Uitgebreide hobby*

Maandag na een drukke week, vrije dag en natuurlijk snipverkouden. Natuurlijk omdat ik de afgelopen week met mijn geliefde hobby heb doorgebracht, namelijk toneel. Van de twaalf die op het toneel rondliepen waren er vier verkouden, was er één net verkouden geweest (moi) en liep de rest behoorlijk kans verkouden te worden.
Toneel is een tijdrovende hobby, je kan er de hele week mee bezig zijn. Naast repetities moet er ook aan het decor gewerkt worden, moeten er kostuums geregeld/gemaakt worden en mag er ook wat aan de PR gedaan worden. Bij een amateurtoneelgroep komt dat allemaal op de schouders van de leden van de vereniging. Ook bij mijn toneelgroep Inter Nos, waar ik met een onderbreking al 23 jaar lid van ben. Afgelopen weekend hebben we onze jaarlijkse voorstelling gehad, een speciaal stuk voor het zestigjarig jubileum van de groep. We speelden ‘De anti-acteer show’ van Michael Green. Vier aparte scènes van ongeveer twintig minuten elk, een thriller, een opera, een stukje volkstoneel en een Shakespeare. Vanaf december aan gewerkt en nu in drie dagen achter de rug. We zijn allemaal aan het afkicken. En dat mag niet te lang duren, want in het voorjaar willen we weer een voorstelling op de planken brengen.

Voordat we zo ver waren, moest er eerst veel decor gebouwd worden, werd een complete naaiploeg opgetrommeld en zaten we met zijn vijven om de tafel om te kijken hoe we de PR gingen doen. Oh, en repeteren hebben we ook gedaan. Elke woensdag en ook enkele zondagen in de repetitieruimte in het wijkcentrum, waar we ook hebben gespeeld.

gebreide sjaalRekwisieten moesten er ook komen. De regisseur vroeg me ergens in december of ik kon breien, hetgeen een wat merkwaardige vraag is in een toneelvereniging, maar het kwam wel ergens vandaan. Hij wilde namelijk dat ik in mijn glansrol als kamenierster in de opera niet alleen zou zingen, maar ook zou breien. Ik vroeg hem toen wat ik dan moest breien. Ja, dat gaf niet, het moest lang zijn en het gaf niet als het lelijk was. Ik ben gaan breien, heb aan iedereen wol gevraagd en kreeg die ook in alle kleuren en soorten. Grote stappen snel thuis, dus met naalden nr. 7 en wol voor naalden nr. 4 schoot het aardig op. Na een paar weken deed het geheel – toen al zo’n 60 cm – pijn aan ieders ogen. Dit weekend tijdens de voorstelling heb ik ook gebreid, en dat heeft voor wat gaten gezorgd, want hier en daar heb ik wel een steekje laten vallen, gelukkig niet in mijn tekst.

De grootste vraag wordt wel wat ik er nu mee ga doen. Het is lang, zie de foto: twee en een halve meter breisel. Lang genoeg voor een sjaal, maar heel eerlijk, ook gewoon lelijk. Dat wordt een leuke advertentie bij Marktplaats: in de aanbieding, breisel van ongeveer twee en een halve meter, maar drie keer gebruikt tijdens een toneelvoorsteling. Voor alle doelen bruikbaar, sjaal, wikkelbaar vest of deken voor een heel smal persoon.
*ja, ik heb er al eerder over geschreven in het kader van de wekelijkse WOT 

#WOT deel 37: hobby

Een bijzonder leuke #WOT deze week, namelijk hobby. En net als @drspee zit ik met: waar moet ik beginnen?
Ik lees graag, schrijf, doe aan sport. Mijn werk als informatiespecialist is ook mijn hobby. Ik ben gek op musicals en doe niets liever dan ernaar luisteren en ze bezoeken. Ik ben zeven keer bij Aïda geweest.

Maar de hobby met de meeste impact is wel toneel. In 1992 vroeg een vriendin me of ik misschien regieassistente wilde worden bij haar toneelvereniging.
Dat wilde ik wel. Het duurde niet zo lang of ik ging ook spelen. Mijn eerste rol? Een hoerenmadam in ‘Alles voor de tuin’ van Alan Ayckbourn. Sindsdien heb ik van alles gespeeld, dienstmeisjes, secretaresses en excentrieke oude dames (die leeftijd heb ik nu).
Toneel is een veel tijd eisende hobby, want je bent niet alleen bezig op die ene repetitieavond in de week, maar ook op andere avonden, die tekst moet bijvoorbeeld in je hoofd gestampt worden. Verder moet er decor gebouwd worden, moeten de rekwisieten geregeld worden – mijn halve huisraad is al eens op toneel geweest – en zijn er nog veel meer dingen die moeten gebeuren. De voorstellingsweek is helemaal leuk, want dan kan je net zo goed een kampeerbedje neerzetten in het theater. Vanaf maandagavond repeteren in de zaal, donderdagavond bij sommige groepen al première, zondagmiddag de laatste voorstelling, zondagavond uit eten met zijn allen, en maandagochtend met zijn allen bij het grof vuil, want dan heb ik het echt wel gehad.

Anti ActeershowEn toch… is het leuk, is het repeteren fijn, is zelfs het leren fijn en genieten we van het resultaat. Ons publiek wordt blij van ons.

Het Haagse amateurtoneel was vroeger zo gelukkig dat het een eigen zaal had, maar die is jaren geleden al gesloten en de groepen zijn verspreid over de stad.
Mijn eigen groep Inter Nos repeteert en speelt in een buurthuis en voor ons is het ook bijna zover. En dit is dus het moment dat ik mijn eigen voorstelling schaamteloos ga pluggen. Voor iedereen die 9, 10 of 11 oktober a.s. in de buurt van Den Haag is, we spelen ‘De anti-acteer show’ van Michael Green. En degenen die me niet kennen zijn gewaarschuwd: ik ga zingen.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: http://www.drspee.nl/wot-deel-37-hobby/

Over UDC en andere dingen die voorbij gaan

Ik heb mijn opleiding genoten in een grijs verleden. Mijn opleiding was de Bibliotheek- en Documentatie Academie (BDA) in Den Haag, P.A. Tiele Academie geheten. Daar heb ik de tweejarige opleiding tot Assistent-Bibliothecaris (AB) gevolgd en daarna de vervolgopleiding Functionaris in Wetenschappelijke Bibliotheken (FWB). Allemaal afkortingen die niet meer bestaan. In het jaar nadat ik afgestudeerd was, werd het een ongedeelde vierjarige opleiding. Ik heb daar les gehad in dingen die de huidige informatiespecialist zich niet meer kan voorstellen. Niet alleen in alfabetiseren – twee systemen die ik nog altijd door elkaar haal – maar ook in titelbeschrijven. Die beschrijvingen van boeken, waardoor ze op een uniforme manier in de kaartcatalogus kwamen: ik kon en kan ze uitschrijven, met puntjes, komma’s, streepjes en spaties waar ze horen. Verder kregen we les in SISO, Schema voor de Indeling van de Systematische catalogus in Openbare bibliotheken – ik geef toe, ik moest de afkorting opzoeken. Ook UDC hoorde bij het vakkenpakket. UDC staat voor Universele Decimale Classificatie, een systeem bedacht door Paul Otlet en Henri La Fontaine aan het begin van de 20ste eeuw. De Dewey Decimale Classificatie staat aan de wieg van deze UDC. Het wordt gebruikt om boeken en tijdschriftartikelen te ontsluiten. Je kan er alles mee ontsluiten en vanuit verschillende gezichtspunten. Dat bewees de docent die het vak gaf op de Tiele Academie: hij ontsloot er zijn collectie treinkaartjes mee.

De bibliotheek waar ik kwam te werken na mijn afstuderen, had een kaartcatalogus en gebruikte UDC voor de ontsluiting van boeken en tijdschriftartikelen. Ik had veel plezier van mijn titelbeschrijflessen, van alfabetiseren en van mijn UDC-lessen. De boeken in die bibliotheek – toentertijd zo’n 15.000 – werden ook volgens het UDC-systeem geplaatst. En dan werd niet alleen de systematische code gebruikt, maar ook de geografische codes. Enigszins begrijpelijk, dit was namelijk de bibliotheek van Instituut Clingendael, gespecialiseerd in internationale politiek, maar ook enigszins vreselijk. Kast na kast op de systematische code 327 (internationale politiek) met een geografische code, waarbij de Verenigde Staten (73) en de Sovjet Unie (47) oververtegenwoordigd waren. Maar de relatie tussen beide landen werd ook op de boeksticker geplaatst (73:47) of (47:73) waarbij ik met droge ogen niet meer kan navertellen waarom het ene land voor het andere ging. Omdat de plaatsing op onderwerp was, moest er nogal eens doorgeschoven worden. Als je dan verkeerd inschatte hoeveel ruimte een rubriek nodig had, kon je overnieuw beginnen. Om de verwarring compleet te maken: de collectie bestond uit twee bibliotheken die waren samengevoegd, maar fysiek gezien nog niet. Er waren dus twee kaartcatalogi en de UDC-plaatsing begon ergens midden in de bibliotheek overnieuw. Oh, en die tweede collectie gebruikte geen geografische codes bij de plaatsing. Iedereen was erg blij toen we gingen automatiseren en – door voortdurend ruimtegebrek gedwongen – op een magazijnplaatsing overgingen.

Aan alles komt een einde, dus ook aan mijn carrière bij Clingendael. Na wat omzwervingen kwam ik in een bedrijfsbibliotheek terecht die niet alleen voor de ontsluiting, maar – tot mijn minder grote vreugde – ook voor de plaatsing UDC gebruikte.
Gelukkig wat pragmatischer, dus vrijwel zonder geografische codes. Ook waren sommige codes voor de plaatsing wat aangepast, waardoor het allemaal wat leesbaarder werd.
Is dat nou bruikbaar? Ik hoor het mensen zeggen. Natuurlijk is het bruikbaar, voor een grote bibliotheek die van alles wat heeft, want zoals mijn docent dertig jaar geleden al zei: je kan er alles mee ontsluiten.
Maar ja, ik werk in een bedrijfsbibliotheek die gespecialiseerd is in geotechniek en geologie en dan werk je met een klein gedeelte van de UDC en gebruik je een beperkt aantal codes. Ik gebruik hoofdzakelijk twee rubrieken, namelijk rubriek 5, en daarin voornamelijk 55 (geologie), en in rubriek 6 voornamelijk 62 (ingenieurswezen) en specifiek 623 (civiele techniek) en in mindere mate de andere sub-rubrieken.

Voor plaatsing van boeken is dat eigenlijk totaal ongeschikt. Codes van negen cijfers voor plaatsing, om de drie cijfers gescheiden door punten en soms – door specifieke aanpassingen – door komma’s.

Alleen in de geologie-rubriek worden geografische codes gebruikt en dat is voor de gebruikers vaak ook niet te volgen omdat het soms codes van vijf cijfers zijn: Noordzee (261.26). Ik werk er dagelijks mee, en zelfs ik kan soms boeken niet vinden.
Daar komt nog bij dat de UDC al jaren wordt gebruikt en er wijzigingen zijn doorgevoerd, maar oude codes niet zijn verwijderd in de plaatsing van boeken. Er is niet terug te vinden hoe dat zat. Opzoeken is wat lastig, die oude UDC-map heb ik tijdens mijn opleiding al weggedaan en mis ik nu eigenlijk wel.
Daar komt mijn vraag dus, is er ergens een bibliotheek die UDC nog gebruikt en mij de rubrieken 5 en 6 kan sturen? Of heeft iemand die map nog? Hoeft niet eens een nieuwe editie te zijn, omdat ik juist de oude codes wil zien.

UPDATE 9 september: met hulp van een oud-Tieliaan voorzien van een Engelstalige UDC, wat helemaal niet erg is, omdat de voertaal op mijn werk Engels is. Dank!

#50books vraag 34: What’s in a name

Vraag 34:
Hoe zou jij het vinden wanneer het boek van jouw favoriete auteur niet (compleet) door haar/hem zelf is geschreven?

Een boekenvraag die wel wat verwant is aan de vorige vraag: heeft een anoniem boek overlevingskansen? Volgens mijn niet uitgewerkte idee eigenlijk niet. Een naam verkoopt. Daarom is voor een uitgever de naam van een schrijver belangrijk. De volgende vraag is of die naam voor mij belangrijk is.

In mijn jeugd las ik alles wat los en vast zat, dus ook de beroemde Kameleonboeken. Dat waren geloof ik officieel wel jongensboeken, maar daar gaf ik niet echt om. Deze boeken werden geschreven door H. (Hotze) de Roos. Hij heeft zestig titels geschreven over de tweeling en hun schip, toen werd het stokje doorgegeven aan P. de Roos, waarvan ik altijd dacht dat het zijn zoon was. Nee dus, Wikipedia maakt mij wat wijzer, het was namelijk Piero Stanco, de directeur van Uitgeverij Kluitman. Maakt het wat uit? Weet ik niet zeker, toen las ik de boeken al niet meer.

arendsoogNog zo’n voorbeeld: wie heeft de Arendsoogboeken niet gelezen in zijn jeugd? Jan Nowee schreef negentien delen over de cowboy en zijn Indiaanse vriend. Reuze spannend, en ik heb ze allemaal gelezen tot en met de delen die door zijn zoon Paul Nowee werden geschreven. Maakte het wat uit? Nee, het was namelijk wel ongeveer dezelfde schrijfstijl.

Een voorbeeld dat niet uit de grijze oudheid stamt. Mijn lievelingsschrijver David Eddings die onder andere de ‘Belgariad’ en de ‘Malloreon’ heeft geschreven. In ‘Belgarath the Sorcerer’ werd een ‘worst kept secret’ onthuld. Eddings’ vrouw Leigh werd erkend als medeauteur van alle boeken.
Bij het lezen van deze notitie moest ik wel grinniken. Met mijn levendige fantasie kon ik me wel aardige ruzies voorstellen tussen het echtpaar die echt niet over de koffie gingen die zij tijdens het schrijven had gezet. Na tien boeken eindelijk haar naam ook op de omslag. Dat is daarna een flesje champagne geworden denk ik.

Wat vind ik er dus van? Ik vind het niet zo erg. Mij gaat het meer om de inhoud. Bij de Eddingsboeken bijvoorbeeld was ik allang gewend aan de stijl en de inhoud en maakte die extra naam niet uit.

#50books is in 2013 begonnen door @petepel, in 2014 voortgezet door @drspee en in 2015 weer overgenomen door @petepel

De blogs die ik niet schrijf

Ik had al een tijdje een idee in mijn notitieboekje over de blogs die ik niet schrijf. Toen kreeg ik het verhaal van @PPellenaars “Waarover ik niet blog” onder ogen en ik moest grinniken. We hebben een andere insteek, maar het komt op hetzelfde neer.

Ik kan ontzettend twijfelen over stukken waar ik mee bezig ben. Zoals het verhaal over de smoor in hebben dat ik schreef toen ik inderdaad zwaar de smoor in had. Vervolgens heb ik het laten zitten. En waarom? Omdat mijn stemming omsloeg. Tijdens het (lange) proces van schrijven ging ik van die smoor naar een veel beter gevoel, waardoor het onderwerp niet zo belangrijk meer was.

Een ander idee, twee blogs over hetzelfde boek, kwam niet uit de startblokken, maar de ideeën voegden zich samen tot één verhaal voor #50books. Het boek in kwestie is een mooie aanvulling voor mijn romans over toneel-serie en leende zich prima voor een antwoord op één van de wekelijkse #50books vragen.

Waarover ik ook niet blog: het leven zonder internet. Mijn modem staakte op zondagmiddag. Mijn eerste reactie: ergernis. Met mijn alles-in-een abonnement bij die maatschappij beginnend met een Z, had ik geen internet, geen Wi-Fi en geen telefoon. Het modem is twee maanden oud, reden tot nog grotere irritatie. Dat was een mooi onderwerp geweest voor de #WOT 32 van een week eerder.
Ik kan prachtige verhalen doen over wat ik allemaal doe zonder internet, maar de waarheid is wel dat ik waanzinnig smokkel omdat ik overdag op mijn werk wel online ben. Maandag zag ik pas weer mail en Wordfeud. Beiden hebben het uitstekend gered zonder mij.

Wel bloggen over het fenomeen niet bloggen, zijn meer mensen daarmee bezig?

Dit wordt mijn dag, of maand, of jaar

hulpboeken: dit wordt jouw jaar‘Dit wordt jouw jaar’ van Ben Tiggelaar had ik een hele tijd geleden aangeschaft. Het heeft stof liggen happen op de stapel ongelezen boeken, tot ik er op een zonnige vrijdagmiddag ineens aan begon en het binnen een uur uit had. Tiggelaar schrijft makkelijk en onderhoudend.
Hij is van de actie. Volgens Tiggelaar willen we na een vakantie, na een bijzondere ervaring massaal ons leven een positieve impuls geven, maar falen de meeste pogingen jammerlijk. En waarom, omdat we te weinig weten over de werking van ons eigen gedrag. Wilskracht en doorzettingsvermogen zijn vaak niet voldoende. Hoe kom je tot voornemens die wel kans van slagen hebben?

Hij noemt allerlei elementen die je mee kan nemen in je onderzoek, waar word je gelukkig van? Waar geloof je in? Wat zijn je sterke punten? Wat waarderen je dierbaren?
In twaalf hoofdstukken geeft hij je een handleiding hoe je het jouw jaar kan maken en daar moet je wel wat voor doen. Wie snel klaar wil zijn, de samenvatting staat op p. 111-113 van het boek.

En dan komt natuurlijk de volgende vraag. Ga ik het zelf doen? Of liever gezegd, wat haal ik er zelf uit?
Ik betrok het zelf op mijn plan voor afvallen en sporten, waarbij ik diverse punten kan invullen.

  • Het formuleren van concrete actiedoelen, makkelijk: plannen voor trainingen en daar tijd voor vrijmaken. Mijn manier van eten veranderen en daar ook moeite voor doen.
  • De sociale en fysieke omgeving creëren: de omgeving vertellen waar ik mee bezig ben zodat ze niet gek opkijken van de salades tussen de middag.
  • Terugvalsituaties vooraf benoemen. Hee, ik ken mezelf onderhand wel een beetje in dit soort dingen. Dat hoef ik niet meer te leren.
  • Wie een verandering beschouwt als een experiment en ook evalueert… Ik kan mijn blog als evaluatie beschouwen en gebruiken.
  • We zijn nooit klaar. Een open deur die ik mee intrap. Dat is bekende kost voor iedereen.
  • Zelfleiderschap, het lastigste gedeelte nog uit dit boek, en een punt dat wat meer aandacht verdient dan het uurtje dat ik nu het boek gelezen heb.

Nuttig? Ja zeker. Lezenswaardig? Ook dat.
Tiggelaar heeft nog zo’n boekje geschreven, namelijk ‘Dromen, durven, doen: het managen van de lastigste persoon op aarde: jezelf’. Hier is net een nieuwe editie van uitgekomen. Of ik daar aan ga beginnen, weet ik nog niet, eerst even deze verwerken.

Ben Tiggelaar – Dit wordt jouw jaar! 12 krachtige lessen in persoonlijke verandering (Soest: Tyler Roland Press, 2011)

Deventer boekenmarkt

Eerste zondag in augustus: boekenmarkt in Deventer. Nou ga ik er niet ieder jaar heen, maar dit jaar wilde ik gaan. Het was veel te lang geleden.
De oogst ditmaal: alleen maar Engelstalige SF en fantasy. Had nog veel meer kunnen zijn als ik niet voortdurend series had aangetroffen, waarvan het eerste deel ontbrak. Boeken waarvoor ik ging, Raymond Feist bijvoorbeeld, trof ik nauwelijks aan, of delen die ik al had.

De oogst

Wat heb ik wel:
Jack Williamson’s Classic Legion of Space series: ‘The Legion of Space’, ‘The Cometeers’, ‘One against the Legion’, een serie gepubliceerd in 1950.
Jack McDevitt, ‘Chindi’ en ‘Odyssey’. Ik hoorde pas later dat de goede man een serie van zeven boeken heeft geschreven, waarvan dit nummer drie en vijf zijn.
Carolyn Cushman, ‘Witch and Wombat’, ik werd aangetrokken door het verhaal achterop: fairies die als toeristengids moeten gaan werken voor sterfelijke menselijke toeristen. Grappig.
Rachel Neumeier, ‘Lord of the Changing Winds’, deel 1 van de Griffin Mage serie. Risico dus dat ik het zo leuk vind, dat ik de rest ook wil hebben.
Mervyn Peake, ‘Titus Groan’, ook een risico, een eerste deel van een serie.
Randall Garrett, ‘Too Many Magicians’, hoe zou de wereld eruit zien als de geschiedenis anders was gelopen. In dit geval zitten de Plantagenets nog op de troon van de Westerse wereld.
Deborah Chester, ‘The Sword’, ook te laat ontdekt: het eerste deel van een vijfdelige serie, maar wel leuk met een half-elf en een elf meisje.
C.S. Lewis, ‘That hideous Strength’, Merlin komt hierin voor. Leuk toch? En het is heel oud, gepubliceerd in 1945, wat ook leuk is bij SF.
John Brunner, ‘The Dramaturges of Yan’, toch gekocht voor de toneelconnectie, een dramaturg die naar een verre planeet reist om daar een stuk te regisseren. Ook leuk.

Ik heb dus nog wel even leesvoer, en jij? Laat weten wat je oogst is op de boekenmarkt.

Theater in romans: een uit de hand gelopen hobby

Op 1 juni 2006 begon ik ermee: “Nieuw projectje. Ik ga een artikel schrijven over toneel en romans. Wat voor voorstelling wordt er gemaakt van toneel, theater, etc. in romans en verhalen.”
Oorspronkelijk had ik het bedoeld voor Haghespel, het Haagse blad voor amateurtoneel waar ik al jaren hoofdredacteur van ben. In elk nummer zou ik één of twee boeken bespreken. De praktijk was dat het vulling werd voor de niet zo volle nummers. Wat ik niet had voorzien was dat de lijst wel erg lang zou worden. Van de simpele lijst met ongeveer vijftien boeken uit 2006 is het uitgegroeid tot een lijst van ongeveer 275 boeken die ik ook heb gelinkt naar de besprekingen.

Update

Van een blog is deze lijst uitgegroeid tot een pagina in het menu van mijn blog. Ik werkte dit blog altijd nog blij, maar het zakte steeds dieper weg in het archief, gezien het feit dat ik de lijst voor het eerst had gepubliceerd op 30 juli 2015.

Andere lijsten

Ik heb ook nog een lijst met kleuter-, kinder- en jeugdboeken die allemaal met theater te maken hebben. Het is een niet echt actieve lijst, ik heb hem in augustus 2009 gepubliceerd en sindsdien niet bijgewerkt. Dat komt ook omdat ik niet echt van plan ben deze boeken te bespreken. En de eerste lijst die ik in 2012 gepubliceerd heb, nog op volgorde van de voornaam van de auteur.

Tips

Elke keer lijkt het of de voorraad is uitgeput en vervolgens verschijnen er weer boeken. Tips zijn dus nog altijd welkom.

#WOT deel 31: voetbal

voetbal omschrijvingVoetbal, het woord van deze week. Ik wilde @drspee terug tweeten dat ik hier wel wat mee kon. Hootsuite kreeg er prompt de hik van, er werd dus niet getwitterd.

Het is een beetje een jeugdtrauma, dat voetbal. Als jongste in een gezin met drie broers en twee ouders die allemaal gek op voetbal waren, kan je je wel voorstellen dat de tv zondagavond standaard op Studio Sport stond. Ik was de enige, echt de enige thuis die er niets om gaf. Ik las dus op die zondagavonden. Toen ik eenmaal het huis uit was maakte ik altijd grapjes tegen mijn broers dat op mijn tv geen voetbal kwam. Lekker rustig.

Maar ja, we hebben nog buren, we leven niet alleen op de wereld, we zijn niet Rémi, dus moeten we verdragen dat ten tijde van Europese kampioenschappen en Wereldkampioenschappen de straat oranje gekleurd wordt. Is jullie ook wel eens opgevallen dat bij vrijwel niemand oranje echt staat? Meestal zien mensen er nogal… oranje uit, flatteus is het in geen geval.

Het gevolg van het jeugdtrauma en jarenlang passief Studio Sport meekijken is wel dat ik de namen van die voetballers nog steeds ken. Ik ga zelfs lachen als ik Jack van Gelder weer hoor in zijn commentaar tijdens de wedstrijd Argentinië – Nederland van het WK 1998: “Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp!”.
Maar het is gelukkig nog steeds zo, op mijn tv: geen voetbal.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: http://www.drspee.nl/wot-deel-31-voetbal/

#WOT deel 30: googelen

googelenDe gevleugelde uitspraak bij Twee voor Twaalf: dat zoeken we op. Ik gebruik de kreet zelf vaak in mijn werk. Zaten de kandidaten vroeger – ik ook trouwens – met een encyclopedie en andere handige boeken, tegenwoordig is Google de uitkomst.

Als informatiespecialist is mijn lievelingswerkwoord googelen. Ja, natuurlijk weet ik van het bestaan van andere zoekmachines als DuckDuckGo en weet ik dat Google graag alles van me wil weten. Maar het blijft wel de zoekmachine die ik het meest gebruik omdat ik er gewoon de beste resultaten mee krijg. Ook Google Scholar is een geliefde site. Google Afbeeldingen is vaak in beeld als ik bezig ben voor dit blog. Google Maps gebruik ik voor routebeschrijvingen, maar ook vaak voor mijn werk, als ik een onbekend plekje moet vinden. Google Earth is dan trouwens ook geweldig.
En ik heb GMail, wie niet zou ik bijna willen zeggen.

Het wordt pas erg als Google het besluit neemt iets af te sluiten en het googelen wat minder wordt. Google Reader bijvoorbeeld. Ik gebruikte hem graag en veel en moest noodgedwongen een andere feeds reader kiezen. Feedly is gelukkig ook heerlijk om mee te werken, maar triest blijft het wel. Je bent toch afhankelijk van een commercieel bedrijf voor iets dat je dagelijks gebruikt.

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen.
Het woord van deze week: http://www.drspee.nl/wot-deel-30-googelen/