Uitdaging: #WOT deel 35

Heel je leven hangt aan elkaar van uitdagingen, het eerste stapje, de eerste keer op de fiets, de eerste keer in een auto. Als je eenmaal volwassen bent, valt het wel mee met die uitdagingen. Het is een kwestie van je grenzen vaststellen en die kunnen best wel hoog liggen voor een volwassene. Het leven gaat zijn gangetje.

Het leven is een uitdaging

Vier maanden geleden stond mijn leven ineens op zijn kop en was de dag doorkomen al een uitdaging. Mijn wereld werd klein, heel klein tot twee maanden geleden. Toen kreeg ik mijn operatie en werd de wereld weer wat groter. Toen werd het weer een kwestie van uitzoeken waar mijn grenzen lagen. Lange trap op? Tong op mijn schoenen. Sport? Vergeet het maar even. Toen kwamen de eerste keren weer. De eerste keer een rondje lopen, fietsen, winkelen, bakkie doen op mijn werk, werken! uitdagingNaar mijn werk fietsen, heen dus, want ik had een lekke band en de terugweg was per metro en tram. De eerste keer weer sporten met Pedro: een ware uitdaging, ik was helemaal kapot en had mega-spierpijn, het hele weekend. En nu kom ik geleidelijk in zo’n overgangsfase terecht. Ik sta bovenaan een trap zonder te hijgen, ga sporten en ben niet helemaal kapot en het gaat goed. Maar nog steeds: niet rennen.

Verrassing

Aan mijn gewicht heb ik geen enkele aandacht besteed de laatste tijd. Kwam deels omdat ik te horen had gekregen dat ik niet meer mocht afvallen tot de operatie. En dat deed ik niet. Vanochtend stond ik voor het eerst sinds maanden weer op de weegschaal en daar was het, zonder de uitdaging die het altijd was: 77,4 kg.

Uitdaging = 1) Challenge 2) Motiverende prikkel 3) Opvordering tot de strijd 4) Opzettelijk vertoon 5) Provocatie 6) Uitlokking 7) Uittarting.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik.

Leesplannen: theater in romans en #MSL2018

Ik heb leesvaart. Door de vele vrije uren, ik werk nog niet volledig, heb ik veel tijd om te lezen en dus ook aan projecten mee te doen. In augustus heb ik meegedaan aan de Maand van de Klassieker #MKA2018. In september wil ik meedoen aan de Maand van de Surinaamse Literatuur #MSL2018, georganiseerd door boekblogger Jannie.

Theater in romans

Mijn project over theater in romans loopt al vanaf 2006 en is work in progress. Ik ben er nog steeds mee bezig en haal af en toe weer een paar boeken uit de bibliotheek. Nu heb ik een roman van een Finse schrijfster, Riikka Pulkkinen, De beste van alle mogelijke werelden. Daar gaat een bespreking van verschijnen op mijn blog. En ik heb nog een boek liggen van Michele Murgia, De lessen. Dat boek wil ik ook bespreken. Alle boeken die ik overigens heb besproken voor dit project staan op een aparte pagina op mijn blog, Boeken van A tot Z.

Maand van de Surinaamse Literatuur #MSL2018

Waarom wil ik meedoen? Ik lees weinig Nederlands en dat wil ik veranderen. Tevens heb ik nog nooit iets van een Surinaamse auteur gelezen. Hier vind je hoe #MSL2018 werkt. Dit wordt een verbreding van mijn leeshorizon. In de bibliotheek heb ik een aantal boeken uitgezocht die ik wil lezen. Deze titels lijken me interessant.

  • Voor mij ben je hier, dit is een verhalenbundel
  • Tussen Apoera en Oreala, van Clark Accord
  • Over het zoute water, van Henna Goudzand Nahar
  • Het geheim van mevrouw Grünwald, van Diana Tjin
  • Hoe duur was de suiker, van Cynthia McLeod. Dit boek is ook verfilmd.
  • Negerjood in Moederland, van Ellen Ombre

Hoeveel ik er ga lezen, weet ik nog niet. Ligt ook aan de hoeveelheid tijd en energie die ik heb. Maar ambitieus is het. Ook leuk, het is lang geleden dat ik zoveel heb gelezen en ook zo verschillende boeken.

Rob en de stroper van Tjot-Idi, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb twee klassiekers gelezen en besproken, zie Heren van de thee en Het roer kan nog zesmaal om. Maar ik vond dat er ook nog een jeugdboek bij moest.

Rob en de stroper van Tjot-Idi

rob en de stroper van Tjot-IdiVlak voor de zomervakantie een theorie-proefwerk over het hele jaar! Zoiets kan alleen de rector bedenken, of de “Ouwe” zoals iedereen hem noemt. Maar Jaap en Jan weten een oplossing: stiekem de vragen stelen uit de kamer van de rector. Rob Felten weigert hieraan mee te doen. Natuurlijk komt de Ouwe erachter door een anoniem briefje. Alles wijst erop dat Rob zijn mede-scholieren heeft verraden. Ze besluiten hem dood te verklaren. Een vakantie zonder vrienden en die vakantie zou wel heel saai worden zonder de joviale Dirk Petersen met zijn honden. Petersen blijkt Robs overleden vader te hebben gekend in Nederlands-Indië waar ze samen hebben gediend. Rob krijgt van Petersen een hond, Noor. Samen met Noor redt hij twee klasgenoten uit het water, hun boot slaat om en ze dreigen te verdrinken. Eén van de jongens blijkt degene te zijn die het anonieme briefje bij de rector in de bus heeft gegooid. Hij bekent en Rob wordt in ere hersteld.

Leeservaring

Het boek is in 1928 geschreven. Mijn editie uit 1976 ziet er heel modern uit maar het taalgebruik is nog steeds het ouderwetse taalgebruik uit het begin van de twintigste eeuw. De jongens vossen, ze zitten in de rats, doen brani en hebben het over patjakkers. Ze zitten op een jongens-HBS. Rob is natuurlijk een held in het verhaal. Niet alleen omdat hij zijn klasgenoot uit het water heeft gered, maar ook omdat hij niet bekend maakt aan zijn klasgenoten dat deze jongen het anonieme briefje had geschreven. Het boek eindigt daverend met een groot feest waar Rob en Petersen worden geëerd. Ze krijgen beiden een horloge, de stroper Petersen krijgt een baan als jachtopziener en ze krijgen een medaille van de koningin voor hun heldendaad. Een leuk, makkelijk geschreven boek dat best wel een aardig beeld geeft van de jeugd aan het begin van de twintigste eeuw.

Over J.B. Schuil

Jouke Broer Schuil, geboren in 1875, werd beroeps-officier. Hij trouwde in 1897 en ging samen met zijn vrouw naar Indië, waar ze tot 1905 verbleven. Toen gingen ze terug naar Nederland omdat zijn vrouw niet tegen het klimaat kon. Ze vestigden zich in Haarlem. In 1910 verscheen zijn eerste boek, Jan van Beek. Rob en de stroper van Tjot-Idi, dat in de eerste twee drukken Doodverklaard heette, was zijn vijfde boek en verscheen in 1928. In alle zes boeken die hij heeft geschreven, spelen HBS-ers de hoofdrol. Standsbesef is vanzelfsprekend. Volwassenen zijn er in de vorm van bemiddelde ouders en pleegouders, agenten, leraren en personeel. Meisjes spelen geen of een kleine rol in het verhaal. Het daverend einde is een kenmerk van vijf van de zes boeken. Ja, het is behoorlijk clichématig, maar wel leuk.
Het laatste boek van Schuil, Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen, was een vervolg op de eerste drie boeken en bracht alle hoofdpersonen bij elkaar. Naast deze zes jeugdboeken heeft hij ook diverse toneelstukken geschreven.

Het roer kan nog zesmaal om, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. Ik heb er al één gelezen, zie Heren van de thee en hier is de volgende.

Het roer kan nog zesmaal om

Dit boek bevat de voorlopige herinneringen van de schrijver Maarten ’t Hart. Hij beschrijft zijn jeugd, zijn studentenjaren, en zijn carrière als auteur. Omschreven op de flaptekst als “met de warmte en vrolijkheid die herinneringen bij hem opwekken, maar tevens met een behoorlijke dosis venijn.”

Waar gaat het over

Het roer kan nog zesmaal omHet boek is in 1984 verschenen. De schrijver is in 1944 geboren. Op veertigjarige leeftijd beschrijft hij zijn herinneringen. Okee. Gestructureerd is het, daar kan menig schrijver nog wat van leren. Elk hoofdstuk behandelt een onderdeel van zijn leven tot dan toe. Zijn jeugd komt ter sprake, een jeugd waarin de godsdienst een grote rol speelde. Dezelfde godsdienst die hij jaren later opzij zette, in het najaar van 1965 verloor hij zijn laatste restje geloof (p. 192). Een citaat uit het boek:

Een kind voedt zichzelf op, zeker zo’n koppige, eigenwijze eenling als ik er één was, die alles zelf lezen en ondervinden wilde. Wat men al die dominees die in mijn jeugd voorbij trokken hoogstens kan verwijten is dat zij mij zoveel bruikbaar materiaal voor al mijn  kinderangsten, ja die angsten zo gretig voedden met hun vaak bizarre bijbelse voorstellingen. (p. 217)

Leeservaring

Was het wat Ali? Ja, best wel. Het boek staat al jaren in mijn kast, maar ik kan me eigenlijk niet herinneren dat ik het ooit gelezen heb. Wellicht omdat het makkelijk leest en er niet iets opzienbarends in voorkomt. Hij is naïef en laat dat wel heel erg duidelijk naar voren komen. En het is pedant, hij is heel erg overtuigd van zijn eigen gelijk en vindt zichzelf geweldig. En dat is wellicht wat me tegenstaat in het boek, gecombineerd met dat venijn van ’t Hart. Over de schrijver J.M.A. (Maarten) Biesheuvel zegt hij dat het nooit wat kan worden met zijn schrijverschap. Biesheuvel kreeg tot verdriet van ’t Hart fantastische recensies voor zijn debuut, de verhalenbundel In de bovenkooi terwijl Stenen voor een ransuil niet zulke mooie recensies haalde. Het is niet aardig, wat hij zelf ook zegt. En het roer kan nog zesmaal om? Ja, dat zou kunnen, maar is niet gebeurd, getuige het vervolg op zijn biografie Dienstreizen van een thuisblijver. Daarin wordt verteld dat er in feite weinig is gebeurd behalve dan dat zijn werk vooral in Duitsland grote opgang heeft gemaakt.

Over Maarten ’t Hart

Maarten ’t Hart is geboren in Maassluis in 1944. Hij studeerde biologie in Leiden, deed daar ook zijn promotie en werkte als etholoog. Hij debuteerde in 1971 onder de naam Martin Hart met Stenen voor een ransuil. Een belangrijk thema in zijn werk is zijn Calvinistische jeugd en de afstand die hij daarvan neemt. Ook de natuur en de muziek nemen een belangrijke plaats in. Hij brak door met de roman Een vlucht regenwulpen, dit werk is ook verfilmd met Jeroen Krabbé in de hoofdrol. Hij kreeg in 1975 voor Het vrome volk de Multatuliprijs. In 1994 kreeg hij de Gouden Strop voor Het woeden van de gehele wereld. In 2003 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Maarten ’t Hart – Het roer kan nog zesmaal om. – Amsterdam: Arbeiderspers, 1984. – Privé Domein; 100

Weer aan het werk

Zeven weken later, zo kan ik dit stukje ook noemen. De operatie is ruim zeven weken geleden en ik ben opgeknapt en voel me goed. Goed genoeg om weer aan het werk te gaan.

Werken en sporten

trapWerken gaat natuurlijk in overleg met de Arbo arts waar ik vorige week mee heb gesproken. En met haar heb ik afgesproken dat ik twee weken 2-3 uur per dag aan het werk ga. Dat kan ik uitbreiden naarmate ik me beter voel tot ik weer fulltime werk, maar dat gaat in dit tempo wel even duren. Die eerste week viel niet mee. Dinsdag wilde ik na anderhalf uur weer naar huis. Donderdag had ik twee uur nodig voor ik het wel had gehad. Sporten ga ik ook weer doen. Ik ga mijn abonnement bij Health City weer oppakken, maar vooral rustig aan. Vandaag heb ik gezwommen in een ijskoud zwembad en vond mezelf geweldig met 20 baantjes. Komende week wil ik weer met Pedro sporten en met hem overleggen wat ik het beste kan doen om mijn conditie te verbeteren, want daar is de afgelopen zes weken weinig tot niets van over gebleven. Een beetje trap is me al teveel.

Lopen, niet rennen

Ik voel me goed, maar merk aan alles dat ik vooral niet te snel moet gaan. Ik kan voor mezelf wel denken dat 2-3 uur per dag niet veel is, maar aan het eind van de week voelde ik het echt wel. Lopen dus, niet rennen. Niet overdrijven. En mezelf tegenhouden, want mijn optimisme kent geen grenzen, eigenlijk moet ik er een hekje voor zetten.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Heren van de thee, een klassieker voor #MKA2018

Boekblogger Sandra organiseert in augustus voor de tweede keer de Maand van de Klassieker. De bedoeling is een klassiek boek van bijvoorbeeld een Nederlandse of Vlaamse auteur te lezen. Natuurlijk mogen ook klassiekers uit andere landen gelezen worden, maar aangezien ik weinig Nederlands lees is dit voor mij eigenlijk veel leuker.

Heren van de thee

Mijn klassieker is er eentje die al een aantal jaren in de kast staat en ik – zo te zien aan het eigendomsstempel – uit de boekenkast van mijn vader heb meegenomen. Oeroeg van Hella Haasse heb ik jaren geleden al gelezen. Deze Heren van de thee nog steeds niet.

Samenvatting

heren van de theeIn 1871 vertrok de jonge Rudolf Kerkhoven naar Indië, waarheen in de loop der jaren al vele leden van zijn familie hem waren voorgegaan. Heren van de thee is de geschiedenis van het echtpaar Rudolf Kerkhoven en Jenny Roosegaarde Bisschop, en van hun gezinsleven op de afgelegen theeonderneming Gamboeng in de Preanger. Heren van de thee is niét de geschiedenis van ontwikkelingen in de koloniale politiek van 1870 tot 1907, maar van mensen wier karakter, lotgevallen en onderlinge verhouding door die ontwikkelingen werden bepaald. Met goedvinden van hun nakomelingen zijn gegevens uit de familie-archieven door Hella S. Haasse in romanvorm verwerkt.

Waar gaat het over?

Aan het begin van het boek maken we kennis met Rudolf die in Delft studeert, terwijl een deel van zijn familie in Nederlands-Indië woont. Rudolf komt naar voren als een man die onzeker is vanaf zijn jeugd. Hij durft niet te vragen of zijn ouders werkelijk willen dat hij komt. Ook uit andere dingen blijkt dat hij niet zeker is van zichzelf en vindt dat zijn jongere broers voor getrokken worden. Hij maakt een moderne indruk, zeker in zijn jeugd waarin hij inziet dat de wereld verandert, maar wordt in de loop van jaren conservatiever. Eenmaal in Nederlands-Indië maakt hij kennis met de vele familieleden die er al zijn. Zijn ouders wonen op de theeplantage Ardjasaari, overdag in Indië, gedrag en werkzaamheden afgestemd op de onderneming, maar ’s avonds in een Europees aangekleed huis. Ook Rudolf blijft Europese trekken houden, zijn leven lang behoudt hij een afkeer van Indisch gekruid eten. In 1873 krijgt hij de koffieplantage Gamboeng in erfpacht, met financiële steun van zijn familie. Deze plantage wil hij voor thee gebruiken. Hij ontmoet Jenny Roosegaarde Bisschop bij zijn zuster Cateau, ze is dan 17. In 1878 trouwen ze, hun eerste kind Rudolf wordt in 1879 geboren, ze krijgen vijf kinderen in totaal. Het eerste gedeelte van hun huwelijk is hard werken, de plantage moet ontwikkeld worden. Pas later krijgen ze het wat beter als er een tweede plantage bij komt en de thee hier met grote winst verkocht kan worden. Uit alles blijkt dat Rudolf zich wil bewijzen tegenover zijn familie. Het gaat niet goed met Jenny die verbitterd raakt door het harde leven op de afgelegen theeplantage waar succes en rijkdom lang op zich laat wachten. Ze klaagt in een brief aan haar schoonzus dat ze niet gelukkig is. Ze houdt van haar kinderen maar beleeft geen geluk aan het huwelijksleven. In 1907 overlijdt ze, tragischerwijs geholpen door gif. Rudolf vraagt zich aan het einde van zijn leven af wat zijn geldingsdrang eigenlijk heeft opgeleverd, iets wat Jenny hem vaak in drift voor de voeten heeft gegooid.

Leeservaring

Het boek is apart, ontstaan uit een familiegeschiedenis beschreven uit het archief van de familie, bestaande uit dagboeken, brieven en geschriften. Hella Haasse heeft hier een bewuste keuze uit gemaakt. Het verhaal en de levens van Rudolf en Jenny zijn geromantiseerd en het eerste gedeelte is een verhaal. In het tweede gedeelte van het boek worden meerdere brieven geciteerd die een beeld geven van de voortdurende discussies over de theeplantages. De familie heeft daar een financiële bijdrage aan geleverd, maar over de vergoeding daarvan verschillen de meningen. Het boek geeft een duidelijk beeld van het leven in de kolonie aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Je ziet veel personeel in en om het huis. Wat mij opviel was dat de Nederlanders duidelijk afhankelijk waren van de inlandse bevolking onder andere door de slechte taalkennis. De vader van Rudolf bijvoorbeeld kent alleen Maleis, geen Soendaas, Rudolf spreekt deze taal wel. In ieder gezin worden de kinderen eerst thuis onderwezen en gaan vervolgens naar Nederland terug voor middelbaar onderwijs. Haasse heeft een voor mij typische stijl die me ook opviel in Oeroeg. Dat was voor mij rust en beschrijving, je hoort bij wijze van spreken het ruisen van de bomen. Ik vind Heren van de thee een mooie ervaring. Het maakt mij nieuwsgierig naar andere boeken van Hella Haasse

Hella Haasse

Hella Haasse (1918-2011) is vooral bekend geworden door Oeroeg, dat als boekenweekgeschenk verscheen in 1948, de historische roman Woud der verwachting, dat in 1949 verscheen en deze Heren van de thee. In haar lange schrijfcarrière heeft ze drie maal het boekenweekgeschenk geschreven. Toneelstukken zitten ook in haar oeuvre. Mijn toneelgroep heeft jaren geleden Een draad in het donker gespeeld. In 1983 is haar de P.C. Hooftprijs toegekend en in 2003 de Prijs der Nederlandse Letteren.

Hella S. Haasse – Heren van de thee. – Amsterdam: Querido, 1994, 28ste dr.

Thuis: #WOT deel 31

Ik zit al ruim vier weken thuis. Voor mijn operatie kreeg ik te horen dat ik rustig op zes weken genezingstijd mocht rekenen en dat klopt wel. Ik zit dus thuis, ben aan het genieten van het schitterende weer, lees, doe computerspelletjes, slaap en verveel me zelfs. Hoog tijd om weer wat activiteiten te ontplooien.

1) Achtergebleven 2) Bijwoord 3) Binnen 4) Binnenshuis 5) Eigen woning 6) Haardstede 7) Heem 8) Home 9) Huis 10) Honk 11) In de eigen woning 12) In eigen huis.

Huis

Ik vertel altijd dat ik een geboren en getogen Barendrechter ben. De waarheid heeft me wel achterhaald, want ik kan Den Haag ondertussen langer thuis noemen dan Barendrecht. Ik ben op mijn 25ste verhuisd, reken maar uit. Mijn geboortehuis is overigens niet meer, we woonden langs de spoorlijn en door de bouw van de Betuwelijn en de hoge snelheidslijn moest ons huis worden afgebroken. Thuis in Den Haag was achtereenvolgens een kamer (douche delen), een koopappartement, samenwonen, ander (huur) appartement, vervolgens weer een koopappartement.

Thuis

thuisDit is een fijn huis. Ik amuseer me hier wel, dichtbij openbaar vervoer, dichtbij winkels, dichtbij Kijkduin. Het is op de eerste verdieping, als de buurvrouw ooit weggaat neem ik haar traplift over. Dit huis noem ik thuis en wat mij betreft blijf ik hier wonen.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Zwembad: #WOT deel 30

Het is mijn vrijdagse routine. Eerst een training met personal trainer Pedro, vervolgens naar mijn andere sportschool lopen en daar het zwembad in en de spierpijn eraf zwemmen. Ook op andere dagen duik ik graag even het zwembad in na mijn training.

1) Bad 2) Bad voor in te zwemmen 3) Badgelegenheid 4) Badinrichting 5) Bassin 6) Gemeenschappelijk bad 7) Openbaar gebouw 8) Openbare sportplaats 9) Piscine 10) Pretparkattractie 11) Sportgelegenheid 12) Sportvoorziening 13) Sportaccommodatie.

Operatie

Ja, alles draait om die operatie de laatste tijd, want dat is de reden dat ik zes weken niet mag sporten. Ik mis het, en ik mis dat zwembad. Lopen en fietsen is mijn beweging op het moment. Ik kan ervan genieten, lekker in het zwembad liggen, baantjes zwemmen, de spierpijn uit mijn spieren voelen wegvloeien. En daarna is het altijd heerlijk even de sauna in te gaan en te douchen. Bommetjes zijn er niet bij. Het zwembad in de sportschool is keurig verdeeld in drie banen, dit juist om te voorkomen dat mensen bommetjes gaan doen. Dat heb ik maar één keer gedaan. Vorig jaar, toen het zwembad wegens verbouwing twee maanden gesloten was en eindelijk weer werd geopend. Wat een vreugde.

Iedere donderdag publiceert @drspee een woord waar je over mee kunt bloggen, vloggen, ploggen of op een andere manier kunt meedoen. WOT betekent Write on Thursday. Het woord van deze week staat hier.

Dat zwembad heb ik eerder gebruikt en wel hier, in die #WOT over alleen zijn.

Drie weken later

Het is drie weken geleden, die operatie. En het is me alles meegevallen. Weinig pijn, geen misselijkheid, vrij snel weer op de been. Vrijdag geopereerd, dinsdag weer thuis.

Na de operatie

Mijn optimistische tweelingzus wil wel eens overdrijven en niet goed luisteren. Als iemand dus tegen mij zegt dat het zes weken gaat duren voor ik weer het mensje ben, wil mijn optimistische zus daar vier weken van maken. Ik heb mijn tweelingzus maar weggestuurd. Eén activiteit per dag en ik moet uitrusten, dat schiet nog niet echt op. Ik breng mijn dagen dus door met gedoseerde activiteiten. Sport mag ik voorlopig even vergeten. Tweelingzus wilde eigenlijk na vier weken al weer gaan sporten, maar ik krijg voortdurend te horen dat ik daar toch echt zes weken mee moet wachten. Ik mag lopen en fietsen. Sporten komt wel weer evenals werken.

Controle

Een week na vertrek uit het ziekenhuis mocht ik weer langs komen bij de chirurg. Even laten zien hoe het met me gaat en de uitslag horen van het stuk darm dat eruit is gehaald. En het is dus alleen maar goed nieuws. Een tumor van 4 ½ cm en 20 lymfeklieren zijn eruit gehaald. De lymfeklieren zijn allemaal schoon. Met andere woorden: geen kanker meer. In januari mag ik terugkomen voor de volgende controle. Ik mag nog terug naar de longarts voor de sarcoïdose die ik als cadeautje erbij heb gekregen. En ik mag nog naar de champagnecardioloog voor een onregelmatige hartslag die tijdens het ziekenhuisverblijf werd geconstateerd. Maar voor de rest? Feestje.

Foto: Pixabay, CC0 gebruik

Theater in romans: Hollywood Baby Affair

Anna DePaloHollywood actrice Chiara Feran moet haar reputatie beschermen onder andere tegen haar gokverslaafde vader en een stalker. Entree Rick Serenghetti, stuntman in de film waar ze op dat ogenblik in acteert. Rick wordt haar bodyguard en haar nep-vriendje. Wat ze niet weet is dat Rick stinkend rijk is en een deel van de film heeft gefinancierd. So far, so good, maar we hebben het over een boeketreeksje. En niet meer die dingen van dertig jaar geleden waar man en vrouw wel mochten zoenen, maar geen seks hadden. Dat gedeelte wordt ruimschoots goed gemaakt in dit heerlijk weglezende niemendalletje waarin natuurlijk alles goedkomt met Chiara’s vader en de stalker wordt opgesloten. De beide nep gelieven worden natuurlijk stapel verliefd op elkaar, gaan uit elkaar door een misverstand, want ook dat hoort er nog bij, maar komen natuurlijk weer bij elkaar als Chiara zwanger blijkt te zijn.

Boeketreeksjes

Ik heb ze verslonden in mijn jeugd, die boeketreeksjes. Heerlijk vond ik het. Makkelijk om te lezen, leuke tussendoortjes en een beetje wegdromen mag. Die boekjes waren allemaal in dezelfde structuur geschreven. Man en vrouw komen elkaar tegen, mogen elkaar niet, maar kussen binnen twee hoofdstukken, krijgen slaande ruzie in hoofdstuk 6 en in het laatste hoofdstuk krijgen ze elkaar. Het meest sensuele wat er 30 jaar geleden in voorkwam was een zoen, de rest moest je er maar bij denken. De boekjes van tegenwoordig kennen wel seks, en mannen en vrouwen waar de stoom van afkomt en vaak ook baby’s voor het boek uit is. Een overblijfsel uit die oude boekjes: de mannen zijn vaak stinkend rijk, de vrouwen zijn zonder uitzondering knap. Die ene die ik een tijdje geleden las, waarin een soort plain Jane voorkwam: uitzondering. En bovendien werd plain Jane een prachtige mooie zwaan. Deze boeketreeks is in ieder geval een luchtige aanvulling op mijn theater in romans lijst.

Anna DePalo – Hollywood Baby Affair. – Harlequin Desire, 2017.

Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.