elizabeth I, ter ere van de kroning van Elizabeth II. Frederica wil hierin spelen.
Dan hebben we ook nog de 16 jaar oude Marcus, die geniaal is in wiskunde, maar ook een beetje vreemd.
Helaas kon het boek me van geen kant boeien, de toneellink werd gelukkig al in de eerste 40 pagina’s behandeld, zodat ik er dat uit kon halen, maar voor de rest hebben anderen het gelukkig al gelezen. Hier is de link voor een ander blog, de schrijver hiervan heeft het wel gelezen.

A.S. Byatt – The virgin in the garden (New York: Vintage Books, 1978)