Dilemma: blijf ik elke dag bloggen?

Maandagochtend. Na een niet zo geweldig weekend, want ik was niet zo fit, begin ik weer met werken. Allereerst met inventariseren wat ik deze week echt moet doen. Dat kan ik beperken tot twee dingen. Vervolgens ga ik ook voor privé inventariseren wat ik moet doen. Op nummer één staat bloggen. En ik weet weer geen onderwerp. Ik heb geen voorraad. En ik zit me af te vragen of het nou echt zo slim is om elke dag te bloggen, want man, het is toch wel een verplichting elke dag minstens een uur bezig te zijn met zo’n blog. En ik zit te zeuren.

Blogdip

Een blogdip is me niet vreemd, dat is me in eerdere jaren ook overkomen en zelfs tijdens deze periode van elke dag bloggen. Dat hangt samen met elke dag bloggen. Het komt er af en toe met hangen en wurgen uit. Het valt me op dat dit eigenlijk behoorlijk negatief is, terwijl de hele periode – 110 dagen bloggen – eigenlijk positief was. Het grootste deel van die stukken is er met plezier uitgekomen. De kwaliteit was wisselend, maar al zeg ik het zelf, er zitten heel leuke stukken tussen. Dus wat doe ik nu met mijn behoorlijk tegenstrijdige gevoelens?

elke dag bloggen
Afbeelding van Sophie Janotta via Pixabay

Doen wat goed voelt

Die raad kreeg ik in een Facebookgroep. Het is een heel goede raad, maar ik weet het nog niet. Tot ik het wel weet ga ik door met elke dag bloggen. Dat voelt in ieder geval goed. Een andere raad was een blogvakantie te houden. Een weekje niets en dan weer elke dag. Mijn eigen plan was toch eens serieus te werken aan een voorraad en in te plannen. Zeker voor de donderdagse #WOT is dat goed te doen. Soms heb ik op woensdag al mijn #WOT klaar en hoef ik donderdag niet, dat is ook fijn. Ik ben er dus mooi niet uit. Dat is humor. Ik begin zo negatief en kom er op uit dat er nog even niets verandert. Hier is dus weer een blog.

Cursus: #WOT deel 29, 2020

Ik heb deze week een cursus gedaan om terug te keren naar kantoor. Het bedrijf waar ik werk is van de regels en heeft zelfs een aparte afdeling, namelijk Fugro Academy, voor cursussen. Bij de Academy volg je dus cursussen voor allerlei vakspecifieke dingen, maar ook voor zaken die iedereen moet weten. Return to Office dus. Een animatiefilmpje met een quiz erna. Dat was een cursus van een kwartier, een kleintje dus. Dat hielp bij de terugkeer naar kantoor.

Het #WOT woord van deze week is:

Cursus = 1) Aantal lessen over een bepaald onderwerp, 2) hoeveelheid leerstof, 3) kortdurende opleiding, 4) leergang, 5) les, 6) Onderricht, 7) onderwijs, 8) opleiding, 9) schriftelijk onderricht.

Cursus

ik heb mijn opleiding tot Functionaris in Wetenschappelijke Bibliotheken in 1986 voltooid. ik ben toen een half jaar werkeloos geweest, vond toen een baan en heb eigenlijk voortdurend gewerkt. Acht jaar geleden ben ik even in between geweest, maar daarna heb ik weer gewerkt. Vrijwel alle nieuwe dingen – internet – heb ik on the job geleerd. Maar in die 34 jaar mocht ik echt wel bij leren. Onder andere met de VOGIN cursus “Online opsporen van informatie” die ik vorig jaar heb gedaan. Reuze nuttig, jaren geleden heb ik hem ook gedaan en er zijn heel wat ontwikkelingen geweest in de tussentijd. Vandaag ga ik weer een cursus doen, dit keer bij GO opleidingen en deze heet “Uw impact als Informatiespecialist vergroten”. GO opleidingen bestaat 70 jaar en organiseert kleine en grote cursussen. GO betekent overigens Gemeenschappelijke Opleidingen, en is de stichting die voor archief- en bibliotheekmedewerkers cursussen en opleidingen verzorgt. Vanochtend zit ik dus voor mijn laptop en ga via Zoom wijzer worden. Ik verheug me erop.

Schrijf je mee?

Misschien denk je wel, ik wil nog! Ik wil dingen leren! Ik houd ervan! Of denk je er anders over? Zit je in een fase van je leven dat je niet meer zo formeel aan het leren wilt? Geen cursussen meer voor jou? Schrijf mee, dat zou ik ontzettend leuk vinden.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Terug naar kantoor

Het mocht weer vandaag. Terug naar kantoor. Het werd ook hoog tijd, want er stonden wel heel veel mails in mijn inbox van mensen die ik dingen beloofd had die in de bibliotheek stonden. Dit keer was het met toestemming van de baas, want zo langzamerhand mogen we weer, maar daar heb ik het al eerder over gehad.

Beleid

Er was over nagedacht, zag ik toen ik arriveerde. Nou had ik ook al een verplichte cursus gedaan over het terugkeren naar kantoor, dus ik wist wel wat. We mogen de lift bijvoorbeeld niet gebruiken, maar ik vond dat ik met een stapel post en twee glazen in mijn handen wel de lift mocht gebruiken. Met glazen in je hand mag je niet op de trap volgens QHSE regels. QHSE betekent Quality, Health, Safety and Environment, wat bij ons serious business is, want we hebben heel veel werknemers die offshore op schepen hun werkzaamheden moeten doen. Daar heb je heel veel regels voor. Maar op kantoor hebben die QHSE lui ook wat te vertellen, hand aan de leuning dus als je de trap op of afgaat. Op de derde verdieping aangekomen schuif ik meteen door naar mijn vaste plek. Er is welgeteld één collega op deze verdieping die ik al vier maanden niet heb gezien, dus ik ga even een praatje maken. Hij blijkt wel meer op kantoor te zijn geweest. Er gaat een chat message naar mijn vaste lunchmaatje, ze blijkt er nog niet te zijn. Rondlopend op de derde verdieping zie ik overal borden hangen met looprichtingen die voor mij wat vreemd lopen. De bibliotheek is achter mijn bureau, maar de looprichting vertelt mij dat ik eigenlijk om de lift en het trappenhuis heen moet en dan de bibliotheek in kan. Er is één collega op de verdieping. Ik overtreed de regel.

Koffie

Mijn lunchmaatje is er, ik ga koffie met haar drinken en overtreed de volgende regel. In het trappenhuis vlak naast me mag ik eigenlijk alleen naar boven. De derde verdieping is de bovenste verdieping. Ik loop fijn naar beneden. In het restaurant gaan we op anderhalve meter afstand koffie drinken en bij kletsen. Collega nummer twee komt ook en wordt enthousiast begroet. Hij zit normaal naast me en ik heb hem in vier maanden niet gezien. Collega nummer drie komt er ook gezellig bij zitten. Alle vier op anderhalve meter afstand en we blokkeren effectief een pad in het restaurant. Gezellig is het wel, en alle nieuwtjes vliegen over en weer. Een collega is voor de tweede keer vader geworden en heeft het meteen goed gedaan: twee zoontjes. Een andere collega, al jaren geleden naar een andere BV verhuisd, gaat deze week met pensioen. En er zijn ook collega’s weg, wat te verwachten is met deze economische situatie, maar natuurlijk wel te betreuren is. Na de koffie ga ik lekker even doorwerken.

Kantoor situatie

Wat is het toch fijn om je inbox op een groot scherm te zien, zodat je makkelijker een overzicht hebt wat er nog open staat. Dat werk ik vandaag als eerste weg, want er zitten dingen tussen die er al weken staan. Daar kan ik niet tegen. Weg ermee. Op scherm 1 mijn mail, op scherm 2 mijn Exceloverzicht van bestellingen. Elke keer als ik die twee schermen voor mijn neus heb, besef ik dat het laptopschermpje wel weinig is. Na de lunch – met lunchmaatje en weer een andere collega – doe ik wat klussen die ik gisteren tot vandaag heb uitgesteld. Want!!!! Vandaag twee grote schermen. En vreemd genoeg heb ik ook al een nadeel ontdekt. Vier maanden thuis werken met een radio erbij, betekent dat het heel vreemd stil is op kantoor. Die ene collega aan de andere kant maakt namelijk ook geen lawaai. Vanochtend op de fiets had ik al bedacht dat ik de voeding van mijn laptop in mijn rugzak had moeten gooien, dus rond drie uur is het gewoon afgelopen. Nog geen 30% over, ik heb ook net een karweitje klaar, komt mooi uit.

Conclusie

Het was eigenlijk gewoon fijn. Kantoor weer zien, inbox leegwerken, bijkletsen, cappuccino drinken, nieuwtjes horen. Een stukje nieuwe energie opdoen voor de volgende keer. Die afspraak die ik met de Return to Office Coordinator heb gemaakt om elke woensdag naar kantoor te komen is eigenlijk wel goed. Volgende week dus weer.

Vier maanden thuiswerken

Maandagochtend om half zes ontdek ik dat het toch wel handig is als je thuiswerkt. Ik kan niet meer slapen en om zes uur zit ik achter mijn laptop en ben ik aan het werk. Reistijd 0,0. Nou had ik al ingecalculeerd dat ik vroeg wilde beginnen, maar zo vroeg had ik niet bedacht. Tegen de tijd dat ik vier mokken koffie en mijn ontbijt achter de kiezen heb en mijn mail heb weggewerkt is het rond tien uur en kan ik naar de sportschool gaan. Een les Pilates en twintig baantjes zwemmen. Want dat had ik ook ingecalculeerd, net zoals dat ik daarna weer achter mijn laptop ga zitten om nieuwe mail te beantwoorden en de rest van mijn werk te doen.

Terug naar kantoor

Mijn bedrijf wil ons zo langzamerhand terug laten keren naar kantoor. Met beleid, want alle COVID richtlijnen moeten gewaarborgd worden. Er zijn Return-to-Office coördinatoren aangesteld. En mijn bedrijf zou mijn bedrijf niet zijn als er niet ook een cursus werd gemaakt, met alles waar we ons aan mogen houden. Die heb ik dus netjes gevolgd vanochtend. Ook heb ik een afspraak gemaakt met de coördinator van mijn verdieping dat ik woensdag naar kantoor ga. Hij stelde voor me elke woensdag in het schema te zetten en eigenlijk vond ik dat een prima idee. Er is een maximale bezetting, dus zolang we daar niet aan zitten kan ik elke woensdag op kantoor zitten. Voor de rest is het nog zoveel mogelijk thuis werken, dus ik ga kijken hoe ik dit ga uitbreiden.

werkplek
Afbeelding van Free-Photos via Pixabay

Mijn ervaring van vier maanden

Het is te doen, thuiswerken. Ik merk nu pas goed hoeveel ik al digitaal deed en hoe weinig ik nog met papieren bronnen doe. Die scan ik zo snel mogelijk. Vorige week was mijn eerste ziekmelding in die vier maanden en dat kwam alleen omdat ik het echt niet meer trok na een week beroerd zijn. Voor de rest heb ik het gewoon opgelost met eerder ophouden en vervolgens een andere dag wat doorwerken. Te weinig geslapen? Daar heb ik namelijk echt last van gehad de afgelopen weken. Wekker uitgezet, doorgeslapen, ’s middags doorgewerkt. Dingen die je normaal opvangt met vrij nemen of ziek melden, los je nu op door dit soort verschuivingen. Ik heb ook al heel wat vrijdagen een paar uur gewerkt. Vrijdagmiddagborrel? Dan gelijk ook even naar mail kijken en zo. Pauze? Geweldig, thuis kan je even de keuken induiken en een ingewikkelde salade maken. Heb je meteen ook een pauze genomen. Kantoortuin? Wat was het eigenlijk een genot dat ik daar vier maanden niet in heb gezeten. Geen gesprekken van collega’s aanhoren, geen vergaderkamerdeur dicht moeten gooien omdat er weer eens mensen zitten te kletsen met de deur open. Geen afleiding van collega’s vlak naast je die het weekend willen bespreken, terwijl jij net had besloten een deuk in de mails te slaan.

Nadelen

  • Nadelen zijn er ook natuurlijk. Het heeft even wat moeite gekost voor ik met een apart toetsenbord, een provisorische laptop standaard (boeken) en een internetkabel mijn werkplek op orde had. Mijn eettafel is voorlopig bureau. Gelukkig heb ik een bureaustoel.
  • Het is best wel eenzaam als je alleen woont. Ik miste toch echt wel de aanspraak en het gezellig lunchen met collega’s.
  • Ik krijg nog wel eens klussen omdat mensen me voorbij zien lopen en me dingen vragen. Dat viel weg.
  • Op kantoor heb ik twee grote schermen voor mijn neus, thuis mijn laptopschermpje.
  • Vooral in het begin heb ik discipline moeten oefenen. Werk is werk en de was is geen werk.
  • Geen reistijd, maar dus ook geen fietstijd. Terwijl ik dat fietstochtje juist zo fijn vond. In de ochtend was het prima om wakker te worden, in de middag kon ik mijn werk uit mijn hoofd zetten.

Conclusie

Thuiswerken? Had het me vier maanden geleden gevraagd en ik had nee gezegd. Ik vond het wel fijn op kantoor, regelmaat, grote schermen, contact met collega’s, ging prima. Maar het blijkt dat het wel degelijk kan. Ik ben een paar keer op kantoor geweest, en dat was vanwege die weinige dingen die op papier in de bibliotheek stonden. Dat was een kwestie van verzamelen en op één dag al die dingen doen. Maar toch ga ik straks die ene dag per week wel fijn vinden en ga ik ook uitbreiden naar minimaal twee dagen. Wat vinden jullie?

Joker: #WOT deel 28, 2020

Ik gooi de joker in het spel. De reden daarvoor is dat ik eigenlijk gewoon ziek ben en me niet in staat voel een woord te kiezen en daar een prachtige omschrijving bij te verzinnen. En aangezien het al de hele week zo is, heb ik ook niet van tevoren iets kunnen schrijven.

Het #WOT woord van deze week is:

Joker = 1) Extra speelkaart, 2) figuur in het kaartspel, 3) grappenmaker, 4) kaartterm, 5) kansspel, 6) nar, 7) paljas, 8) passepartoutkaart, 9) potsenmaker.

joker

Het mag, zo’n joker

Ik ben in goed gezelschap, want één van mijn voorgangers, namelijk Martha, heeft de joker ook wel eens toegepast in de #WOT. Aan jullie de taak dus, verzin het maar. Wil je het over een joker hebben? Of ga je er zelf één inzetten en een eigen woord verzinnen? Dat wordt natuurlijk gewaardeerd. Dat is het mooie van een joker, je kan er alle kanten mee op. Zoals elke week kan je weer meeschrijven. Laat je reactie achter onder dit bericht.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Hoe schrijf je? Lessen van Anne Tyler

Van schrijfster Anne Tyler heb ik Vinegar Girl gelezen, een Shakespeare hertelling. Zaterdag stond er in de Volkskrant een interview** met haar, over haar manier van werken. De samenvatting van haar interview? Ze bedenkt het liefst wat er door het hoofd gaat van iemand die heel normaal lijkt. Micah, de hoofdpersoon in haar nieuwste boek Redhead by the side of the road is de gewoonste man die je maar kan voorstellen.

De blauwe doos

Maar wat me meer fascineerde was haar manier van werken. Ze blijkt een blauwe doos te hebben, een doos die nu een andere kleur heeft.

Als ik een vreemd zinnetje hoorde of op straat een glimp opving van iets dat een verhaal kon worden, schreef ik het op een indexkaart die ik in dat doosje stopte. Het werden er wel een paar honderd, zodat ik later een lange, zwart-witte archiefdoos moest aanschaffen.

Ze neemt die doos en die kaartjes als ze een nieuw boek probeert te bedenken en neemt ze allemaal door. Sommigen zijn van veertig jaar geleden en zijn nu pas bruikbaar. Met een stapel van één tot twee centimeter dik gaat ze zitten plotten, ze maakt een overzicht van één pagina. De kaarten horen vervolgens bij bepaalde hoofdstukken. Ze vergelijkt het met een recept, je krijgt zes ingrediënten, zie er maar een samenhangend gerecht van te maken. Hoe krijg je al deze dingen bij elkaar? Met dat proces is ze een maand bezig. Vervolgens gaat ze schrijven, en daar heeft ze een hekel aan. En dat vond ik zo vreemd, een schrijfster die haar eerste boek publiceerde in het jaar dat ik geboren werd, twintig romans heeft gepubliceerd en de Pulitzer Prize heeft gewonnen voor Breathing Lessons. Maar ze heeft een hekel aan schrijven. Dialogen schrijven daarentegen vindt ze geweldig.

Als ik bij de dialogen kom, vind ik dat gewoon geweldig, want… ja, ik weet waar het gesprek over zou moeten gaan, ik schrijf de eerste zin, en wanneer iemand zou moeten antwoorden, weet ik wat er moet komen, en daarna, en daarna. Het gebeurt gewoon. En zo komt het dat ik soms helemaal alleen in mijn schrijfkamer zit en hardop moet lachen omdat iemand iets grappigs zegt. Het is niet dat ik dan lach om mijn eigen grappen. Ik weet dat het gek klinkt, maar ik wed dat je andere schrijvers ook wel hebt horen zeggen dat personages tegen ze praten.

Afsluiten

Ze blijkt een nieuwsgierige en betrokken vrouw te zijn. De journalist wordt aan het eind van dit interview de hemd van het lijf gevraagd over de situatie in Nederland. Hoe hebben Nederlanders het tijdens corona? Lijden mensen onder de maatregelen? Het lijkt voor Tyler de reden te zijn geweest om in te gaan op het interviewverzoek. Maar daarna sluit ze echt af, want ze moet gaan demonstreren.

Liever geen held: interview met Anne Tyler / Sander Pleij. – De Volkskrant 4 juli 2020

Minibiebs in Den Haag deel 6: Hoogkarspelstraat

Op deze extreem winderige zondag prijs ik me gelukkig dat ik vorige week twee minibiebs heb gefotografeerd. Het Laaktheater was vorige week aan de beurt, deze week komt de Hoogkarspelstraat aan bod.

Hoogkarspelstraat

De minibieb in deze straat staat voor het wijkcentrum Leyenburg. Een goede plek, centraal, bij een ontmoetingsplek in de wijk, zelfs al is dit beperkt geopend door de coronamaatregelen. De beschildering valt op, dezelfde schilder is aan het werk geweest bij de minibieb op het Monnickendamplein. Die tekst op de zijkant (kijk vooral in mijn Flickr photostream) komt uit een sprookje, namelijk Vrouw Holle. Het is een goed gevulde minibieb met van alles erin. Konsalik, waarvan ik vreselijk veel heb gelezen jaren geleden, A.M. de Jong, een Shell stratenboek, totaal overbodig met Google maps. Jacob van Lennep, met Ferdinand Huijck, en Margreet van Hoorn, een oude bekende van me, staat er ook in met een trilogie. Ik heb niet gekeken welke boeken het zijn en dat had ik toch even moeten doen, want Goodreads voorziet niet in de informatie. En dan zit er één fascinerende titel in waarvan ik op het eerste gezicht niet eens weet welke taal het is. Molitva Moje Majke door Nafisa Hadzi blijkt een Kroatische editie van een oorspronkelijk Amerikaans boek te zijn, is vertaald als De hand van mijn moeder en gaat over de rebelse dochter van een Pakistaans moslim migrantengezin in Amerika en haar traditionele moeder. Een interessante vondst in een minibieb, maar ik ben wel benieuwd wie het eruit gaat halen.

P6280012

Tips voor leuke minibiebs in Den Haag zijn welkom. Ik heb meerdere foto’s gemaakt die in mijn Flickr photostream staan. Ik heb ze gemaakt op zondag 28 juni 2020. Deel 1 van de serie kan je hier vinden. Deel 2 kan je hier vinden. Het derde deel kan je hier vinden. Hier is het vierde deel. Deel vijf is hier.

Boekenupdate voor de zomer

Ja, mijn leeslijst is lang. En mijn lijst van te lezen boeken is nog langer, maar er verschijnen zoveel leuke boeken. Maar ik ga niets kopen, want ik heb mezelf weer op een verbod van kopen gezet. Wel zie ik leuke titels, bijvoorbeeld in het weekend magazine van FD, want die lees ik tegenwoordig.

Wat is interessant?

FD heeft een zomerleeslijst, waarvan ik niet alle titels interessant vind. Ik heb bijvoorbeeld helemaal niets met Arnon Grunberg, wiens Bezette gebieden wordt genoemd. Wat ik wel interessant vind, en dat is helemaal eigen voorkeur, is Olga Tokarczuk. Deze Poolse schrijfster heeft in 2018 de Nobelprijs voor literatuur gewonnen. De FD noemt haar met Jaag je ploeg over de botten van de doden, het is volgens FD een moordmysterie met een sterke plot en het heeft een verdraaid goede beschrijving die het enorm interessant maakt. Dan Richard Russo, met Er is een kans, een vreemd vertaalde titel naar mijn idee, maar de oorspronkelijke titel is Chances are… Letterlijk dus. En het heeft een fantastische cover.

Nog meer?

Oh ja, Elizabeth Jane Howard, wiens boek The Long View vertaald is als Welbeschouwd. Het boek is een verslag van de dood en geboorte van een relatie. In die volgorde. Ik ben gefascineerd en geïnteresseerd. Howard is blijkbaar bekend geworden met de Cazalet chronicles die ik niet ken, maar die ook interessant lijken.

Genoeg

Er verschijnt zoveel moois en ik heb hier alleen beschreven wat mij mooi lijkt. En dan heb ik hier alleen de zomerleeslijst van het Financieele Dagblad bekeken. Lieve lezers, lees wat u aanspreekt. Smaak is subjectief, dat is maar goed ook, want anders zouden we niet met zijn allen zoveel verschillende boeken lezen en mooi en leuk en interessant en spannend en romantisch vinden. Verzin nog wat superlatieven. Maak wat van die zomerleeslijst. Lees met plezier en geniet er van en laat vooral horen in de reacties wat jullie deze zomer lezen.

Gezapig: #WOT deel 27, 2020

Ik schrijf verhalen. Niets hoogstaands dat een literatuurprijs kan krijgen, maar gewone verhalen waar ik zelf veel plezier uit haal. Mensen die mijn verhalen lezen weten dat Dineke en Joris vaak de hoofdrol spelen en dat de actualiteit in mijn verhalen doorwerkt. Zo ook in het laatste verhaal dat ik heb geschreven en waarin Dineke en Joris plotseling een gezapig stel waren geworden.

Gezapig = 1) al te gemoedelijk, 2) bedaard, 3) bezadigd, 4) kalm, 5) saai, 6) sloom, 7) zacht en stil, 8) zonder inspanning.

Gezapig

Het woord heeft een beetje negatieve klank. Dineke en Joris hebben niet zoveel nodig om gezapig te worden en dat betekent in dit geval saai. Spannende dingen doen ze niet op een heel warme dag in coronatijd. Aan de andere kant kan je ook zeggen, wie overkomt dat nou niet? De dagen lijken in deze tijd allemaal op elkaar nu we niet met zijn allen heen en weer reizen tussen huis en kantoor en er verder nauwelijks uit kunnen. Het leven wordt weer wat spannender nu alle regels wat worden verlicht, maar eigenlijk was het voor mij wel een periode van tot rust komen. Mijn agenda was in één keer compleet leeg gevaagd en dat voor iemand die minstens drie keer in de week in de sportschool zat en voor de rest van de avonden ook nog wel een leuke besteding had. Is het gezapig? Misschien wel, maar eigenlijk is er niets mis mee.

Schrijf je mee?

En? Wat vind je ervan? Ben je ook gezapig, of vind je dat je precies goed bezig bent? Wie weet hecht je wel een heel andere betekenis aan dit woord. Zoals elke week kan je weer meeschrijven. Laat je reactie achter onder dit bericht.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Drie maanden elke dag bloggen

En ik ben er best trots op. Drie maanden lang elke dag bloggen, elke dag weer minstens een uur besteden aan een stuk schrijven over van alles en nog wat. Meestal op de dag zelf want blogplanning heb ik nog steeds geen kaas van gegeten. Een minimale planning zit erin, één keer per week de #WOT, en voor de rest kijk ik waar ik zin in heb.

Bevalt het nog Ali?

Het bevalt nog steeds, maar ik merk wel dat ik nog hetzelfde heb als na een maand bloggen en na twee maanden bloggen. Het komt af en toe wat moeizaam, dan zit ik andermans blogs te lezen voor inspiratie en vervolgens ga ik heel ergens over schrijven.
Lengte hoeft niet meer zo nodig. Ik heb een paar vrij korte blogs geproduceerd. Dat mag als mijn energieniveau niet zo hoog ligt. En ik hergebruik plaatjes. Mag wat lui zijn, maar het is vaak wel toepasselijk.

blog

Cijfers

Met een cijfernerd ontkom je daar niet aan, lieve lezer. Ik heb 92 berichten in totaal geproduceerd, met 91 dagen is er iets dubbel gegaan. En inderdaad. De eerste keer dat ik zelf de #WOT schreef, op 23 april, schreef ik ook iets over Instagram. April was sowieso een vruchtbare maand, want op 27 april heb ik ook twee blogs geproduceerd. Ook het verhaal waar ik me ongeveer over ga schamen, namelijk mijn #twentydaystory, heeft twee afleveringen. Dat ga ik afmaken, echt. En ik heb blog nummer 500 op Stukjes geschreven, hetgeen natuurlijk ook erg leuk is.

Blogplanning

Lamenielachen. Dat zeg ik al maanden en ik mag blij zijn als ik de #WOT een dag van tevoren klaar heb. Heel optimistisch dingen in concept hebben? Niet zoveel bij mij. Mijn notitieblok gebruik ik wel meer dan voorheen. Het loont de moeite dat ding bij me te hebben. Als ik wat bedenk kan ik het noteren.