New York, 1940. De negentienjarige Vivian Morris heeft het eerste jaar van de universiteit niet gehaald, omdat ze werkelijk niets heeft uitgevoerd. Haar ouders besluiten dat ze bij haar tante Peg in New York moet gaan wonen. Haar tante is de eigenaar van het Lily Playhouse, een roemrucht maar vervallen theater in Manhattan, en Vivian voelt zich meteen thuis in de extravagante en onconventionele wereld van acteurs en showgirls. Ze voelt zich thuis in het theaterleven. Ze mag achter de schermen werken en de kostuums ontwerpen, daar wordt ze heel goed in. Maar als ze een schandaal veroorzaakt staat haar wereld op zijn kop en zal ze pas jaren later alle gevolgen kunnen overzien.
Elizabeth Gilbert, Stad van meisjes. – Amsterdam: Cargo, 2019. ISBN 978-94-031-5820-4 Vert. van City of Girls
Wat vond ik ervan?
Dat vind ik wat moeilijk te vertellen. Ik had moeite met de vorm waarin het boek is gegoten, namelijk een lange brief. De oude Vivian Morris vertelt in 2010 aan Angela wat ze voor de vader van Angela heeft betekend. Dan krijg je als lezer vervolgens een lang relaas over het leven van Vivian, het verwende kind dat naar New York wordt gestuurd door haar ouders en daar een leven opbouwt in het theater van haar tante. Is dat leven interessant, ja, absoluut wel. Het relaas over jonge mensen in het New York van 1940 is de moeite waard, zeker als je enigszins door het losbandige karakter heen prikt. Voor meisjes van 20 is alleen de lol belangrijk. En de seks wordt er los doorheen gegooid, want die meiden leven voor de seks, en niet alleen met mannen. Het schandaal waar we het over hebben, heeft ook alles met seks te maken. Het was interessant genoeg. Maar was dit allemaal nodig om vervolgens Frank Grecco, de vader van Angela ten tonele te voeren? Want dit hele relaas duurt dus bijna 450 pagina’s van de 525. Ja, in eerlijkheid, hij is een figurant met één zin ergens op pagina 327, maar dat heeft dan nog geen impact. Het lijken twee verschillende verhalen. En apart zijn die verhalen heel interessant, maar de verbinding tussen de verhalen was me niet helemaal duidelijk. Het evenwicht tussen de verhalen was zoek.
Enkele citaten
Vivian leeft een losbandig leven in New York. Maar ze schaamt zich diep over haar aandeel in het schandaal dat haar in eerste instantie weer thuis bij haar ouders brengt. “Als we jong zijn, Angela, kunnen we de dupe worden van de misvatting dat de tijd alle wonden heelt en dat alles uiteindelijk vanzelf op z’n pootjes terechtkomt. Maar als we ouder worden, leren we deze treurige waarheid: sommige dingen kunnen nooit rechtgezet worden. Sommige vergissingen kunnen nooit goed gemaakt worden, niet door het verstrijken van de tijd en ook niet door onze vurigste wensen.” (p. 383) Een levensles die ze pas na jaren inziet: “En hoe dan ook komt er in een vrouwenleven een moment waarop ze het beu is zich voortdurend te schamen. Daarna is ze vrij om te worden wat ze echt is.” (p. 422) En dat is ongeveer waar het boek over gaat.
De theaterconnectie
Niet te missen natuurlijk. Het Lily Playhouse, het theater van Vivians tante Peg, dat amusement levert voor arbeiders. Korte stukken die allemaal hetzelfde inhouden, en voor weinig geld opgevoerd worden. Dat verandert pas als Edna Parker Watson in het Lily Playhouse intrekt. Edna is een Engelse actrice die een vriendin is van Peg. Zij komt naar New York gedwongen door de oorlog. Haar huis in Londen is gebombardeerd. Edna is getrouwd met de veel jongere Arthur. Peg vindt dat Edna moet kunnen spelen en zorgt ervoor dat haar man Billy naar New York komt. Ze leven al jaren gescheiden van elkaar. Billy schrijft een toneelstuk voor Edna, Stad van Meisjes, waar Edna in gaat spelen. Het stuk wordt een enorm succes. Vivian is stapelverliefd op de mannelijke hoofdrolspeler Anthony Roccella. Het theaterleven is een belangrijk onderdeel van dit boek.
Over Elizabeth Gilbert
Het boek waarmee Elizabeth Gilbert doorbrak was Eat, Pray, Love, een boek dat is verfilmd met Julia Roberts in de hoofdrol. Het boek kwam uit in 2006, maar voor die tijd had ze al enkele boeken gepubliceerd. Ze heeft niet alleen romans gepubliceerd, maar ook verhalenbundels.
Meer boeken waarin theater een rol speelt? Kijk op mijn boekenpagina.
Het viel me op vanochtend toen ik mijn app-gesprekken met Pedro zag. Het gebeurt me gewoon iedere keer, een tegenvallend gewicht en vervolgens “ik ga ervoor.” En dat herhaalt zich de volgende week. Dat is niet één keer, dat is vele keren, want ik ben geloof ik al bijna een jaar bezig met proberen af te vallen.
Ziek zijn
Ik ben ziek geweest, maar het gaat nu goed met me en bij elke controle gaat het gewoon lekker. Dus ik kan wel zeggen dat ik ziek ben geweest, maar op een gegeven moment houdt het toch op dat als excuus te gebruiken. Het punt is, ik weet waar het aan ligt, ik let op wat ik eet en dat gaat dus redelijk goed. Waar het niet goed mee gaat zijn de tussendoortjes, een halve bak pinda’s leegeten als ik thuis kom en hee, laten we ook een wijntje nemen, of twee, of nog meer. En laten we daarna nog een volvette plak kaas nemen, of twee. Daar gaat het mis. Het gaat ook mis op het moment dat ik met een ontzaglijke rotbui thuis kom, geen zin heb om te koken en een pizza bestel. Voor het eerst in vier jaar.
Realiteit
Ik heb 103 kg gewogen en ik was bijzonder trots op mezelf dat ik daar ruim 25 kg vanaf kreeg. Vandaag woog ik 89,2 kg. Ik ben gewoon weer onderweg naar die 100 kg. Ik heb 78 gewogen en daar wil ik eigenlijk gewoon weer naar toe. Al was het alleen maar om van die rotzwembandjes af te zijn. Als dat met zich meebrengt dat ik een tijdje wat minder slap moet zijn, dan moet dat maar. Ik wil het zelf, ik zal het ook zelf moeten doen. Als iemand goede tips heeft, mag ie het zeggen.
Vanochtend zat ik een interview te lezen met schrijver Jan Brokken. Zijn oeuvre telt 32 boeken, fictie en non-fictie. Het interview** was bijzonder interessant. Eén uitspraak van hem vond ik opvallend.
De laatste scène van een verhaal moet je in je hoofd hebben, want daar moet je naartoe werken. En de laatste zin moet je vrij nauwkeurig weten.
Voor de schrijfprompt van januari heb ik een verhaal geschreven waarvan ik het einde al vanaf het begin in mijn hoofd had. De meningen verschillen over wat werkt want twee andere schrijvers, Martha en Cindy werken zo nooit, zij werken met een idee dat zich ontwikkelt tijdens het schrijven. Ik ga toch voor die theorie van het einde in je hoofd hebben, want ook bij stukjes als dit geldt, waar gaat het heen? Het loont voor mij als ik een eind heb, waar ik naar toe wil.
Het einde of het begin
Ik heb ook wel eens andersom gewerkt, namelijk met een opzet voor het begin en vervolgens ben ik naar het einde toe gaan werken. Dat was voor mijn #twentydaystory, twintig dagen achter elkaar schrijven en een verhaal produceren met alleen een aanzet. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik verschillende keren in die periode met het zweet in de handen heb gezeten omdat ik geen idee had hoe ik verder moest. De gedachte aan een schema is me wel eens door het hoofd geschoten. Maar tot nu toe heb ik elk verhaal zonder schema geschreven. Ik heb hoogstens een enigszins omlijnd idee waar ik naar toe wil. En gelukkig, Brokken doet er ook niet aan.
En een schema? ‘Het is vreemd maar zo werk ik niet.’ Hij vertelt over Hella Haasse, die haar documentatie in twee plastic tassen bewaarde en zei: ik onthoud alleen wat ik kan gebruiken. Haar complexe historische romans ontstonden uit chaos. Jan Cremer daarentegen, van wie je zou verwachten dat hij de woorden er in een woeste bui in één keer uit ramt, maakt complexe schema’s vol kleurtjes en lijntjes. Maar voor Brokken geen schema. Hij schrijft zoals hij reist: zoekend.
De oorsprong
Het idee voor dit stuk begon met het interview met Jan Brokken, waarvan ik vond dat hij mooie dingen vertelde over het ambacht van schrijven. Door zoekende kwam ik tot de ontdekking dat hij meerdere boeken heeft geschreven over schrijven. Bijvoorbeeld Het hoe, gepubliceerd in 2011, en De wil en de weg, gepubliceerd in 2006. Boeken die ik zeker een keer wil lezen. Ik ben overigens van plan meer te gaan publiceren over inspiratiebronnen voor het schrijven.
**Het interview: Elke dag vanaf pagina 1: interview met Jan Brokken / Sander Pleij, De Volkskrant, 8 februari 2020. Afbeelding van cromaconceptovisual via Pixabay
Af en toe denk ik het wel eens, stilstaand bij het rode verkeerslicht, met links en rechts inhalende fietsers, ik ga er doorheen! Ik ga rebelleren! En dan blijf ik weer staan, hoofdzakelijk omdat er een file auto’s aankomt die van het groene licht gebruik maakt.
Rebelleren: dwarsliggen, herrieschoppen, in opstand komen, muiten, opstaan
Rebelleren
Bij sommige mensen zit het in het bloed. Rebelleren, tegendraads zijn. Bij mij niet. Je kan mij rustig de braafste van de klas noemen. Wie heeft al zijn boeken gelezen voor zijn examenlijst? Uw ondergetekende. Ik heb zelfs nog extra boeken gelezen. Wie deed altijd braaf het huiswerk? Ja, het is al bekend. Het zit er bij mij gewoon niet in. Leven en laten leven denk ik altijd. Doe niet zo moeilijk. Ik zit er niet mee. Ik doe ook niet mee aan Twitterfitties. Mensen moeten dat zelf maar weten, maar ik snap werkelijk niet waarom je een conflict met iemand uitknokt op zo’n publiek terrein.
Toch eentje
Eén ding kan mij wel op tilt laten slaan en dat zijn de software updates bij mij op het werk. Die cruciale, die volslagen noodzakelijke update waar je altijd een melding voor krijgt en die je haast niet durft uit te stellen. Behalve dan als je de ervaring hebt dat die updates meer mislukken dan lukken. Ik druk dus op “postpone”, daar ben ik dan even heel rebels in.
#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.
De was opvouwen, dat is nou typisch zo’n klus waar ik een hekel aan heb. Wassen, was ophangen, geen probleem mee, maar opvouwen? Het is dat ik de krat nodig heb voor een nieuwe was. Boodschappen, vooral het sjouwen, hoeft voor mij niet. Leve de bezorgdienst van de AH.
Klussen
In de tijd dat ik werkeloos was, inmiddels ook al bijna zes jaar geleden, had ik een Word-document met allerlei klussen die gedaan moesten worden. Je zou denken, werkeloos, tijd zat. Ik heb dat document nog, en er staan klussen op die er toen ook al op stonden. Wat zal ik zeggen? Uitstellen is mijn middle name. Schilderijen ophangen, lampje in de gang herstellen dat al minstens drie jaar op half zeven hangt, vriezer ontdooien waar wel heel weinig ruimte in zit door het ijs. Het zijn allemaal van die dingen waar ik geen enthousiasme voor kan opbrengen. Het beste is dat soort dingen meteen door een klusjesman te laten doen. Het huishouden heb ik geen moeite mee, want daar heb ik een werkster voor.
Werk
Op het werk ligt het wat anders. Tenslotte word ik er daar voor betaald. Dan komen er wel eens klussen langs waarvan je denkt, moet dat nou? Ja, dat moet en als je even je schouders eronder zet is het zo gedaan. Thuis werkt dat niet zo is mijn ervaring. Komt denk ik ook omdat ik thuis de enige ben die de schouders eronder zet. Op mijn werk kan ik nog wel eens collega’s inschakelen. Ook daar heb ik een to do lijst in Word. In Outlook gebruik ik een taak als ik een mail later moet afhandelen. Post-its willen ook nog wel eens op mijn bureau rondzwerven, maar dat is nooit lang, aangezien ik elke avond mijn bureau moet leegruimen. Het ideale systeem heb ik nog niet gevonden. Tips zijn welkom
#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over mee kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.
Elke eerste vrijdag van de maand geeft Martha een schrijfopdracht waarmee je aan de gang kunt gaan. Het is typisch voor mij dat ik die opdracht op de eerste vrijdag lees en op de laatste vrijdag indien. Enger is dat ik ook feedback kan krijgen. Er moet overal een eerste keer voor zijn.
Januari
Het was donker in de slaapkamer. Heleen duwde de deur voorzichtig open. “Vincent? Van je moeder mocht ik naar boven.” Ze duwde de deur helemaal open, liep door naar het raam en trok het gordijn open. “Ga weg!“ klonk het uit het bed. Heleen legde wat boeken van de bureaustoel op het al volle bureau. “Ik ga niet weg voordat je uit je bed komt, luilak. Je zou mee gaan hardlopen en dit is al de derde keer dat je te lui bent om mee te gaan.” Het bed verroerde zich niet. Heleen duwde met een sportschoen tegen de vorm onder het dekbed. “Kom op! Uit bed, aankleden, douchen mag na het rennen. Het is heerlijk weer voor januari. Prima voor hardlopen.” “Ga weg!” klonk het nogmaals, “ik kom tot en met december niet uit bed!” Ze schoof de stoel naar achter tegen het bureau. De laptop werd wakker en ze zag de mail over het voornemen op het scherm staan. Ze giechelde. “Dus daarom sluit je je op. Het voornemen! Oh, wat ben ik blij dat ik dat vorig jaar allemaal heb gehad.” Ze gierde nu helemaal van het lachen. “Oh, en dat krijg jij nu! Baal jij even dat je drie weken jonger bent dan ik. Net in januari geboren!” Vincent vond het helemaal niet leuk. Hij zat recht overeind in bed. “Weet je wel wat dit betekent? Precies in het examenjaar en volgend schooljaar op de universiteit heb ik er ook last van. Ik doe het niet!” Heleen hikte na. “Je kan het niet ontlopen, lukte mij ook niet. Ik ga hardlopen. Blijf jij maar hier, kan je alvast nadenken over je goede voornemen.” Ze liep de deur uit. Vincent haalde een hand door zijn haar en dacht na.
Februari
De eerste bijeenkomst voor het voornemen. Vincent zat in
het midden van de zaal. Zijn beste vriend Mark zat naast hem en praatte
onophoudelijk door. Dat hij al zo’n goed idee had en dat straks wilde bespreken
met de mentor en dat hij dan vast in één keer klaar was. Zijn vader had hem
geholpen en het was het beste idee ooit. Hij kon de rest van het jaar op zijn
lauweren rusten. Vincent reageerde nergens op. Toen de bijeenkomst afgelopen
was, schoot Mark meteen naar de mentor. De volgende ochtend kreeg Vincent een
enthousiast appje van Mark. Dat hij zijn idee had besproken, het die middag
meteen had ingevoerd in het systeem en deze ochtend al een goedkeuring had
gekregen. Hoezee! Kreunend legde Vincent zijn telefoon weg. Zijn moeder trok
haar wenkbrauwen op, maar Vincent reageerde niet, pakte zijn rugzak en ging
naar school.
Maart
“Je zal toch een keer iets moeten ondernemen, het is verplicht weet je.” Heleen en Vincent stonden te rekken en te strekken aan het eind van hun hardlooproute. “Ik heb er echt moeite mee gehad en heb tot in december zitten rekken, maar ik ben zo blij dat het klaar is. Weet je wel in wat voor programma je terecht komt als je last minute voorstel niet goedgekeurd wordt? De neef van Mark zit daar nu in, die mag elke week een les volgen. Waarom denk je dat Mark zo snel was?” Vincent zei niets. “Ja, het is leuk Vin, maar wil je op de universiteit je tijd verdoen met dat voornemen? Met die druk van tegenwoordig heb je wel wat beters te doen.” Heleen stopte met strekken en vouwde zichzelf voorover, haar vlechten doken met een wijde boog mee. Vincent deed onwillekeurig een stap naar achter. Ze kwam weer overeind. “Vin, wat wil je nou? Ik ken je wel een beetje. Hoe stiller je bent, hoe meer er in je omgaat. En alles wat moet, ga je met een wijde boog omheen.” Met twee vingers pakte ze zijn gezicht en trok het naar haar toe. “Bedenk iets, Vincent. Soms moet je met de stroom mee, weet je.” Ze liet hem los en keek hem peinzend aan. “Tot morgen, ik zie je bij wiskunde.” Ze stak de weg over naar haar huis. Vincent keek haar na en liep naar zijn huis. Na zijn douche ging hij achter zijn computer zitten en knakte zijn vingers. Hij logde in op het forum van de school, onderwerp voornemen. “Lieve klasgenoten. We weten het. Dit jaar is het eerste jaar van de rest van ons leven. In de voorbereiding op ons volwassen leven moeten we een goed voornemen hebben en daar naar gaan leven. Ik zal de enige niet zijn die daar totaal geen zin in heeft. Maar ik ga er wel naar handelen! Een goed voornemen? Ik ga op de zeepkist staan en ik gooi het de deur uit! Geen goed voornemen voor mij! Mijn voornemen is een slecht voornemen te verzinnen en daar naar te leven. De maatschappij moet in evenwicht blijven, we moeten ook slechteriken hebben! Viva La Revolución!” Hij plakte er handmatig wat rode vlaggetjes bij, en drukte op Send. De volgende ochtend moest hij bij de directeur op het matje komen.
April
De directeur was kwaad. Het hele programma liep juist zo lekker met een record aantal leerlingen waarvan het voornemen al was ingevuld. En dan kreeg ze nu te maken met eigengereide Vincent die zijn hele schooltijd precies het tegenovergestelde had gedaan dan wat van hem verwacht werd en ze kon er niet tegen. Hij kreeg de wind van voren. De mentor zat er bij en hield zijn mond. Hij kwam er ook gewoon niet tussen. Het moment dat de directeur naar adem snakte, kwam Vincent ertussen. “Was dat Viva la Revolución teveel? Ik dacht nog, zal ik wel, zal ik niet…” Het gezicht van de directeur werd rood. De mentor kwam er snel tussen. “Zal ik Vincent overnemen mevrouw Troost? U heeft het zo druk met het reilen en zeilen van de school. En ik ben hier tenslotte om het programma voor het voornemen te ondersteunen.” Hij nam Vincent mee naar zijn eigen kamer. “Wil je iets te drinken, Vincent?” Vincent lag onderuit op een stoel. “Een briefje om me te verontschuldigen bij wiskunde is handiger denk ik.” Hij grijnsde. De mentor grijnsde terug. “Vincent, ik denk dat je heel goed in de gaten hebt waar dit programma eigenlijk over gaat. Ik denk ook, gezien je schoolverslagen, dat je daar dwars tegenin gaat.” Vincent grijnsde nog steeds. “Ik zit hier niet om je te straffen. Het programma is er met een reden, het hoort bij je, het hoort bij iedere leerling. En ik ben hier om je te laten zien dat je zelfs met tegen de stroom in gaan, je met de stroom mee kunt. De komende maanden gaan we eraan werken. Ik kan je vertellen dat zelfs als je de school verlaat mij als mentor houdt, want anders schiet het ook niet op natuurlijk. Ik ga een programma voor je in elkaar zetten. We gaan elkaar vaak zien de komende maanden.” Vincent grijnsde niet meer.
Mei
Heleen kon niet meer van het lachen. Vincent keek alleen maar boos. “Hij is leuk, hij is leuk!” Ze kreunde bijna van de pijn in haar zij. Vincent gaf haar een duw. Hij had haar net het relaas gegeven van het eerste overleg met de mentor en dat was naar zijn idee niet zonnig. “Weet je, je bent mijn beste vriendin en dan doe je zo. Ik vind het niet echt aardig.” Heleen zat ineens overeind. “Ja, maar schat, wat wil je dan? We zijn vrienden, al vanaf de kleuterschool, maar jij bent af en toe ondoorgrondelijk voor mij. Dat dwarse van je, en toch ben je dan recht door zee. Ik begrijp het niet.” Vincent keek stuurs. Aan de ene kant wilde hij het uitleggen, aan de andere kant niet. En hij werd boos en zei dat niet tegen Heleen, die zijn beste vriendin was. Het meisje waar hij gek op was, waar hij van hield, wat hij nooit had gezegd. Dat meisje stond nu tegenover hem, met haar handen in haar zij. “Je moet echt beslissen wat je wilt, Vincent, en niet alleen voor dit moment.” Ze draaide zich om en liep naar haar vriendinnen. Vincent stond zich te verbijten.
Juni
Juli
Augustus
September
Vincent las het bericht op zijn telefoon en zuchtte. Hij ontkwam echt niet aan de mentor, want die vertelde hem dat hij een wekelijks spreekuur had op de Universiteit Leiden. Heleen trok aan zijn arm. “Kom nou! Die hele El Cid week gaat nu pas echt van start. Even een week lol en dan moeten we hard gaan werken.” Ze stopte toen zijn ernstige gezicht op haar inwerkte. “De mentor heeft gemaild. Ik heb over twee weken een afspraak met hem.” De frons in zijn voorhoofd werd alsmaar dieper. “Over twee weken, Vin, nu even lol, we hebben verschillende studies, hier zien we elkaar nog, later niet meer. Zet het even uit je hoofd.” Ze greep zijn hand en trok hem mee.
Oktober
Vincent zei niets. De mentor ook niet, hij was zich er wel van bewust dat hij Vincent los moest trekken uit zijn gedachtenstroom. “Bevalt politicologie je als studie, Vincent? Het is wel toepasselijk, politicologie, zeepkist.” Vincent keek hem aan alsof hij net wakker werd. “Helaas moeten we nog wel even iets doen aan het programma, ik kan me voorstellen dat je studie interessanter is. Zou ik ook vinden.” Vincent keek hem nog steeds aan. “Zullen we afspraken maken voor november en december?” Vincent stond op en liep de deur uit. De mentor keek hem na. “Ik ga denk ik die afspraken op de mail zetten.” In het luchtledige pratend liep hij naar zijn computer en opende de agenda. “En ik ga er denk ook aandachtspunten bijzetten, zeker voor november, dan kan je in december doorzetten met je voornemen.” Een collega keek verbaasd de kamer in. De mentor grinnikte, “hij is al weg, bedenkt zelf al wat relevant is.” De collega knikte, niet helemaal overtuigd.
November
Vincent keek naar de vijftiende e-mail van de mentor op zijn telefoon, een herinnering om contact op te nemen. “Viva La Revolución”, dacht hij, en verwijderde de e-mail. Heleen kwam aanrennen. “Sorry, sorry, het college liep uit, ik wist niet dat je over de staatkundige geschiedenis van Nederland zo lang kon doorgaan.” Ze ging naast hem zitten. “Koffie?” Hij schudde zijn hoofd. “Lunch dan, het is wel vroeg, maar ik heb vanmiddag weer college.” Hij schudde zijn hoofd. Heleen keek geïrriteerd, dit was niet de eerste keer dat het zo ging. Ze snoof. “Revolutie?” Hij keek haar aan. “Ik ga lunchen met mijn studiegenoten. Jij bent namelijk niet te genieten. Voor iemand die niet bezig wilde zijn met dat voornemen ben je er verdomd veel mee bezig. En dat is nou niet bepaald interessant voor mij. Jij begreep vorig jaar niets van mij. Ik begrijp dit jaar niets van jou. Ik hoor wel van je als je eruit bent.” Ze beende weg. Vincent zuchtte en zocht het telefoonnummer van de mentor op.
December
Vincent zuchtte. Waar ging het nou eigenlijk om? Het voornemen? Zijn gevoel? Overtuiging? Zijn dwarse natuur? Zijn vingers aarzelden boven het toetsenbord. De Skype pingde en hij klikte het scherm omhoog. Hij zag Heleen, lachend. “De laatste loodjes hé? Invullen die hap! Kerstdiner, kom naar beneden.” Hij stak zijn tong uit, sloot de Skype af en opende het voornemenscherm: “Laten we even duidelijk zijn, ik wil niet. Ik ben niet zo iemand die met de stroom meegaat. Maar ik wil ook niet automatisch tegen de stroom ingaan en dat is dit jaar wel gebeurd. Noem het opgroeien. Ik wil niet moeten, maar af en toe moet ik wel. Mijn voornemen goed of slecht: tegen de stroom ingaan, nadenken over die stroom en daar een hekje inzetten als het nodig mocht zijn. Viva La Revolución! En nu realiseer ik me dat ik toch met dat programma ben meegegaan. Potverdriedubbeltjes!!!!” Hij hoorde Heleens vader lachen en drukte op Send. Het kerstdiner wachtte.
Afbeelding van motihada via Pixabay. Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen. Update 2 maart: het commentaar van Martha vind je hier.
De teller stond vanochtend op 89,5 kg. De laatste keer dat ik zoveel woog was in 2015. Nou weet ik wel dat ik de kerstvakantie nergens heb naar gekeken, maar het was leuk geweest als dat niet zo nadrukkelijk op de weegschaal duidelijk was geworden. Het was eigenlijk het beeld van heel 2019. Ik wilde wel, maar het vlees is zwak en er zijn zoveel lekkere dingen. Het laagste gewicht van 2019 was 83,2, het hoogste 87,1. Officieel was ik wel 0,6 kg afgevallen als ik het hele jaar bekijk. Hoera.
Cijfers
Het was een rustig blogjaar. Ik heb in totaal op dit blog 15 stukjes geschreven, minder dan 2018, want toen waren het er 19. Mijn topjaar was 2016, want toen heb ik 83 stukjes geschreven. Maar het gaat om de kwaliteit tenslotte. Ik blijf schrijven leuk vinden, maar had blijkbaar minder behoefte me te uiten op dit blog.
Gezondheid
Op het moment dat ik dit schrijf is mijn operatie anderhalf jaar geleden. Het lijkt gisteren dat ik me zorgen zat te maken over de operatie en mijn gezondheid, maar het is al wat langer geleden. Mijn vierde controle is al ingepland. En daarna: feestje, zoals vriendin E zegt.
Jaaroverzicht
Ik kan natuurlijk gaan vertellen wat ik dit jaar allemaal gedaan heb aan sport. Maar mijn cijferoverzicht is oersaai voor iemand die het niet interesseert. Ik ben bang dat ik de enige ben die het leuk vind. Wel wil ik even kwijt dat ik in 2019 veel yoga heb gedaan en zelfs op yogavakantie ben geweest. Met een hele groep vrouwen naar Corfu, wat ontzettend leuk was.
En wat ga ik in 2020 doen?
Toch wel afvallen denk ik, want die 89,5 kg van vanochtend vind ik echt te veel. Ik ga weer streven naar die 80 kg en ga dus ook maar de app op mijn telefoon gebruiken. Even er weer op letten. Verder blijf ik dit jaar aan yoga doen en blijf ik fijn bij Pedro trainen. Het is af en toe frustrerend, bijvoorbeeld als ik moet touwtje springen en bij de tweede sprong al blijf hangen. Iets in me zegt dat ik misschien weer wil gaan werken aan de plank, die twee minuten blijft een uitdaging, maar er is geen moeten bij. Voor de rest wens ik iedereen een goed en gezond 2020 toe.
Volgens de definitie van Irene heb ik een stiel, namelijk informatiespecialist. Dat neemt niet weg dat mijn opleiding me oorspronkelijk heeft opgeleid tot functionaris in wetenschappelijke bibliotheken. Ik heb ook daadwerkelijk in een wetenschappelijke bibliotheek gewerkt. Nu zit ik al weer jaren in een bedrijfsbibliotheek éénvrouwstoko te spelen. Mijn carrière keuze viel zo ongeveer rond mijn veertiende toen ik er achter kwam dat je een opleiding had voor het werk op de plek waar ik elke week minstens één keer zat. Was een andere carrière leuk geweest? Vast wel, mijn belangstelling is breed. Ik was al lang aan het werk toen ik puur uit liefde voor het vak geschiedenis ging studeren in Leiden. Taal heeft ook mijn belangstelling. Nederlands was vast ook leuk geweest. En die taalliefde draaide op volle toeren deze week.
Schaatsschuld
Ik las een bericht over minister Wopke Hoekstra die zich bezorgd maakte over de zorgkosten. Terecht, die lopen de pan uit. Maar er waren ook lichtpuntjes. Hij hamerde er namelijk op dat de schaatsschuld met zo’n tien procentpunt was afgelost. Geen woord uit het bericht drong verder nog tot me door. Mijn hersens sloegen ogenblikkelijk op hol. Wat was dat dan? Sven Kramer die zijn salaris niet had gekregen? Thialf die een schaatsschuld had? Allerlei schaatsers in het wild die hun boetes niet hadden betaald en dus een schaatsschuld hadden? Allerlei scenario’s speelden door mijn hoofd.
Het is dus een stiel, mijn vak. Een stiel die ik met veel liefde doe, en waar ik na 33 jaar nog steeds veel plezier in heb. En de Nederlandse taal? Een liefhebberij, iets nerderigs en neurotisch, want het kan af en toe wel zwaar irritant zijn als Ali vertelt dat iets fout is. Maar de schaatsschuld, ja, daar zou ik wel mijn stiel van willen maken. Wat voor oplossingen kunnen daarvoor zijn?
#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzint Irene een woord waar je over mee kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment dat je wil instappen.
Ik was – weken geleden – dit blog gestart met een negatief verhaal van wat ik allemaal niet had gedaan in 2019. Eén van die dingen was een jaaroverzicht maken over 2018. Dat is dus de reden dat ik 2018 ook nog aanhaal in dit overzicht. Maar voor de rest stop ik met negatief doen. Wat heb ik allemaal gedaan? Veel gelezen en veel geschreven. Ik heb meegedaan aan leesacties, de Maand van de Klassieker in 2018, de Maand van de Surinaamse Literatuur in 2018 en 2019. In 2019 heb ik die zelf georganiseerd. In maart 2019 was het Nederlands wat ik las. Verder heb ik nog meegedaan aan leesacties voor boeken, bijvoorbeeld Anna Boom van Judith Koelemeijer en De paradox van geluk van Aminatta Forna.
De Russen
Het was ineens in de mode. Russische boeken. Dat kwam omdat de nieuwe vertaling van Anna Karenina door Hans Boland gepubliceerd werd. En daarvoor werd een leesactie georganiseerd. Leuk om mee te doen, en leuk om Anna Karenina te lezen, een verhaal dat ik wel globaal kende, maar nooit had gelezen. Hans Boland heeft ook een boek over zijn vertaling gepubliceerd. Het maakte nieuwsgierig naar een ander Russisch meesterwerk, namelijk Oorlog en Vrede van Leo Tolstoj, een boek waar ik in mijn middelbare schooltijd ooit aan was begonnen, maar nooit had uitgelezen. Maar ik heb het nog niet uitgelezen, terwijl ik de besprekingen van deel één en twee wel heb gepubliceerd. Fjodor Dostojevski, Misdaad en straf, was er ook zo’n Russische klassieker die door Hans Boland is vertaald. Ik was uitermate gecharmeerd van zijn vertaling van Anna Karenina, vandaar dat ik deze ook wilde lezen. Ik heb het in twee delen besproken, namelijk hier en hier. Het boek over de vertaling heb ik ook gelezen en die bespreking is hier te vinden.
Verhalen schrijven
Ik kreeg er zin in, in 2018 en 2019, verhalen schrijven. Stiekem was dat natuurlijk altijd de bedoeling geweest van dit blog. Nog stiekemer wil ik natuurlijk een boek schrijven, maar daar is nog even het probleem mee dat ik geen idee heb wat voor boek. Ik hou het even bij verhalen op dit blog. Ik heb de #WOT (Write on Thursday) er regelmatig voor gebruikt. In 2018 kreeg ik de smaak te pakken voor Dineke in mijn kerstverhaal bij Martha. Dineke kwam regelmatig terug, namelijk in mijn Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory, in een #WOT over hitte, en in een #WOT over onderweg. Ze speelde een bijrol in mijn kerstverhaal van 2019.
Mijn favorieten van 2018 en 2019
Martha had een leuk idee: ze wilde in 20 dagen een verhaal gaan schrijven. Zij schreef in het Engels, ik ging in het Nederlands schrijven. Het verhaal wist ik nog niet, wel de hoofdpersoon, Dineke die ook de hoofdpersoon in mijn eerste kerstverhaal was.. Ik begon aan Een verhaal in twintig dagen #twentydaystory op 5 juni 2019. Alles bij elkaar heb ik er 22 dagen aan besteed. Op twee dagen lukte het niet te schrijven. Een andere favoriet hoort hier bij, namelijk de bijlage over het schrijfproces.
Mijn kerstverhalen. Ook dat was een schrijfopdracht van Martha, en de beide verhalen zijn niet alleen op haar blog gepubliceerd, maar ook op mijn site. Die van 2018 met Dineke staat hier, en het verhaal van 2019 met Heleen hier.
Op de site van Hoofdstuk12 werd ik als boekblogger in het zonnetje gezet.
Mijn serie over minibiebs. Een blog van Raymond Snijders over minibiebs in zijn woonplaats Deventer leidde tot de inspiratie en drie blogs over minibiebs in Den Haag en Rijswijk. Ik wil de serie voortzetten in 2020.
Haghespel
Het zat er eigenlijk al een tijdje aan te komen. We zijn in 2019 gestopt met Haghespel. Het kwam er eigenlijk op neer dat we geen energie meer over hadden om erin te pompen. Iedereen was aan het weifelen over het hoe en waarom van recensies. We zaten te twijfelen of mensen het nog wilden lezen. De beslissing viel in mei, we hebben het toneelseizoen afgemaakt en dat was dat. Ruw geteld heb ik sinds december 2000 aan 150 nummers meegewerkt als eindredacteur / hoofdredacteur / recensent. Het was in het najaar even wennen dat ik niets te verzamelen en te schrijven had, maar het is goed geweest.
Instagram
Ik heb al jaren een Instagram account, dat ik wisselend gebruik. Dan weer weken niet, dan weer een paar achter elkaar. Sinds een paar maanden plaats ik elke woensdag een foto, hetgeen me de waarde heeft laten inzien van een voorraad foto’s aanleggen. Het kost af en toe moeite. Hier hoop ik trouwens wel mee door te gaan in 2020.
Toekomstplannen
Verhalen schrijven, minibiebs bekijken, recensies van boeken, Oorlog en Vrede uitlezen, mee blijven doen aan de #WOT die in 2020 door Irene georganiseerd gaat worden. En verder ga ik gewoon zien. Ik wil proberen wat meer te schrijven dan afgelopen jaren, want het was niet veel. Ik geloof toch dat je bezoekers op je site binnenhaalt door regelmatig te publiceren. Voornemen dus. Maak een mooi jaar van 2020.