Over een varen en zijn huisgenoten

De varen ritselde rustig. Twee dagen was hij nu in dit nieuwe huis en het begon al te wennen. Mooie grote zonnige kamer, veel gezelschap en dat waren ook best wel grote planten. Die grote tegenover hem had nog geen woord gezegd, maar de plant om de hoek, die in de kerstbak, had al gezegd dat de grote wat eenkennig was. En de kerstbak had ook verteld dat de eigenares van het huis niet zo scheutig was met water. Eens in de twee weken liep er een andere vrouw rond die schoonmaakte en ook de planten water gaf. Maar die was al een tijdje niet geweest.

Verhuizing

De varen had de verhuizing als enigszins traumatisch ervaren. Niet alleen was hij in het plastic verpakt zodat al zijn bladeren dicht opeen zaten, maar ook zat hij in een doos met negen andere planten. Twee dagen lang! Op donderdag ingepakt en dankzij een bezorger die drie keer de weg was kwijtgeraakt, pas vrijdagmiddag laat aangekomen in het nieuwe huis. De vetplant had er bladeren van verloren, zo traumatisch was het geweest. Het kleine roze mini plantje stond ernaast en troostte hem. De Calathea kwinkeleerde, die had het naar zijn zin. Hij stond in een ouderwetse pot met zwarte en gele strepen, en vond zichzelf geweldig. Ja, hij had een naamkaartje, net als de bananenplant. Zij hadden hun identiteit, maar de rest was uit de kas gehaald en had geen naamkaartje gekregen. Ze stonden allemaal enigszins beduusd te zijn.

De oude bewoners

De varen rekte zijn bladeren. Dat waren toch Kalanchoë’s in de vensterbank? Makkelijke plantjes, konden in de zon, daarom stonden ze daar natuurlijk. Maar wel ongezellig, want zij wisten natuurlijk meer van dit huishouden. Op de kast stond een kleine broer van de grote tegenover de varen. Niet zo goed gegroeid? Te weinig in het licht gestaan. Nu stond hij wel goed. Er zat wel een bruin blad in, dat moest er wel uit. De varen ritselde ongerust. Het was maar afwachten hoe de verzorging zou worden. Te weinig water was niet goed, maar teveel water ook niet. Zeker niet voor het vetplantje dat nog stond te acclimatiseren op de tafel. Hij had vandaag nog geen blad verloren, dat was een goed teken. De varen schraapte zijn keel en vroeg aan de grote bol met lange bladeren, “Wat denk je? Krijgen we vandaag water?” De bol keek hem aan, “ik denk het niet, wij oudgedienden hebben begin van de week water gekregen, ze is er niet scheutig mee. Beetje vergeetachtig.” De beide vetplantjes in de rekje in de hoek beaamden het, maar zij vonden het niet erg. Die werkster eens in de twee weken, die voelde ook niet of ze nog water hadden. Dat was wel erg. Gelukkig gooide het vrouwtje het overtollige water er wel uit. De varen zuchtte verlicht. Dat viel mee. Toen werd het rustig in huis, want ze ging de deur uit.

https://www.flickr.com/photos/alyda/49820415088/in/dateposted-public/

Gewenning

Uren later kwam ze weer terug. Alle planten waren tot rust gekomen, het wende wel dit nieuwe huis. De oudgedienden waren benieuwd naar hun nieuwe maatjes en het geklets was niet van de lucht geweest. Maar nu was iedereen weer stil, tot ze met een gieter rond begon te lopen en alle nieuwe plantjes water ging geven. Ook haalde ze bruine bladeren weg bij alle planten. De varen ritselde tevreden met zijn bladeren en strekte zich uit. Dit zou gewoon maar eens een goed huis kunnen worden. De plant in de kerstbak stak al zijn blaadjes blij de hoogte in, want hij kreeg ook water. Dat had hij ook wel nodig, want hij zag er niet heel gezond uit. En ze begon te praten tegen haar plantjes. Uit alles bleek dat zij het ook heerlijk vond. Nieuwe plantenkindertjes, nieuwe aanwinsten waar ze goed voor zou zorgen. Natuurlijk ook uitzoeken wat ze nou waren, zodat ze de goede verzorging zou kunnen aanbieden. Het kwam allemaal goed.

De planten in dit verhaal zijn bij plantje.nl gekocht. Tien planten in een kneusjesbox, het is een verrassing wat je krijgt, maar ik geniet ervan. Klik vooral door naar de foto’s op Flickr, want daar staan ze alle tien.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 26, hier kan je aflevering 25 vinden.

Een story over Instagram

Het ging vanochtend over stories in de Instagram live van Elja, en daar was het een tijdje terug ook al over gegaan. Toen had ik gezegd dat ik mijn eerste story nog moest maken. Daar was het dus nog steeds niet van gekomen. Vanochtend werd me verteld dat je er gewoon mee moest beginnen en dat het zo LEUK is.

Wat is een story op Instagram?

Wat is een story eigenlijk? Het is een reeks bewerkte foto’s, video’s en gifjes die na 24 uur in principe weer verdwijnen. Door alles achter elkaar te zetten kan je een verhaal vertellen. De beelden spelen achter elkaar af en vormen een video. Je kan hem door swipen door gewoon op het scherm te tikken. Je kan hem stoppen door je vinger op het scherm te zetten, wel makkelijk met veel tekst. Stories worden gemaakt door heel veel Instagrammers en ik kijk ze ook graag. De stories worden vaak ondertiteld, dat is een groot voordeel als je zoals ik op je werk die dingen zit te bekijken. Ik kijk zonder geluid.

Mijn eerste story

Ik ben geen specialist, dus ik heb me voorbereid door wat informatie te verzamelen. Elja heeft iets geschreven over stories maken. Marketingfacts heeft de ultieme beginnershandleiding voor stories. En ja, het is zo gebeurd, foto maken, op verzenden drukken, klaar en gedeeld voor ik er erg in had hoe je foto’s moest toevoegen. Voor de tweede heb ik foto’s uit mijn galerij gevist, tekst toegevoegd en deze gedeeld. Zo, dat is makkelijk! Ja, totdat ik verder ga lezen in de handleidingen en zie dat ik hashtags kan toevoegen, stickers en van alles en nog wat. Oh, en ik kan ook filmpjes maken. Mezelf op bewegend beeld vind ik ongeveer het ergste wat er is, dus dat ga ik denk ik nog niet doen. Maar die stickers zijn wel wat, want dan kan je bijvoorbeeld een vraagsticker toevoegen waar de kijker iets in kan typen. En je kan gifjes toevoegen, een superkorte video van 3 seconden die blijft herhalen en die kan je zelf ook maken! Dat wordt wat voor de gevorderde klas. Voorlopig eerst maar kijken hoe dit gaat. Want die eerste story is een feit en ik ga nog wel meer experimenteren.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 23, hier kan je aflevering 22 vinden.

Een verhaal in 10 afleveringen, #tendaystory

Ik verdwaalde op mijn eigen site vandaag. Dat heb je met Pasen waarbij het devies is #blijfthuis. Tel daarbij dat ik me niet helemaal fit voel en het is compleet. En ik begon na te denken over een verhaal. Vorig jaar heb ik meegedaan aan de #twentydaystory van Martha. Dat vond ik zo leuk dat ik ook mee ging doen aan haar prompts voor verhalen. Kijk vooral op mijn site voor de verhalen die ik tot nu heb geschreven. Dat stopte in maart, door de c-crisis. Mijn concentratie was niet dusdanig dat het allemaal lukte. Maar nu wil ik het toch weer gaan doen, zo’n verhaal in afleveringen. De opzet? Waarschijnlijk gaat het weer net zo als vorig jaar, dat ik zit te zweten over de cliffhangers. Het wordt nog spannender omdat ik niet van plan ben op achtereenvolgende dagen afleveringen te publiceren. Het wordt ook geen #twentydaystory, maar een #tendaystory. Ga ik voortborduren op Dineke en Joris? Ze figureren. Want onderstaande eerste zin komt uit mijn #twentydaystory van vorig jaar.

1

Onderweg naar huis gingen Dineke en Joris zo op in hun gesprek dat ze vergaten door te rijden bij groen licht.
Maaike stond achter ze te wachten. Ze gebruikte haar fietsbel toen de twee het groene licht lieten gaan. Ze keken beiden om. “Sorry”, riep de jongen, “we gaan opletten”.
Ze glimlachte. “Geeft niet”, riep ze. Bij het volgende groene licht reden ze alle drie door. Ze was blij toen de twee een eindje verderop rechtsaf sloegen en zij rechtdoor moest. Ze bleef er moeite mee houden, andere mensen in haar nabijheid. Bij haar huis ging ze meteen achterom, haar fiets in het fietsenhok zetten. Ze had er helemaal geen zin in dat ’s avonds laat te gaan doen. Dan kon het zo donker zijn, zelfs met de extra verlichting die een maand geleden was opgehangen. In de hal van de flat wachtte ze even tot de buurvrouw naar boven was gegaan. Ze nam de volgende lift en drukte de deur dicht voor er iemand bij kon komen. In de gang van haar huis was het licht al aan. Leve de app die haar toeliet het licht aan te doen voor ze thuis was. Ze deed haar deur op slot en hing haar jas op in de kast. De woonkamer was zonnig, licht en vrolijk, en ze stond stil om ervan te genieten. De beste beslissing die ze had genomen de laatste jaren was deze flat te kopen.

2

Ze liep door naar de keuken en zette thee voor zichzelf. Ze nam het glas mee naar haar stoel en zette het in de vensterbank. De stoel schoof ze schuin zodat ze naar buiten kon kijken. Ze dook erin weg. Het uitzicht was mooi deze avond. Een mooie heldere avond. Ze kon het park aan de overkant van het water goed zien. Er waren een paar mensen aan het sporten, er liepen joggers voorbij. Ze kon duidelijk de buurman van een paar flats verderop zien. Diens knalrode vest was herkenbaar uit duizenden. Zijn hond rende ook voorbij. Ze stond op, liep naar haar verrekijker en richtte deze op het park. Wie zat daar nou op het bankje? Een man in een donker trainingspak zat er uit te rusten. Ze nam haar thee erbij en zwaaide haar verrekijker naar het sportparkje. En daar zag ze de vrouw die altijd samen met die man aan het sporten was. Zij was nog wel bezig. Ze keek nog steeds toen de vrouw ook stopte en naar de man op het bankje liep. Hij lachte en zij trok hem overeind en kuste hem. Samen liepen ze weg.

3

Ze nam een slok thee. Dit waren oude bekenden, ze zag ze minstens drie keer per week in het sportparkje. Ze ging weer in haar stoel zitten. Het werd langzamerhand donker, maar ze deed geen extra licht aan. Er kwam van buiten nog voldoende licht. De telefoon ging en ze keek op het schermpje, het was haar zus Nora. Ze nam op. ‘Ja?’ Nora tetterde in haar oor. ‘Het is gelukt! Ik heb kaartjes voor volgende week zaterdag! Ga je mee?’
Ze moest even nadenken, Nora wilde naar een musical. En zij vond die ook leuk. ‘Waar was het ook al weer?’
Nora zei, ‘dat was nou juist zo mooi. In het Stadstheater. We kunnen het lopen bij jou vandaan. Vijf minuten! Lekker makkelijk. Ik kom zaterdag wel bij jou eten. Als je niet wilt koken kunnen we wel wat bestellen.’
Maaike kneep haar ogen dicht, dat tempo van haar zus, daar kreeg ze af en toe hoofdpijn van. Ze hoorde buiten lawaai en keek naar het park, het was iemand die zijn fiets een beetje luidruchtig tegen het bankje gooide. ‘Maaike!’
Ze richtte haar aandacht weer op de telefoon en haar zus. ‘Ja, ik weet het weer. Musical. Stadstheater. Jij komt hier eten. Wil je ook blijven slapen? Anders moet je midden in de nacht op je fiets naar huis en je weet dat ik dat niet leuk vind.’
‘Ach lieve zus, je bent altijd overbezorgd. Maar ik blijf wel slapen hoor, dan kunnen we zondag samen een stuk hardlopen en dan ga ik daarna weer naar huis. Ik ben er zaterdag rond vier uur.’
Maaike hing op en keek naar de fietser in het park. Er was een man op het bankje gaan zitten. Zijn fiets stond nu recht.

4

En toen zat de schrijfster met een dilemma. Want dit zo ijverig begonnen verhaal dreigt geen einde te krijgen vanwege? Geen idee eigenlijk. Het plan was echt elke dag iets erbij te schrijven en het lukt gewoonweg niet. Dus krijg je weer van die stukken tussendoor dat de schrijfster over het verhaal nadenkt. Maar dat komt ook, lieve lezers, omdat ik jullie te lang laat wachten. In april begonnen, in september eindelijk een deel 3 en nu is het oktober en moet er echt een eind aan komen. Want deze schrijfster gaat een boek schrijven. En daar moeten in oktober eigenlijk de voorbereidingen voor beginnen. Want in november begint #nanowrimo. Het is voor de schrijfster niet goed als er twee verhalen door elkaar lopen. Dan krijg je het effect van seriemoordenaars die per ongeluk door een romance heen lopen. Maaikes verhaal moet dus in oktober afgerond worden. Na deze tussendoor aflevering komen er nog zestien, als de schrijfster er braaf elke dag voor gaat zitten, moet dat op 24 oktober afgerond kunnen zijn. Morgen dus het vervolg. Wat ziet Maaike in het park?

5

Ze draaide de verrekijker naar het bankje, want met dat blauwe vest had ze wel een vermoeden wie het was. De ergernis kwam in haar op en ze keek naar de man. Het was hem niet. Het blauwe vest leek wel op het vest van Eric, maar het was hem niet. De man stond al weer op en er kwam een tweede man bij die zijn fiets naast die van de man in het blauwe vest zette. Met zijn tweeën begonnen ze aan rek- en strekoefeningen. Na een paar minuten liepen ze weg, in de richting van het sportparkje. Daar gingen ze aan voorbij en verloor Maaike ze uit het oog. Ze draaide de verrekijker naar beneden en haalde diep adem. Haar hand trilde. De telefoon ging weer, ze schrok ervan. Ze pakte hem op en keek naar het schermpje. Een onbekend nummer. Ze nam niet op, maar legde de telefoon neer en nam een slok thee. De telefoon rinkelde nog even en de beller gaf het op. Ze kalmeerde weer. Alleen de gedachte al dat Eric zo dicht in de buurt kon zijn was voor haar moeilijk. Ze kroop weg in haar stoel.

verrekijker
Afbeelding van sidgarg via Pixabay

6

De volgende dag was het zondag. Wasdag voor Maaike, gelukkig was het mooi weer, want dan kon ze het buiten hangen. Maar eerst ontbijt en koffie bij het raam. De telefoon ging en zonder erbij na te denken, nam ze op. “Ja?” zei ze en verbeet zich meteen. Ze had niet gekeken wie het was.
“Eindelijk” klonk het aan de andere kant, “neem je die telefoon nooit op?”
Eric! Damn! Ze wilde ophangen, maar Eric bleef praten.
“Maaike, alsjeblieft, niet ophangen. Het enige dat ik wil is met je praten en dat lukt niet als je niet opneemt, of meteen weer ophangt.” Ze bleef stil zitten.
“Het spijt me, okee? Jij en ik, we kennen elkaar al heel lang en ik zou je beter moeten kennen, maar ik heb het echt ontzettend fout gedaan. Ik weet niet of ik het goed kan maken. Ik sprak je zus een week geleden toevallig en ze wilde eigenlijk niet met me praten, maar ik maakte wel uit haar woorden op dat je het gewoon niet makkelijk hebt op het ogenblik.”
De tranen stonden in haar ogen.
“Kunnen we elkaar een keer ontmoeten? Ik heb jouw ‘Lord of the Rings’ nog, dan krijg je die meteen terug. Neutraal terrein Maaike, een terras of zo. Als je niet wilt, kan ik dat boek wel een keer aan Nora geven, haar werk is vlakbij het mijne. Maaike?”
Ze nam een beslissing. “Het is goed, we ontmoeten elkaar wel een keer. Ik stuur je wel een bericht.” Ze hing de telefoon op en zat nu echt te huilen. Tussen de tranen door probeerde ze het nummer van haar zus te vinden.

7

Nora had een uur nodig om haar zus te kalmeren. Maaike zat te huilen aan de telefoon. “Lieverd, rustig nou.” Nora zuchtte. Ze wist wat er was gebeurd, ze wist dat Maaike het moeilijk had, maar ze had geen oplossing voor haar zus. Stilletjes was ze het met Eric eens, de twee moesten gewoon praten. Uit solidariteit met haar zus had ze weinig tegen Eric gezegd toen ze hem tegenkwam. Maar ze had wel tegen hem gezegd dat hij echt moest proberen te praten met Maaike. Maar hij had tegen haar gezegd dat het knap moeilijk was omdat Maaike de telefoon niet opnam als ze zag dat hij het was. Dat wist hij omdat hij vaak genoeg geprobeerd had te bellen op momenten dat ze thuis moest zijn.

“Lieve schat”, zei ze tegen haar zus, “je hebt het nu besloten. Je gaat met Eric praten. Als je nou gewoon meteen de knoop doorhakt en dat komende week doet. Je bent vrij dan. En zeg dan wanneer het is, want dan neem ik vrij en ga ik mee, en blijf ik in de buurt. Als er dan wat is, kan je mij erbij roepen. Is dat een idee? En doe het in het begin van de week, anders blijf je er tegen aan hikken en verpest je die vrije week. Ja? Idee?” Ze wachtte op antwoord van haar zus. Maaike was nu gekalmeerd en snufte wat na. “Maaike?”
Ze nam een slok koffie en trok een lelijk gezicht. “Koude koffie, jakkes!” Nora had wel gelijk, ze had het nu toegezegd, dan maar meteen door de zure appel heen bijten. Ze wilde in die vrije week toch leuke dingen doen. “Ik stuur hem vanavond een bericht. Dinsdagmiddag, bij de Roos en Doorn, die hebben een terras. Vind je dat wat?” Nora zei, “als jij het wat vindt, vind ik het ook wat. Laat het me weten als het lukt.”

8

Dinsdagmiddag zat Maaike ruim voor 4 uur bij de Roos en Doorn. Het was zonnig weer en ze had een schaduwplek op het terras gevonden. Ze wilde niet en ze wilde wel. Wat ze vooral wilde was dat het afgelopen jaar niet was gebeurd. Ze schrok van het meisje dat bij haar tafel bleef staan en haar vroeg wat ze wilde drinken en ze bestelde een glas witte wijn. Aan de overkant van de weg zag ze Nora haar fiets parkeren en ze was blij dat haar zus op tijd was. Nora zwaaide en bleef aan de andere kant van de weg, waar een deel van het terras was. Het meisje zette het glas wijn neer en een schaaltje met het bonnetje erin.

Ze was erop verdacht, maar ze schrok toch toen Eric in de stoel naast haar ging zitten. Hij legde een dik boek op tafel, Tolkien. “Ik heb het zelfs nog uitgelezen”, zei hij. “Hoe is het met je Maaike?”
Ze keek hem aan, drie maanden hadden ze elkaar niet gesproken en hij ging voor het grootste cliché uit de wereld. Ze stond op, gooide het glas wijn in zijn gezicht, pakte het boek op en liep weg. Eric bleef stomverbaasd zitten. Aan de overkant sprong haar zus op, liep opgewonden naar haar toe, en gaf haar een high five.

9

De twee zaten giechelend op het terras. Maaike en Nora dronken nooit veel, dus die tweede fles wijn was misschien teveel, maar het moest even gevierd worden. Nora prikte de laatste van haar gamba’s aan haar vork. Toen het ding op was schoof ze haar bord weg, ze was verzadigd. Ze keek Maaike nadenkend aan. “Wat gaat er nu komen Maaike? Is het weg? Al die gevoelens over Eric?”
Maaike veegde met haar laatste gamba het laatste restje saus van haar bord. Ze dacht zorgvuldig na voor ze iets zei.
“Weet je, ik had eigenlijk van tevoren moeten zijn dat hij een eikel was.”
Nora onderbrak haar, “dat is kennis achteraf, zo moet je niet gaan denken.”
Maaike keek haar zus aan, “maar ik had het wel kunnen weten, want Ilse, weet je wel, mijn collega, was ook niet blij met hem. En vandaag. Het was zo raar, maar op de een of andere manier was het ineens teveel. Hij stalkt me maandenlang, houdt alleen maar op omdat Peter hem hard aanspreekt en wil nu ineens weten hoe het met me is.”
Nora knikte, haar vriend Peter zat bij de politie en was een keer op bezoek geweest toen Eric haar zus lastig viel met sms-jes, appjes en bij haar langs kwam op haar werk. Eric was vervolgens gestopt, volgens Peter omdat hij inzag dat hij wel heel obsessief bezig was. Maar Peter had ook gewaarschuwd. Stalkers konden heel vasthoudend zijn, hij had dus Maaike gewaarschuwd voorzichtig te zijn. Ze deelde het restje wijn over beide glazen en keek haar zus aan. Het zou wel goedkomen, maar ze zou haar zus wel in de gaten houden.

10. Einde

“En nu?” Bestraffend keek Maaike naar de schrijfster. “Serieus, eerst moet het verhaal over twintig delen in twintig dagen. Vervolgens vergeet je me gewoon en beloof je het af te maken. Dan vergeet je me weer en uiteindelijk wordt het tiendelig? Leuk ben je.”

De schrijfster keek beschaamd, het was natuurlijk haar goed recht om te doen waar ze zin in had, maar het was wel zo dat de vorige #twentydaystory uiteindelijk twintig delen had gedeeld, in plaats van deze tien delen. Maar het was een beetje bergafwaarts gegaan. Wel dagelijks bloggen, maar niet het verhaal bijwerken. Vervolgens niet meer dagelijks bloggen, maar ook niet het verhaal bijwerken. Er waren echt wel losse eindjes in dit verhaal, wat heet, er waren losse eindjes afgeknipt.

Maaike proostte ondertussen met haar zus, en die ging nog even door met saus van haar bord halen. Maaike keek schuin naar de schrijfster. “Wat ga je nou doen? Ik zit hier in een verhaal met een stapel losse einden van heb ik jou daar. Ik eis toch wel een nieuw verhaal eigenlijk.”
Hier werd de schrijfster weer streng. “Ho even, dat bepaal ik. Ik geef volmondig toe, dit heb ik niet goed afgerond, maar nieuwe verhalen komen toch gewoon uit mijn fantasie en daar pas jij misschien niet meer in.”
Maaike keek nadenkend en dronk wat wijn. “Hou me in portefeuille dan, zo noem je dat toch? Daar kan ik wel mee leven. Als je er goed over nadenkt, kan je mij best nog wel ergens kwijt in een verhaal. Eric is voorbij, dus je moet wat verzinnen. Maar dat kan je wel, ik heb vertrouwen in je.” Ze richtte zich weer naar haar zus die ondertussen de dessertkaart had gekregen en samen besloten ze over een dessert. De schrijfster zuchtte. In portefeuille, okee, dat kon ze wel. En wellicht ook weer een #twentydaystory, maar dan moest ze toch echt een stok achter de deur hebben. Nu was het een abrupt einde, maar volgende keer kon ze naar een beter einde toe schrijven.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand (april 2020), want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit zijn aflevering 12 en 13, hier kan je aflevering 11 vinden.
Ook dit jaar schrijf ik trouwens weer over het schrijfproces, dat blog kan je hier vinden.
Ik ben begonnen aan dit verhaal op 12 april, de tweede aflevering is geschreven op 13 april. Aflevering drie op 19 september; nummer vier op 8 oktober; de vijfde op 10 oktober; vervolgens de zesde op 28 oktober; aflevering zeven op 29 oktober en aflevering acht op 8 december. Aflevering 9 op 26 december. Het einde is geplaatst op 30 december.

Gids voor het weekend

Ik ben een trouw lezer van de Volkskrant en het zaterdag magazine spel ik. Elke week is iemand een culturele gids en vertelt hij of zij wat hij allemaal leuk vindt. Vaak zijn het mensen waar ik nog nooit van gehoord heb. De gids van deze week is Corey Taylor van de band Slipknot, die ik echt niet ken. Maar die gids is wel leuk en maak ik deze week voor mezelf. Hier volgen veel dingen die ik leuk vind.

Routine

Ik lees de Volkskrant digitaal, maar die zaterdagkrant heb ik graag in papier. Zaterdagochtend, koffie, ontbijt, nog meer koffie, beginnen met het Magazine, doorgaan met de Zaterdagbijlage. Vervolgens de Wetenschaps- en boekenbijlage. De column van Ionica Smeets snap ik lang niet altijd, maar spel ik wel. Een aantal van de columns van Aleid Truijens hangen op het prikbord in de keuken. De afsluiting van dit ritueel kan ook nog wel op zondag gebeuren, dan lees ik de gewone krant. Op het moment minder interessant, want hoeveel coronanieuws kan je lezen, maar ik lees het wel.

Koeien

Ik heb iets met koeien. Een oud-collega, Rob Aspeslagh, schilderde niet onverdienstelijk uit liefhebberij en had een schilderij van het achterwerk van een koe in zijn werkkamer hangen. Toen hij met pensioen ging, mocht ik het hebben. Ik was er door gefascineerd. Daarna is het begonnen. Dat schilderij hangt in mijn woonkamer. Overal in mijn huis staan snuisterijtjes met koeien. Een paar koeienbeeldjes staan in mijn badkamer. De wc-borstel heeft een koeienuiterlijk. Ik heb een boter, kaas en eierenspel met koeien op de vensterbank staan. De laatste aanwinst is een muziekdoosje met twee koetjes die vrolijk rondtollen op vreselijke muziek. Ik kan er alleen maar vrolijk van worden.

https://www.flickr.com/photos/alyda/49734555873/in/dateposted-public/

Amerika

Ik vind het een fascinerend en een bevreemdend land: Amerika.De liefde voor het land stamt al uit mijn jeugd. Ik heb er heel veel over gelezen. Mijn geschiedenisstudie heb ik afgerond met een scriptie over president Eisenhower. Ik ben er drie keer op vakantie geweest en het is een prachtig land. Maar zeker de politieke geschiedenis van de laatste jaren is dusdanig merkwaardig, dat mijn mening steeds anders gekleurd wordt. Hoe meer ik ervan leer, hoe meer verbaasd ik erover ben. Ook nu, met de coronacrisis lijkt het erop dat Amerika door de dure gezondheidszorg gedegradeerd wordt tot een derdewereldland. En dat deels door de enorme politieke tegenstellingen in het land. Democraten en Republikeinen die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Republikeinen die alles willen terugdraaien wat de democratische regering van Obama voor elkaar heeft gekregen. Het zal me benieuwen wat het dit verkiezingsjaar wordt.

TV serie

Jaren geleden raakte ik verzeild in de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy. Ik was altijd al een fan van het genre, maar daar raakte ik helemaal hooked. En daar maakte ik ook kennis met Buffy, the vampire slayer, een serie over een meisje dat een roeping had, namelijk het doden van vampiers. Die serie kreeg zeven seizoenen en kreeg een spin off, namelijk Angel, over haar vriend, de vampier. Niet alleen heb ik daar in die nieuwsgroep een heleboel vrienden en kennissen opgedaan met wie ik twintig jaar na dato nog steeds contact heb, maar ook heb ik al die seizoenen van beide series in dvd staan en heb ik ze meerdere malen gezien. Die vrienden zijn net zoals ik hooked aan sf en fantasy, ik kreeg er niet alleen kijkvoer, maar ook leesvoer. Ik kan niet meer noemen hoeveel tips voor boeken ik daar heb opgedaan. Mijn liefde voor fantasy is verdiept in die nieuwsgroep.

Boek

Ga me niet vragen wat mijn lievelingsboek is, dat wisselt namelijk. Ik ben groot fan van SF en fantasy en ben dol op David Eddings. Maar ik heb ook tijden gehad dat ik alles las van Stephen King tot die echt te eng werd. Nora Roberts heeft rijp en groen in haar repertoire. Maar HET boek dat gewoon klopte de laatste jaren was Lampje, van Annet Schaap. Een schrijfster die eerst illustreerde en vervolgens ging schrijven. Het boek is hartverwarmend en lief en schattig en noem maar wat je kan verzinnen. Voorlopig is dit mijn lievelingsboek en het boek dat ik iedereen aanraad als die persoon iets moois wil lezen.

Schrijven

Ik ben met dit stuk bezig en ik besef het weer. Ik word hier zo blij van. Schrijven. Mijn hoofd leeg laten lopen op een computerscherm. Zitten verzinnen over foto’s, ideeën over de inhoud laten rollen. Dingen wijzigen omdat op het uiteindelijke scherm het toch anders moet. En gewoon genieten. Verhalen verzinnen. Mijn grote favoriet sinds mijn vroegste jeugd.

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 4, hier kan je aflevering 3 vinden.

Thuiswerken deel 2

Het is niet eens een grap. Het zat er natuurlijk dik in, en het gebeurt gewoon. Het kabinet beslist voor ons dat we nog even thuis mogen blijven. De deadline is ditmaal 28 april en het zit er dik in dat het uitgebreid gaat worden. Ik ga nog niet juichen. Het wordt gewoon nog een maand thuis werken. De mail van het werk kregen we vanochtend al.

Wordt het anders?

Het is deze weken redelijk gelukt, wel met uitglijders, want dan zat ik in het weekend iets af te maken en daar stop ik mee. Ik ga me – ook op aanraden van de baas – aan mijn werktijden houden. En ik ga me aan mijn routine houden, en dat betekent dus dat ik er in de ochtend op uit ga en in het Zuiderpark iets aan beweging ga doen. Ik heb dat park nog nooit zoveel gezien als in de laatste weken. Het kan allemaal contactloos met ongeveer anderhalve kilometer ertussen, want zo vroeg zijn daar niet zoveel mensen. Voor het werk ga ik mijn to do lijst eens serieus bekijken en er wat mee doen, want dat ding staat optimistisch vol, maar het is de vraag wat ik thuis kan doen.

20200401s_ali

Nog meer?

Het wordt voor mij een uitdaging, deze maand, want ik heb besloten elke dag te bloggen. Voor afleiding, concentratie-oefening en gewoon voor de lol. Niet alleen op dit blog, maar ook op mijn andere blog, dat ik normaal voor sport en voeding reserveer. Dit is aflevering 1.

Thuiswerken 101

Maart 2020, iets wat we niet vaak meemaken gebeurt: een pandemie, het Coronavirus gaat door het land en zorgt voor een heel rustig Nederland. Iedereen wordt gevraagd thuis te werken als het maar enigszins mogelijk is. Bij mijn werk wordt snel gereageerd. De minister-president heeft op 12 maart nauwelijks zijn persconferentie beëindigd of het personeel van Fugro krijgt een mailtje. Iedereen mag thuiswerken. Bij mij heeft dat nog wat complicaties, want ik heb echt mijn laptop nodig en nog wat dingen die natuurlijk nog op het werk liggen. Ik werk namelijk nooit thuis.

Thuiswerken

Maandag moet ik eerst naar het kantoor om mijn laptop op te halen en te informeren wat ik nodig heb om thuis te werken. Pulse moet bijgewerkt worden en ik pak wat dingen in. Thuis heb ik de eettafel al leeg geruimd en richt ik mijn impro bureau in. De online verbinding wil even niet, maar het duurt niet lang en ik kan aan het werk. Mijn manager informeert even via de mail of ik thuis kan werken – ja – en ik kan de rest van de mail bekijken. Wijselijk houd ik het werk even op de laptop en de leuke dingen, Twitter, Facebook en eigen mail op mijn desktop. De eerste dag en een pijnlijke rug later besluit ik mijn bureaustoel bij de laptop te zetten. Mijn eetkamerstoelen zijn niet gebouwd op langdurig werken.
Het plan is eigenlijk elke dag vroeg te beginnen met yoga en dan om 8 uur achter mijn laptop te zitten, maar de eerste dag lukt dat al niet. Ietsje later dan de bedoeling zit ik achter mijn laptop de mail weg te werken. Zo’n eerste dag valt het mee. De tweede dag komt de uitdaging. Dan zit ik pas rond elf uur achter de laptop omdat ik eerst de enig overblijvende afspraak van deze week had. Met de mondhygiëniste.

20200320s_bureau
Mijn thuisbureau

Problemen

De tweede dag krijg ik de neiging mijn laptop het raam uit te gooien. Langzame mail, langzame netwerkverbindingen. Ik geef het op en ga wat anders doen. Een kantoor met een goede netwerkverbinding is een zegen.
Nog zoiets, normaal klets ik nog wel eens met collega’s en dat gaat niet, of ik moet via Skype gaan kletsen. Op kantoor loop ik heen en weer tussen mijn bureau en de pantry om mijn glas te vullen met koffie, thee, of water. Thuis vergeet ik het en denk ik einde van de dag, oh ja, nog even wat drinken.

Wat komt er allemaal bij?

Ik ben zo blij met Twitter, want ja, ik tweet veel meer en ik voer er complete gesprekken. Op het werk let ik er nauwelijks op, scroll ik er af en toe door als afleiding. Nu, megaproduktie. Facebook is ook geliefd. Mijn meest geliefde groep, de Supersocialgroep, heeft een dagelijkse live sessie en het ging onder andere al over LinkedIn, Pinterest en Instagram. Om iets van te leren dus. Op Instagram doe ik mee met een dagelijkse foto opdracht: #binnenkijken2020. Het zijn allemaal dingen waar je op een normale kantoorwerkdag niet aan toe komt. Sport is er niet bij want beide sportscholen waar ik kom zijn gesloten. Dus ook geen training met Pedro, ik mag het zelf oplossen met online lessen yoga en buiten sporten. Een nieuwe ervaring waar ik op mijn andere blog wel iets van zal vertellen.

Na de eerste week

Ik weet waarom ik nooit thuis ga werken. Als ik dat namelijk consequent wil doen, moet er iets aan mijn discipline veranderen. Wasjes draaien, afwas doen, de hele lijst huishoudelijke klussen moet je niet onder werk scharen. Thuis werken levert wel een heel andere creatieve dimensie op. Mijn to do lijst is aardig langer geworden en dat is eigenlijk een goede zaak, omdat er nu dingen op staan, waar ik thuis in alle rust aan kan werken.
Nog een aardige bijkomstigheid. Gezeur met de verbinding? Geef het op, ga yoga doen, of de afwas en probeer het ’s avonds gewoon nog een keer als de rest van de collega’s thuis achter Netflix is gezakt. De verbinding is dan stukken beter. Wil je om 7 uur ’s ochtends beginnen? Ga gerust je gang. Nederland in alle rust en jij al aan het werk. Met mijn uur reistijd doe ik dat niet op kantoor. Voorlopig mogen we tot 31 maart thuiswerken. Ik ga zien hoe het verder gaat. Als iemand verder nog nuttige tips heeft mag hij/zij het zeggen.

Schrijfprompt februari: confrontatie

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan.

School

De bel ging. “Jongens, ik zet het huiswerk in de app-groep, let daar dus even op. En alsjeblieft me er niet weer uitgooien!”
Gideon liet zijn leerlingen de klas uitgaan. De laatste les van een heel lange dag. Hij maakte het bord schoon. Ouderwets krijt in dit deel van de school. Hij vond het altijd weer fijn.
“Gideon, goed dat ik je nog zie.”
De directeur kwam de klas inlopen, met achter hem een rijzige vrouw en een meisje met een enorme bos donkere krullen.
“Dit zijn Mieke Robben en haar dochter Suus. Ze zijn net hierheen verhuisd. Suus is 15, ze komt in 4 Havo en in jouw mentorklas.”
Gideon schudde de hand van Mieke Robben. Suus stond achter haar en Mieke draaide zich om en trok haar dochter naar voren.
“Suus, je leraar Engels en tevens je nieuwe mentor.”
Ze lachte en zei “leuk met u kennis te maken meneer van Buren.”
Gideon keek haar aan en zag alleen haar bruine ogen met gouden vlekjes erin. Ze babbelde vrolijk.
“Ik houd van Engels, en ik houd van lezen, en meneer de Vries zei dat uw leeslijst heel vrij is, dus ik verheug me erop.”
Gideon kon alleen maar naar haar ogen kijken, de ogen van zijn overleden zus. Suus babbelde door.
“Het laatste boek dat ik op mijn vorige school heb gelezen was Jane Eyre, mijn Engelse leraar ging alleen maar voor de klassieken. Ik geloof dat ik de enige was die het heeft gelezen. De rest heeft het gedaan met uittreksels.”
De directeur stootte Gideon aan, die had in de gaten dat hij er helemaal niet bij was. Mieke Robben keek nadenkend naar Gideon en naar haar dochter. Gideon herstelde zich, “nou Suus, er mogen van mij wel wat klassieken op de lijst, maar ik ga ook voor vrije invulling. Als je zelf een goed boek weet, moet je het maar vragen of je het op je lijst mag zetten.”
Hij kon zich net genoeg concentreren voor dit gesprek. Mieke Robben sprak, “ik heb begrepen dat ik een afspraak met u kan maken. Dat wil ik graag, dan kunnen we even rustig praten over mijn dochter. We hebben een wat enerverend jaar achter de rug. De vader van Suus is vrij plotseling overleden en dat moeten we allebei nog verwerken.”
Gideon knikte en zei, “natuurlijk kunnen we een afspraak maken. Hebt u komende week tijd? Op vrijdag heb ik in de ochtend vaak een paar uur vrij voor afspraken en dergelijke.”
Ze maakten een afspraak en moeder en dochter vertrokken. De directeur bleef nog even staan. “Gaat het goed met je Gideon? Je was ineens heel ver weg.”
Gideon haalde diep adem. “Ja, er is niets aan de hand. Drukke dag.”
De directeur knikte en liep ook weg. Gideon bleef staan en sloot zijn ogen. Hij kon zo het gezicht van Hannah voor zich trekken, de bruine ogen met gouden vlekjes, de bos krullen, de kleine neus. Hij opende zijn ogen en zag Suus weer voor zich, met het gezicht dat er zo op leek.

Avond

Die avond haalde Gideon de fotoboeken uit zijn jeugd tevoorschijn. In het derde boek vond hij de foto’s die hij zocht. De foto van toen Hannah 10 was en hij 18 en ze op zijn rug zat, beiden lachend. De schoolfoto: Hannah 14 jaar oud, in een hevige poging ernstig te kijken, wat mislukte. De brede lach was kenmerkend voor haar. En de laatste foto die hij van haar had. Toen was ze 17 jaar oud, ernstig vermagerd, de drugs in haar gezicht afgetekend en geen lach te bekennen. Het was ook de laatste foto die hij van haar had. Ze was verdwenen en nooit meer teruggekomen. Hij had in jaren niet naar de foto gekeken en miste zijn zus pijnlijk. Zijn ouders waren beiden overleden zonder dat ze wisten wat met hun dochter gebeurd was. En nu was er Suus die als twee druppels water op zijn zus leek, alleen haar huid was wat getinter dan die van Hannah. Hij zat nog lang naar de foto te kijken voor hij zich herinnerde dat hij nog proefwerken moest nakijken voor de volgende dag.

confrontatie

Het gesprek

Mieke Robben was stipt op tijd. Ze gingen zitten en ze keek hem aan. Het leek of ze even niets wilde zeggen maar opende toch het gesprek.
“Het is geen eenvoudig jaar geweest, het afgelopen jaar, de vader van Suus is plotseling overleden. Hij ging joggen en kwam niet terug, een hartaanval.”
Gideon keek haar ernstig aan, “dat is niet makkelijk voor Suus, maar ook niet voor u.”
“Nee”, vervolgde Mieke Robben, “en het was al een gecompliceerd jaar. We hadden Suus twee maanden daarvoor verteld dat we haar hadden geadopteerd. Daar was ze nog mee bezig. Het lijkt altijd wel zonneschijn bij haar, maar er was toch even een mist overheen getrokken. Die adoptie vond ze niet eenvoudig, zelfs al vermoedde ze het.”
Mieke voorzag de vragende blik van Gideon.
“Kijk naar haar krullen, haar bruine ogen, dat kuiltje in haar kin, met twee ouders met glad blond haar en grijze ogen. Dat kuiltje is erfelijk, dat heeft u vast ook wel gehoord. Ze is een slimme meid.”
Gideon voelde onwillekeurig aan het kuiltje in zijn kin en Mieke vervolgde haar verhaal.
“We hebben jaren in Duitsland gewoond, in Berlijn, voor het werk van mijn man. Met mijn werk als vertaler kan ik overal wonen. En daar hebben we Suus geadopteerd. Haar moeder is overleden door complicaties na de geboorte, ze heeft Suus twee weken meegemaakt, haar naam gegeven. Susannah heet ze voluit, dat wilde haar moeder. Wij hebben er Suus van gemaakt, de moeder van mijn man heette Suze.”
Ze kreeg het even te kwaad. Gideon stond op en haalde water voor Mieke. Mieke ging door, “we kregen haar toen we allebei 40 waren. Een cadeautje vonden we. En ze is nog steeds een cadeautje. Die mist bij haar is weggetrokken. We waren het er beiden over eens dat we naar Nederland terug wilden.”
Gideon kon niets zeggen. Ze zaten stil tegenover elkaar. Mieke Robben herstelde zich en de rest van de tijd konden ze over het schoolwerk van Suus praten. Maar het hart van Gideon was zwaar. Duitsland. Daar was ze dus heen gegaan, waarschijnlijk met dat vriendje van haar, die dealer. En daar was ze dus uit hun gezichtsveld verdwenen en was ze alleen geweest, had ze een zwangerschap meegemaakt en was ze overleden.

Avond

Die avond haalde hij de foto weer tevoorschijn en keek naar het magere gezichtje. Hij vroeg zich af wat hij moest doen. Zijn gevoel vertelde hem dat Suus de dochter van zijn zus was, dat die vrouw die haar baby Susannah had genoemd zijn zus was. Hannah had de naam in een boek gevonden toen ze 12 was en had toen verklaard dat het een prachtige naam was voor een dochter van een Hannah. Maar hij wist niet hoe hij Mieke Robben of haar dochter daarmee moest confronteren en of hij dat sowieso moest doen.

School

Werd het nou makkelijker? Suus elke dag zien? Bij de Engelse les, bij de mentoruren, bij huiswerkbegeleiding? Haar zien gieren van het lachen met haar vriendinnen. De concentratie op haar gezicht als hij haar Duitse accent verbeterde. De verwoede discussies over boeken. Hoe langer hij haar les gaf en haar zag, hoe meer de twijfel toesloeg. Wel, niet, wel, niet. Het hielp niet dat hij er met niemand over kon praten. Hij had geen broers of zussen en zijn relatie was een jaar daarvoor uitgegaan. Zijn ex-vriendin wist ook niets van zijn zus.
Op vrijdagochtend was hij bezig met een achterstand in werkstukken nakijken toen Mieke Robben zijn klas binnenkwam. Toen ze beiden zaten, begon ze. Dat ze de gelijkenis had gezien tussen Gideon en Suus en nu twijfelde. Want ze had ook de moeder van Suus gezien. Die was toen ziek en mager en haar haar was gekortwiekt, maar die ogen waren gebleven en het kuiltje en de gelijkenis. En nu twijfelde ze. Want het geboortebewijs van Suus, daar stond de naam van haar moeder op: Hannah Beuren. Iets dat was opgetekend uit haar mond aangezien ze totaal geen legitimatie bij zich had toen ze in het ziekenhuis kwam. En Beuren en Van Buren, hoeveel verschilde dat nou? Gideon zei niets, hij kon nauwelijks ademhalen. Hij stond op en pakte zijn tas. De foto van Hannah zat daarin, die had hij de laatste weken constant bij zich. Hij liet hem aan Mieke Robben zien. Hij vertelde haar dat dit zijn zus was. Ze snikte toen ze de foto zag. Gideon haalde zijn hand door zijn krullende haar en vertelde Mieke Robben dat hij de gelijkenis had gezien en er bijna zeker van was dat Suus de dochter van zijn zus was. Maar wat is wijsheid? Wat werd er gewonnen door haar te confronteren met iets wat net zo goed niet zo kon zijn? Ze nam een slok van haar water en knikte. Ze wisten het niet en wilden het niet weten.

Confrontatie

De volgende dag was hij na school in de zon op het muurtje bij het fietsenhok gaan zitten. Hij wilde nadenken. Toen ze hem op het muurtje zag zitten, nam ze naast hem plaats. Hij zat met zijn ogen dicht en merkte haar eerst niet op. Zij praatte tegen hem aan. “Ik wil een boek op mijn lijst zetten en wil zeker weten of het goed is, ziet u. Mijn moeder vond het boek geweldig, ik vind het ook geweldig. Zeker die verhouding tussen vader en dochter ziet u. Hij moet zijn dochter accepteren zoals ze is geworden, namelijk vampier. Of hij moet de confrontatie aangaan met haar, met haar praten over wat ze is, wat ze wordt.”
Hij liet haar praten.
“Dus er zit echt wel inhoud in, in die boeken, meneer van Buren.”
Hij keek haar aan en concentreerde zich op haar woorden. “Dan moet ik wel eerst weten over welke boeken je het hebt, Suus.”
Ze giechelde. “Oh, ik heb het over de Twilight boeken van Stephenie Meyer. Ik heb ze allemaal gelezen, en de films heb ik ook gezien. En ik wil Breaking Dawn op mijn lijst zetten. Het wordt op deze manier echt een leuke lijst. Daar komt mijn moeder.”
Ze stond op en keek hem aan met die bruine ogen met gouden vlekjes erin.
“Zie ik u morgen?”
Ze leek echt op een antwoord te wachten, op iets wat vanzelfsprekend was. Hij zweeg en keek haar aan.
“Meneer van Buren?”
Hij sloot zijn ogen en opende ze weer.
“Ja. Ik zie je morgen weer. Tot morgen Suus, en doe je moeder de groeten.”
Ze rende naar de auto van haar moeder, stapte in en zwaaide. Haar moeder zei iets tegen haar en ze lachte naar haar moeder. Haar moeder zwaaide. Hij zwaaide terug en bleef op het muurtje zitten. Pas tien minuten later stond hij op en liep naar het fietsenhok, naar zijn fiets.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.
Mijn vorige verhaal voor de schrijfprompts vind je hier. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha kan je hier vinden.

Schrijflessen 101

Vanochtend zat ik een interview te lezen met schrijver Jan Brokken. Zijn oeuvre telt 32 boeken, fictie en non-fictie. Het interview** was bijzonder interessant. Eén uitspraak van hem vond ik opvallend.

De laatste scène van een verhaal moet je in je hoofd hebben, want daar moet je naartoe werken. En de laatste zin moet je vrij nauwkeurig weten.

Voor de schrijfprompt van januari heb ik een verhaal geschreven waarvan ik het einde al vanaf het begin in mijn hoofd had. De meningen verschillen over wat werkt want twee andere schrijvers, Martha en Cindy werken zo nooit, zij werken met een idee dat zich ontwikkelt tijdens het schrijven. Ik ga toch voor die theorie van het einde in je hoofd hebben, want ook bij stukjes als dit geldt, waar gaat het heen? Het loont voor mij als ik een eind heb, waar ik naar toe wil.

schrijven

Het einde of het begin

Ik heb ook wel eens andersom gewerkt, namelijk met een opzet voor het begin en vervolgens ben ik naar het einde toe gaan werken. Dat was voor mijn #twentydaystory, twintig dagen achter elkaar schrijven en een verhaal produceren met alleen een aanzet. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik verschillende keren in die periode met het zweet in de handen heb gezeten omdat ik geen idee had hoe ik verder moest. De gedachte aan een schema is me wel eens door het hoofd geschoten. Maar tot nu toe heb ik elk verhaal zonder schema geschreven. Ik heb hoogstens een enigszins omlijnd idee waar ik naar toe wil. En gelukkig, Brokken doet er ook niet aan.

En een schema?
‘Het is vreemd maar zo werk ik niet.’ Hij vertelt over Hella Haasse, die haar documentatie in twee plastic tassen bewaarde en zei: ik onthoud alleen wat ik kan gebruiken. Haar complexe historische romans ontstonden uit chaos. Jan Cremer daarentegen, van wie je zou verwachten dat hij de woorden er in een woeste bui in één keer uit ramt, maakt complexe schema’s vol kleurtjes en lijntjes. Maar voor Brokken geen schema. Hij schrijft zoals hij reist: zoekend.

De oorsprong

Het idee voor dit stuk begon met het interview met Jan Brokken, waarvan ik vond dat hij mooie dingen vertelde over het ambacht van schrijven. Door zoekende kwam ik tot de ontdekking dat hij meerdere boeken heeft geschreven over schrijven. Bijvoorbeeld Het hoe, gepubliceerd in 2011, en De wil en de weg, gepubliceerd in 2006. Boeken die ik zeker een keer wil lezen.
Ik ben overigens van plan meer te gaan publiceren over inspiratiebronnen voor het schrijven.

**Het interview: Elke dag vanaf pagina 1: interview met Jan Brokken / Sander Pleij, De Volkskrant, 8 februari 2020.
Afbeelding van cromaconceptovisual via Pixabay

Januari prompt: een slecht voornemen

Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.

Januari

Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.”
Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open.
“Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.”
Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.”
“Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!”
Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!”
Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed.
“Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!”
Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit.
Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.

Februari

De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging naar school.

Maart

“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute.
“Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?”
Vincent zei niets.
“Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.”
Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind.
“Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.”
Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.”
Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis.
Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen.
“Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!”
Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send.
De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.

voornemen

April

De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…”
Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.”
Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?”
Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.”
Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug.
“Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.”
Vincent grijnsde nog steeds.
“Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.”
Vincent grijnsde niet meer.

Mei

Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos.
“Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig.
“Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.”
Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.”
Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij.
“Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.”
Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.

Juni

Juli

Augustus

September

Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper.
“Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.”
Ze greep zijn hand en trok hem mee.

Oktober

Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom.
“Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.”
Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd.
“Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.”
Vincent keek hem nog steeds aan.
“Zullen we afspraken maken voor november en december?”
Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na.
“Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.”
Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.

November

Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?”
Hij keek haar aan.
“Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.”
Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.

December

Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend.
“De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.”
Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm:
“Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!”
Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.

Afbeelding van motihada via Pixabay.  Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.
Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.

Een goed voornemen

Januari

“Gefeliciteerd! Je wordt dit jaar achttien!”
Op haar lange donkere vlecht kauwend zat Heleen de mail in de overheidsbox te bekijken. Ze wist dat dit ging komen, vrienden hadden het vorig jaar al gekregen. Zuchtend las ze verder.
“Dit wordt een belangrijk jaar. Vanaf eerste kerstdag mag je namelijk met je goede voornemen gaan werken. Een belangrijke stap in je ontwikkeling tot volwassen burger van dit land!”
Het enthousiasme droop eraf.
“Uit onze gegevens blijkt dat je op school zit, daar zal je extra lessen krijgen om je voor te bereiden op je goede voornemen. Deze lessen zijn verplicht en zullen vanaf februari in je rooster worden opgenomen.”
Extra lessen. Of ze het nog niet druk genoeg had. Volgend schooljaar examenjaar, en dit schooljaar was het met schoolwerk, sport en sociaal leven behoorlijk druk. Ze sloot haar berichtenbox af. Hier had ze nog even geen zin in.

Februari

De eerste voornemenles was in de aula met alle leerlingen die dat jaar 18 zouden worden of al waren. De rector stond voor de groep met een hun onbekende man, die ze voorstelde als de mentor. Deze man mochten ze bezoeken als ze vragen hadden. Ook zou hij deze introductieles geven. Heleen zat weggedoken tussen haar vriendinnen die allen zeker niet aan het opletten waren. Het verhaal ging totaal langs iedereen heen, niemand was geïnteresseerd. De mentor zag eruit alsof hij daar zich totaal niet druk over maakte. Eén opmerking maakte wel iedereen wakker. “Sorry meneer, wat zei u precies?” Eén van de jongens uit haar klas keek bezorgd naar de mentor. “Ik zei, dat als jullie je keus niet invult, de regering voor jullie een keus maakt. Niet iedereen is blij met eens per week koffievisites bij bejaarden.” Hij glimlachte, “Maar het kan natuurlijk iets heel anders worden.”

Maart

“Afgekeurd. Gewoon afgekeurd.” Marieke zat te balen en Heleen schonk thee voor haar in, ze voelde mee. “Ik dacht dat ik het handig deed, door gewoon in één keer dat stomme voornemen in te vullen. Krijg ik een dag later een mail dat het is afgekeurd.” Marieke liet haar hoofd op haar armen zakken. Chocolade, besloot Heleen, dat moest helpen. “Heb jij al wat ingevuld?” Heleen schudde haar hoofd, “ik heb ook echt nog geen idee.” Marieke zuchtte, “Daar gaat het ook helemaal niet om. Het is gewoon onzin. Mijn vader zei dat het allemaal komt door die wormen en maden van Balkenende.” Heleen schoof zwijgend de mok thee naar haar vriendin toe.

April

“Het is toch heel anders dan in onze tijd.” Heleen liep de trap af en hoorde haar tante Dineke. “Wij deden maar wat met dat voornemen. Maar die kinderen van tegenwoordig, zoals Heleen, zijn er het hele jaar mee bezig.” Heleen zakte neer op de trap. Praten over dat voornemen had ze helemaal geen zin in. Automatisch verhuisde het uiteinde van haar lange vlecht naar haar mond. Ze hoorde nu haar vader. “Het is ook niet makkelijk voor haar. Ze is best wel zwaar op de hand, dat heeft ze van haar oma Dineke, daar lijk jij ook op.” Dineke lachte, “Ja, dat klopt wel. Ik herken dat wel. Ze is een binnenvetter. Ik voorspel je, je gaat niet veel van haar horen over dat voornemen tijdens dit jaar.”

Mei

Heleen zat met een saggerijnig gezicht aan de ontbijttafel. “Het punt is, lieve schat, je mag niet verzuimen met die lessen. Ik begrijp dat het niet echt handig is, twee tussenuren en dan die voornemenles, maar misschien kan je alvast huiswerk doen?” Heleen keek haar moeder woedend aan. Stella trok zich er weinig van aan, ze was wel wat gewend van haar dochter. “Dan vraag ik het wel aan pappa!” Haar vader kwam op dat moment binnen. “Wat wil je mij vragen schat?”
“Ik heb vanmiddag twee tussenuren en dan pas die stomme voornemenles en ik mag niet verzuimen van mamma. Van jou wel, hé?” Ze keek haar vader smekend aan. Edwin keek peinzend naar zijn dochter. Zijn vrouw reikte hem koffie aan. Ze had een waarschuwende blik in haar ogen. Edwin nam een slok koffie, zuchtte en zei, “Nee. Je zal er echt heen moeten, het is wettelijk verplicht. Wij kunnen er een boete voor krijgen als je niet gaat. En die gaat dus van je zakgeld af.”
Heleen rende boos naar haar kamer. Stella keek opgewekt naar haar man. “Ik ben trots op je. Gebakken ei of roerei?”

Juni

Edwin klopte op de deur van de slaapkamer van zijn dochter. Er kwam een kort ja uit de kamer. Hij stak zijn hoofd om de deur. Heleen was alleen, gelukkig. “Mag ik binnenkomen?” Heleen keek op. “Tuurlijk pap, wat is er?”
“Nou”, zei Edwin en legde wat kleding op bed, zodat hij op de stoel kon zitten. “Uhm, ik wilde eigenlijk met je praten over je voornemen.” Heleen kreunde. “Ja schat, het moet. Ik heb er een e-mail en een telefoontje over gekregen. Het bureau vertelt me dat je wel bij de lessen bent, maar dat je geen enkele vooruitgang hebt ingevuld. Je moet ze eens per maand invullen. Het is allemaal wel veel ingewikkelder dan toen wij het moesten doen. We waren de eerste lichting. Wij kregen een maand de tijd en een bijeenkomst die niet eens verplicht was. De voornemens waren er ook naar. Weet je dat je oom Joris had ingevuld dat hij goed voor zijn konijn zou gaan zorgen?” Heleen lachte, dat had ze nooit gehoord. “En dat werd nog lastig ook, want het beestje lag dood in zijn hok op 2 januari.” Heleen lag nu helemaal dubbel van het lachen. “Bij de eerste evaluatie had hij dat keurig ingevuld en toen moest hij meteen een nieuw voornemen maken. Hij zit dus nu bij de dierenbescherming omdat hij toen had ingevuld dat hij goed voor dieren wilde zorgen.” Edwin keek ernstig, “ik wil maar zeggen schat, het is belangrijk dat je er goed over nadenkt. Dat je niet blijft zitten met iets wat niet goed voelt. Focus op wat je raakt.” Heleen keek haar vader aan. Af en toe zei hij iets dat ze totaal niet verwachtte. “Dat is het nou juist, pap, ik ben er niet over uit wat me dan raakt.” Haar ogen vulden zich met tranen. Edwin gaf haar zijn zakdoek. “Ik weet zeker dat als je erover nadenkt, jezelf even de tijd geeft, er wel uit komt. Zo ben je. Het moet zich allemaal vormen bij je, maar het komt allemaal goed. De komende twee maanden heb je vakantie. Beloof je me dat je erover nadenkt?” Heleen snoot haar neus. “Ik beloof het pap. Denken. Vooruitgang invullen. Ik zal het doen.”

Juli

Augustus

September

“Yesssssss!” Marieke sloeg met haar hand op de tafel. Heleen schrok ervan. Ze zaten samen in het huiswerklokaal waar ze van de computers gebruik mochten maken. “Het is geaccepteerd! Mijn voornemen! Het is geaccepteerd! Nu hoef ik de rest van het jaar geen lessen meer te volgen. En ik ben van die stomme vooruitgang af!” Marieke was zo blij dat ze Heleen omhelsde en haar een dikke zoen gaf. Vervolgens rende ze naar buiten om andere vrienden te zoeken. Heleen bleef in het lokaal achter en keek op het scherm naar haar eigen vooruitgang. Alles was rood. Ze had nog niets ingevuld.

Oktober

Heleen staarde naar haar computerscherm. Ze had de overheidsbox open en daar stond het. Die genieperd van een mail. Dat ze de vooruitgang niet had ingevuld. Dat het toch echt wel de bedoeling was dat ze het invulde omdat het zou helpen met haar voornemen. Dat ze de enige in haar klas was die nog helemaal niets had ingevuld. Dat ze een gesprek met de mentor zou moeten hebben als ze aan het einde van de maand nog niets had ingevuld. Ze sloot de berichtenbox af.

November

Heleen klopte op de deur. “Binnen” klonk het. Ze liep naar binnen. De mentor begroette haar. “Goedemorgen Heleen, ga zitten, wil je iets te drinken?” Ze schudde haar hoofd. Hij nam thee voor zichzelf en ging ook zitten. “Ik zal maar de deur in huis vallen. Je loopt ernstig achter met je lesprogramma voor het voornemen. Je volgt de lessen wel, maar je vult de vooruitgang niet in. Ik heb nog niets van je gezien. En het is eigenlijk wel belangrijk.” Hij liet een stilte vallen en keek haar aan. Ze zei niets. Het uiteinde van haar lange paardestaart verhuisde automatisch naar haar mond. “Heleen? Het is eigenlijk de bedoeling dat je nu wat zegt.” Hij keek haar glimlachend aan. “Al is het maar dat je het nog niet weet.” Ze zweeg nog steeds. “Moet ik een voorzetje doen? Dat helpt soms wel. Sommige mensen zitten heel groots te denken, terwijl ik vind, verbeter de wereld, begin bij jezelf.” De tranen stonden bij Heleen in de ogen. De mentor gaf haar zwijgend de doos zakdoekjes aan. Ze snoot luidruchtig haar neus. “Ik weet het gewoon niet. Ik kan hele mooie dingen verzinnen en dan denk ik weer, laat maar.” De woorden kwamen er ineens uit bij haar. De mentor pakte een glas water voor haar en zette dat op het tafeltje voor haar neus. “Omdat je het zelf niet goed vindt? Omdat je niet weet wat je ermee moet? Want dat is eigenlijk de bedoeling van die invuloefeningen elke maand weet je. Ermee spelen, erover nadenken. Ideeën tegenover elkaar zetten, tegen elkaar afstrepen. En daar verder mee gaan. De ervaring leert dat het bij de meeste mensen werkt.”
Heleen zakte weg in haar stoel. De mentor keek ernstig, “Ik ben hier om je te helpen. Dat was mijn voornemen namelijk, weet je, mensen helpen. En dat doe ik nu tot mijn grote tevredenheid.”
Heleen keek hem aan, “Daar heb je het. En wat dan? Wat volgt er dan? Leuk zo’n voornemen, maar ik twijfel al het hele jaar erover. Ik heb best wel wat in mijn hoofd, maar het probleem is, niemand vertelt hoe het je nou invulling geeft in je leven.” Ze zat nu echt te huilen. Ze had haar best gedaan, maar blokkeerde volledig. De mentor gaf haar nieuwe zakdoekjes aan, “Dat komt wel. Je kan een heel abstract voornemen hebben en daar op heel vrije manier invulling aan geven. Dat zie je met je oom Joris, met zijn konijn. Hij zit nu bij de dierenbescherming.” Ze keek hem verbaasd aan. “Je oom Joris en ik waren buren in de tijd dat wij onze voornemens moesten invullen.” Hij grijnsde, “Niet iedereen nam het even serieus.” Ze keek hem aan. Hij vervolgde, “het punt is, houd het bij de basis. Je kan wel zeggen dat je de wereld wil redden, maar jij in je eentje gaat dat niet lukken. Dat konijn lukte ook niet, maar je ziet wel waar het je oom heeft gebracht. Op een plek waar hij tot zijn recht komt. Dat gun ik jou ook.” Heleen keek hem aan, de eerste keer in het gesprek dat ze dat deed. Ze knikte, “Ik geloof dat ik er wel uit ben. Dank u wel.”
De mentor lachte, “Graag gedaan Heleen.”

December

Heleen zat peinzend voor haar computer met het voornemenscherm voor haar neus. De deadline was vandaag en het voornemen moest dus echt ingevuld worden. Haar Skype scherm pingde. Ze klikte het scherm omhoog, het was haar vader. “Schat, Dineke en Joris zijn er en tante Dina is meegekomen. Kom je naar beneden?” Op slag keek ze vrolijker, ze was dol op haar tante en oom en tante Dina was een schatje. Altijd grappig om te zien dat haar moeder een beetje bang voor haar was. “Ja, ik moet even snel iets afmaken, want dat kan alleen nog vandaag. Vijf minuten, dan ben ik beneden.”
Beneden keek Edwin in de lachende gezichten van zijn zus en zwager en tante Dina. “Wat nou? Ik mag van mijn dochter niet meer burgerlijk naar de eerste verdieping brullen. Dan maar zo.”
Heleen klikte het Skype scherm weg en knakte vervolgens haar vingers. Tijd voor actie. Zonder te aarzelen vulde ze dat ene hokje in dat ze het hele jaar had weten te vermijden. Ze klikte op verzenden en zwaaide naar het lachende gezicht dat in haar scherm verscheen. “Gefeliciteerd! Je hebt je voornemen ingevuld. We wensen je veel succes met dit voornemen. Vergeet vooral niet nu fijn kerst te vieren met je familie.”
Ze liep naar beneden waar ze tante Dina al hoorde lachen.

Dit kerstverhaal is gepubliceerd op de site van Martha Pelkman op 25 december 2019. Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.