Mijn eigen top vijf aan blogs

Het is af en toe wel leuk om door mijn eigen webstek heen te gaan en te kijken wat nou populair en leuk is. Je bent cijfernerd of niet tenslotte. Dat kan ook voor verbazing zorgen. Berichten waar ik uitermate tevreden over ben, scoren slecht qua bezoekers en andere berichten zorgen voor een ongekend aantal bezoekers

Mijn top vijf

  • Lampje. Ik ben geen hype lezer, maar Lampje van Annet Schaap heb ik in een opwelling meegenomen uit de boekhandel en in één ruk uitgelezen, want oh, wat is het toch een schattig boek. En er zijn meer mensen die dat vinden, want hij staat helemaal bovenaan in mijn lijst.
  • UDC. Uw bibliotheeknerd heeft een stuk geschreven over het onderwerps- en plaatsingssysteem dat in de bibliotheek van niet alleen Clingendael, maar ook van Fugro wordt gebruikt. Dat stuk heb ik geschreven voor ik overging op WordPress, dus het is op Blogger idioot veel gelezen dankzij een aantal retweets en het wordt nu nog steeds gelezen. En ik vind het gewoon een leuk stuk. Nog steeds.
  • Koninklijke Schouwburg. Ik ben dol op toneel. Ik heb jarenlang gespeeld, en ik mag graag kijken naar een goed stuk. In de zomer van 2013 was de (toen nog) Koninklijke Schouwburg bezig met een verbouwing en tweette daar druk over. Ik stelde een vraag over iets wat een man aan het doen was met de vloerbedekking, kreeg keurig antwoord – luchtkokers – en dacht er verder niet over na. Tot ik een DM kreeg met het aanbod om de nieuwe stoelen live te komen bekijken tijdens de voorstelling Levenslang Theater, van Eric en Beau Schneider. Dat liet ik me geen twee keer vertellen.
  • Slagersmand. Het is een beetje een obsessie. Dat gedicht over die knecht die fijn rond fietst om de bestellingen rond te brengen, omver wordt gereden en zijn bestellingen worden gestolen. En niemand ziet de hand die van de slagersmand de deksel beurt. Het is ook een mooi woord, beurt. En die obsessie blijft. Het stuk is geschreven in 2013, ik heb een update gemaakt in 2019, en het antwoord is er nog steeds niet, want van wie is dit gedicht nou eigenlijk!?
  • Verhalen. Ik geef toe, het is een beetje vals spelen, want ik zeg dat ik aandacht wil vestigen op mijn eigen blogs in een top vijf en zet er vervolgens een link naar een tag in. Maar dat komt omdat ik ontzettend leuke verhalen schrijf [insert smiley]. Serieus, ga ze lezen. Ik amuseer me er kostelijk mee, dat is natuurlijk een ontzettend gekleurde mening omdat ik ze zelf heb geschreven, maar probeer het.

Ik heb er even over getwijfeld of ik een bericht in die top vijf zou zetten dat niet zulke fantastische bezoekcijfers had, maar heb het niet gedaan. Ga gewoon lekker rondkijken. Hierzo, in het archief, kan je doorklikken naar elk stukje dat ik in de loop van zeventien jaar heb geschreven. Ik besef dat de kwaliteit wisselend is, maar ik hoop wel dat je het met even veel plezier leest als ik.

Verdwalen in blogs

Het is zo’n zaterdag. Ik heb eigenlijk niet zo veel zin in wat dan ook. Er ligt een papieren Volkskrant op me te wachten. Ik heb de boodschappen opgeruimd die vanochtend zijn gebracht. Ik heb mijn regenjas en regenbroeken opgeruimd die ik gisteren met waterafstotend spul heb gewassen. Nu maar hopen dat ze echt weer waterafstotend zijn geworden. Vervolgens zat ik vaag te denken dat ik vanochtend een blog moest schrijven omdat ik vanmiddag naar vrienden ga. Dat was dus anderhalf uur geleden. Er moet nog een stukje bloginspiratie groeien

Bloginspiratie

Als ik niet meteen een onderwerp weet, lees ik de blogs in mijn Feedly om inspiratie op te doen. Lukt het daar niet dan ga ik naar Pocket, daar heb ik onder de tag inspiratie verschillende blogs opgeslagen. Daar ben ik vervolgens verdwaald. Blogs over bloggen, over iedere dag bloggen, kijk bijvoorbeeld naar deze van Elja, over blogstress. Nou vind ik sowieso dat zij goed kan schrijven, en ja, ik zie de tikfouten in haar blogs. Whatever, het zijn haar blogs. Maar die blogstress, ja, daar zit ik ook wel een beetje mee, maar dan meer in de zin van onderwerpen. Want elke dag bloggen is nog steeds leuk, zeker nu ik al ruim twee maanden bezig ben, maar het is af en toe wel lastig een onderwerp te kiezen. Een voorraad heb ik niet. Wel een aantal concepten waar ik misschien een keer wat mee moet doen. Maar dan kijk ik er naar en denk ik, welke dan? De bovenste ben ik nu mee bezig, Nummer 500 komt pas over een paar blogs aan de beurt. Toneel in 2020: ik ga nergens heen! Oorlog en vrede deel 3 betekent dat ik deel 3 eerst moet gaan lezen, hij ligt er al vanaf vorig jaar. Oh, en #MKA2019 (Maand van de klassieker) is niet doorgegaan. Die routebeschrijving kan ik nog wat mee doen en that’s it.

blogconcepten

Andere inspiratie

Heb ik een blogdip? Ja, zou kunnen, daar is ook bloginspiratie voor. En dit is een oudje van Laura, maar het gaat nog steeds op. Zij zoekt haar inspiratie op Bloglovin, waar je mij niet zult vinden, maar ik moest er wel om lachen. Nog eentje die kan verdwalen in blogs. Maar blijkbaar is ze gestopt met bloggen, want er is geen aanvulling sinds 2016. Jammer.
Blogschoonmaak! Ja, ook een goed idee. Hier heb je Reviews & Roses, die bezig is met schoonmaak van haar blog. Nee, ik heb geen tonnen aan concepten. Ik ben zelf ook bezig geweest met schoonmaak van mijn blog, waarbij ik wel zie dat het vier jaar geleden is geweest. Misschien moet ik weer eens grondig kijken.

Even lachen?

Ja, mag ook. Ik ben niet de enige die vele keren na #blogpraat meteen aan het bloggen sloeg. Martha deed dat ook, met dit humoristische blog over taalfouten. Ik krijg meteen de neiging dit stukje grondig na te kijken. Want eerlijk is eerlijk, ik ben best wel een taalnerd, maar slaag er nog regelmatig in iets te publiceren en pas een week later te zien dat er een knoeperd van een fout instaat.
Zo gaat het vaak bij mij. Ik zit te kniezen over gebrek aan inspiratie, begin te tikken met een vaag idee en een uur later heb ik een blog. Op naar de 500, na deze nog 4.

Snateren: #WOT deel 23, 2020

Het scheelde maar weinig of ik had deze week een boek dwars door de kamer geslingerd. Na het eerste boek van Andy McDermott wilde ik dolgraag het eerste deel lezen, The Hunt for Atlantis, maar de Engelse editie was uitgeleend en verder alleen maar in Nederlandse vertaling aanwezig, De jacht op Atlantis. Dat mag geen probleem heten in een fatsoenlijke vertaling, tot ik het volgende tegenkwam:

‘Kloothommel!’ snauwde ze en ze mepte met haar vuist tegen de wand van het wc-hokje.
‘Doctor Wilde?’ zei een bekende stem vanuit het hokje ernaast. Professor Rothschild.
Fuck! ‘Eh… nee, Engels niet spreken!’ snaterde Nina.

Snaterde. Ze snaterde. Een eend snatert, een gans snatert, een peuter snatert, maar een vrouw die net een groot projectvoorstel afgewezen heeft gezien, snatert niet.

eenden snateren

Het #WOT woord van deze week is:

Snateren = 1) eendengeluid, 2) gakken, 3) geluid van een gans, 4) kakelen, 5) klabetteren, 6) geluid van een kalkoen, 7) klappen, 8) kletsen.

Dan komt daarbij dat ik een halve bladzijde verder een man tegenkom die volgens de beschrijving niet langer dan één meter zestig is en dan denk ik, klopt dat wel? Amerikaans boek, rekent in voeten, een man is in de regel toch een stukje langer dan 1.60. En zo zijn er wel meer dingen in dit boek, dat op deze manier niet fijn weg leest. Ik ben nog aan het twijfelen of ik doorlees, of wacht tot de Engelse editie weer beschikbaar is. Dat snateren zit me hoog. Nee meneer de vertaler, dat doet een vrouw niet.

Schrijf je mee?

Wat vind jij ervan? Praat je of snater je? Of heb je heel andere associaties met dit woord. Schrijf mee en laat een reactie achter bij dit bericht.

Update 1 juli 2020

De oorspronkelijke Engelstalige editie zegt: Nina gabbled. Mijn dikke Van Dale zegt bij gabble, kakelen, snateren, kwebbelen, kletsen. Dat lezend denk ik dat Andy McDermott een ander woord had moeten kiezen.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Het gras is groen

Dineke geeuwde.
‘Nee Dineke, je hebt niet de aandacht erbij. Zorg ervoor dat je aandacht op je innerlijk gericht is. Nu denk je aan andere dingen, daarom geeuw je.’ De stem van de mindfulness instructrice was wat nasaal, en Dineke kon er niet tegen. Ze kon ook niet tegen deze mindful sessies, maar helaas waren ze verplicht. Haar baas had bedacht dat in deze coronatijd ze wel wat extra aandacht voor het innerlijk verdienden. Het enige wat ze op het ogenblik deed was nadenken of mindful nou met één of twee l-len was. Dat moest ze later maar opzoeken. Nu dacht ze aan het gras dat kriebelde, want ze was natuurlijk vergeten haar yogamat of een badhanddoek mee te nemen zoals de instructrice had gevraagd. Ze keek voorzichtig door een kiertje van haar ogen naar de anderen. Die zaten allemaal keurig op anderhalve meter afstand in meditatiehouding. Haar rug deed pijn, als ze ergens niet tegen kon, was het wel een tijd rechtop zitten. Ze zakte in. Er stond een schaduw naast haar. De instructrice.
‘Dineke, het moet geen martelpartij worden hoor. Als je last van je rug hebt, ga dan liggen. Het gaat echt om je mindfulness. Dus als je het niet erg vindt om in het gras te liggen, doe dat vooral.’

gras

In het gras

Met een zucht zakte Dineke onderuit. Dat was beter. Ze rekte zich even helemaal uit. ‘Handen naast je lichaam, Dineke’, hoorde ze de instructrice zeggen. Zij liep door naar een collega. Dineke deed haar ogen dicht. Ze voelde het gras kriebelen. Het rook fijn, vers gemaaid gras. Het zag even groen voor haar ogen. Ze was moe, het was de afgelopen weken best wel druk geweest en ze had veel werk verzet. Daar kwam bij dat ze heel erg moest wennen aan het thuis werken, en aan het gezelschap. Joris zat voor de quarantaine al vaak bij haar en ze hadden meteen besloten samen te gaan wonen, anders zouden ze elkaar nooit zien. Ze hoorde de instructrice aanwijzingen geven, ergens luisterde ze nog wel. Ze geeuwde weer. Boven haar hoofd vloog een hommel, ze bewoog vaag. Verder wist ze het niet meer. Ze werd pas wakker toen iemand naast haar ging liggen.
‘Wij vormen een huishouden’, hoorde ze Joris zeggen. Ze zag iets blauws naast zich.
‘Het gras is blauw. En hoog!’ Ze klonk verbaasd. Ze was ook verbaasd. Gras? Blauw?
‘Nee, gekkie, het gras is groen, jij bent een beetje blauw, was je zo moe, dat je bij zo’n interessante les mindfulness in slaap bent gevallen?’ Hij glimlachte naar haar.
Ze had haar ogen nu helemaal open en zag het nu, dat blauwe was zijn shirt en er zaten strepen op, daarom dacht ze dat het gras was. Ze ging overeind zitten.
‘Gaat het Dineke?’ De instructrice stond voor haar.
‘Ja hoor, sorry, ik ben echt in slaap gevallen’, ze lachte en beet op haar lip.
‘Geeft niet hoor, dat is ook ontspannen. Ik hoop dat je er wat aan hebt.’ De instructrice liep weg. Joris zat grinnikend naast haar.
‘Was jij nieuwsgierig? vroeg ze.
‘Ja, inderdaad. Op mijn werk schijnen ze te denken dat we er gewoon doorheen rollen, dus ik wilde eigenlijk wel weten wat je deed. Het zag er… interessant uit.’ Hij lachte nu ronduit.
Ze probeerde op te staan, maar was een beetje duizelig. Joris sprong op en trok haar overeind aan haar handen. Ze duizelde nu helemaal en hij sloeg zijn arm om haar heen en trok haar naar een bankje.
‘Zo, zitten, ik heb water bij me en die kleine eierkoeken die je zo lekker vindt. Picknick!’
Toen ze eenmaal wat had gedronken ging het weer beter.
‘Het is raar, weet je’, zei ze tegen Joris, ‘ik lag daar en alles was groen. Ik deed mijn ogen dicht, groen. En toen dacht ik dat ik mijn ogen open deed en… groen. Nog steeds. Het was alsmaar groen. Tijdens die hele mindfulness. Het gras kriebelde, ik wilde dat woord opzoeken om te kijken hoeveel l-len erin zitten, het was allemaal gewoon groen en het gras groeide ook alsmaar door en werd steeds hoger.’
Joris keek haar peinzend aan en nam een grote hap van zijn eierkoek.
‘En toen zag ik jou en dacht ik echt dat het gras blauw was geworden.’
Hij nam nog een hap. ‘Mindfulness is niets voor jou, hé?’
Ze keek hem een beetje suf aan. ‘Nee, ik geloof het niet, yoga vind ik lekker, maar dit? En dan ook mediteren. Ik kreeg last van mijn rug, daar kon ik alleen maar aan denken. En dat gras dat alsmaar groeide, ik kreeg echt de indruk dat ik helemaal in het gras verdwenen was.’
‘Open’, zei hij. Ze opende gehoorzaam haar mond en hij duwde de eierkoek erin.
‘Zo, niet groen, en vanavond krijg je geen groene groente, want je hebt teveel groen gehad vandaag.’
Ze giechelde en hij kuste haar op haar voorhoofd en maakte van de gelegenheid gebruik een hap uit haar eierkoek te nemen. Ze duwde hem weg, ‘Nee, blijf er af, die is van mij, neem er zelf maar één!’
Hij hield het lege zakje omhoog. Ze keken er allebei naar en begonnen te lachen.
‘Op het boodschappenlijstje!’
Hij grijnsde, ‘deze? Of wil je groene?’
Ze stond op en liep naar haar fiets, die van Joris stond er naast. Ze keek om.
‘Groene. Gekkie. Gras is groen, eierkoeken niet.’

Wil je nog meer verhalen lezen? Al mijn verhalen hebben de tag Eigen verhalen gekregen.

Twee maanden bloggen

Het is 2 juni en het is de eerste keer dat ik echt denk, okee, ga ik het vandaag halen? Inspiratieloos, en dan is het al 6 uur en heb ik nog 6 uur deze dag, maar toch. Het komt ook een beetje omdat ik niet echt onderwerpen heb verzameld, geen blogplanning hé. Wel voor de donderdagse #WOT, want daar krijg ik van andere mensen tips voor, maar niet voor het dagelijks bloggen. Soms komt het vanzelf, zoals gisteren, want toen heb ik mijn Pinkster/wellnessdag beschreven. Dat vloeit dan op het scherm, maar daar begin ik ’s ochtends al mee.

Soms komt het niet vanzelf

Zoals vandaag. Dan zit ik inspiratie te zoeken in oude stukken die ik in Pocket heb opgeslagen en kom ik natuurlijk blogs tegen van Elja, aangezien zij superveel over bloggen heeft geschreven. En het hoeft nergens over te gaan, dat weet ik ook wel. Het wonderlijke is ook, dat als ik eenmaal begin te tikken, ik zo een behoorlijk aantal woorden heb, de stand is nu 165. Die twee maanden elke dag bloggen heeft nu 62 blogs opgeleverd, en dat is meer dan er dagen zijn in april en mei, maar hier en daar heb ik dubbel gepubliceerd.

gras
Afbeelding van Salyasin via Pixabay

Blogplanning

Kom ik toch weer terug bij die beruchte blogplanning, waarvan ik alsmaar zeg dat het niets is voor mij, en het dus ook nauwelijks doe. Ik heb er wel over geschreven, hier en hier. Maar een notitieboek met ideeën heb ik al jaren. En het lijkt me handig als ik er af en toe ook iets inschrijf. Ik heb het dus weer naast me liggen, en dan mogen er af en toe ideeën in komen. Ik heb vrij deze week en ga er dus voor. Die #WOT wil ik morgen schrijven, want daar heb ik een paar mooie woorden voor. Als je erop instelt, kom je overal mooie woorden tegen. En ik heb me geabonneerd op de nieuwsbrief Taalpost van Onze Taal, en dan krijg je af en toe zulke mooie woorden. En verder blijf ik in de flow, zie ook weer dit blog. Kom, zelfs over groeiend gras zou een taalgevoelig mens een boeiend blog kunnen schrijven, en dat brengt me dan meteen weer op een idee voor een plaatje.

Terug naar de bibliotheek

We mogen weer. Na acht weken gesloten te zijn, mogen de bibliotheken weer open. Voor beperkte dienstverlening weliswaar, maar ze zijn weer open.

Voorraad

Al die tijd had ik tien boeken liggen en gelukkig had de bibliotheek Den Haag besloten tijdelijk de boete stop te zetten, want ze waren binnen gelopen. Nou heb ik weinig gelezen de laatste tijd. Iets te veel corona aan mijn hoofd. Niet alle boeken waren dus gelezen, maar ik heb wel nieuwe voorraad, zeer bewust gekozen.

Andy McDermott

Ik was op zoek naar Madeline Miller bij de Engelstalige boeken, maar vond haar niet. Dat gaat ook voorlopig niet lukken, want hij staat op ‘gereserveerd’. Maar bij de M kwam ik wel een hele reeks Andy McDermott tegen. Een schrijver die ik vaag kende, de achterkanten spraken me wel aan. Avontuur! Geschiedenis! Spannende dingen! Ik ben met The Secret of Excalibur naar huis gegaan. Niet het eerste deel van de serie over Nina Wilde en Eddie Chase, want die stond er niet. The Hunt for Atlantis is uitgeleend, maar ik denk wel dat ik daar achteraan ga. Ik ben op pagina 111 en ik vind het nu al leuk.

Verhalenbundel

Lang geleden had ik op een kaartje titels geschreven van verhalenbundels, want die wilde ik toch meer gaan lezen. Van die vijf titels vond ik er één: De pier stort in en andere verhalen, van Mark Haddon. Ik heb hem meegenomen omdat de eerste bladzijde me al aansprak. Ik ben benieuwd. Tips voor andere verhalenbundels zijn ook welkom.

Stephenie Meyer

Ik heb het Twilight kwartet gelezen, ik heb The Host gelezen, en deze kende ik niet: The Chemist. Meegenomen uit pure nieuwsgierigheid. Ik heb Twilight met veel plezier gelezen, maar dat was niet allemaal even goed. Dus ik ben benieuwd

Stephen King – On Writing

Oh schande, deze staat namelijk al tijden in mijn ‘Currently Reading’ lijst op Goodreads. Dat komt omdat ik hem toen uit de bibliotheek had gehaald, om de één of andere reden hem weer heb terug gebracht voor ik hem uit had en hem nooit heb teruggehaald. Terwijl het me wel fascineerde. Dus ditmaal wil ik hem uitlezen, een tijd terug had ik al een bespreking gelezen van Nanneke van Drunen, en daardoor werd ik weer nieuwsgierig. Deze vakantie wil ik één van de lessen van Stephen King doorvoeren: stop met tv kijken, lees zoveel mogelijk. Ik ben toch door Star Trek Voyager heen. En jij? Ook weer naar de bibliotheek geweest?

Minibiebs in Den Haag deel 4: Appelstraat

Het wordt weer tijd voor een minibieb beschrijving. Deze week moest ik toevallig bij mijn huisarts wezen, aan haar praktijk zit een minibieb vast en ditmaal heb ik eraan gedacht foto’s te maken. Het ding is wit. Niemand heeft eraan gedacht hier iets vrolijks van te maken, hij is gewoon doelmatig wit.

Appelstraat

De minibieb hangt aan de gevel van Appel21. de huisartsenpraktijk die hier gevestigd is. Hier kom ik tegen wat ik nergens tegen kom: Duitse boeken. Andreas Franz, Kaltes Blut staat hier broederlijk naast Stephenie Meyer wiens Twilight hier eenzaam staat, zonder de drie andere delen. Terry Goodkind is populair in deze minibieb, ik zie drie boeken van hem. Kinderboeken zijn ook vertegenwoordigd. Nu pas op de foto zie ik een boek van De Olijke Tweeling van Arja Peters. Ach, dat had ik wel mee willen nemen. Avonturenboeken, Tom Clancy, Frederik Forsyth, schrijvers die ik ken en heel spannend kunnen schrijven. Het is best wel een mooi gevulde bieb. Twee rijen op de bovenste plank en niet alleen boeken, ook dvd’s. Ik zie Sister Act staan, die heb ik zelf al, dus hij blijft mooi staan. Ik laat alles staan, alleen als ik ruil bij me heb, mag ik iets meenemen van mezelf. Het is niet of ik leesvoer te weinig heb.

2020-05-28 11.03.50

Tips voor leuke minibiebs in Den Haag zijn welkom. Ik heb meerdere foto’s gemaakt die in mijn Flickr photostream staan. Ik heb ze gemaakt op donderdag 28 mei 2020. Deel 1 van de serie kan je hier vinden. Deel 2 kan je hier vinden. Het derde deel kan je hier vinden.

Stoethaspel: #WOT deel 22, 2020

Je komt af en toe mooie woorden tegen, en stoethaspel vind ik er één van. Een zoektocht op Twitter leverde op dat heel veel politici stoethaspels worden genoemd. En niet in de meest gunstige betekenis van het woord. Maar het is eigenlijk een heel oud woord dat al in 1786 werd gebruikt en dan het meest voor onhandige mensen.

Het #WOT woord van deze week is:

Stoethaspel = 1) onhandig persoon, 2) onbeholpen persoon, 3) stoetel, 4) kluns, 5) lummel

Het was me een waar genoegen dit prachtige woord te onderzoeken, aangezien ik fijn verdwaald raakte op één van de leukste websites van Nederland, namelijk Delpher. Hier kan je niet alleen in kranten zoeken, maar ook in boeken, waarvoor je vervolgens vaak naar de digitale bibliotheek der Nederlandse letteren wordt verwezen. En die site is ook fijn. Want het blijkt wel dat hoewel het woord nog steeds wordt gebruikt, het vooral in de jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw populair was. Zie bijvoorbeeld Cissy van Marxveldt in De toekomst van Marijke. Dit meesterwerkje verscheen voor het eerst in 1938.

Zo zaten ze beide aan de kant van de haard. Het armzalige zonnetje was verdreven, de natuur was stil en triest… Maar Han’s ogen waren opgeleefd, en hij doceerde:
‘Kijk Marijke, nu heb je je weer vergist. Je hadt de boer niet direct moeten spelen. Die mag je toch verzwijgen.’
‘Waar ook. Ja, ik ben een stoethaspel,’ zei Marijke.
Han legde even, als verlegen, zijn hand op haar mouw. ‘Vin je ’t prettig?’
‘O, ènig!’ jokte Marijke.

Dan Cor Lindeman die in Kwikstaartje (1936) het woord gebruikt en het lijkt te zijn uitgevonden voor een dienstmeisje.

Dan de topper, de schrijfster Alie Smeding, later Alie van Wijhe-Smeding, zij gebruikt het woord veelvuldig. In 1920 gebruikt ze het voor het eerst in Mensen uit ‘n stil stadje. Het taalgebruik wordt verklaard door het feit dat deze schrijfster haar ervaringen uit Enkhuizen en de gereformeerde samenleving gebruikte in haar boeken. Tijdens het Interbellum was ze een bekende en populaire schrijfster, tegenwoordig vinden we haar werk wat verouderd.

Kee wroette dan in d’r zware losgeslierte haar, de weggeglipte en weer bijeen vergaarde spelden stijf tusschen d’r gespannen lippen en zoo onderhand ze ‘r dikke vlechten hoog optuitte en ‘r gewikst speld na speld inpriemde, weerlei ze kribbig en met d’r altijd winnende gevatheid. ‘Kan ie dan altemet z’n hoofd niet buite de ark gestoke hebbe om ’n luchie te scheppe, stoethaspel, ’t zel d’r ook maar geen stinkboel geweest hebbe met al dat gedierte…’ D’r praten, hoewel ’t d’r in ’t minst niet belette die zin uit te kwekken, verbrobbelde toch doordat Sien d’r ongeduldig tusschendoor raffelen kwam. ‘Deuze dan? Is ’t deuz’? Aj-jij ’t beter weten heremiet, zèg ’t dan, is ’t déúz’…?’
Kee dan toch eventjes, los uit d’r neteligheid, had echies ’n lachie, tòch bleef in ’t loeren van d’r bedachtzame blikken ’n achterhoudendheid. ‘’t Kan ’n kind ommers zien, dat is Jones in de wallevisch. Waar Jones dan zit…? Nogal wiedus, stoethaspel, ìn de wallevisch z’n buik n’tuurluk, dat hoogtetje is z’n staart, ’t heb ommers niks van ’n offer en Abram mot ‘r toch bij staan met-ë Ezau of zooies’. Kee richtte zich dan wat meer op en d’r blikken meden ’t kijken naar de tegel in ’t onderste rijtje bij de vloer. 

Schrijf je mee?

En jij? Ik vind mezelf geen stoethaspel, maar misschien vind jij dat wel. Of hecht je een heel andere betekenis aan dit woord? Schrijf je mee? Laat een reactie achter bij dit bericht.

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Gewoontes kweken

Ik zat er vanmiddag aan te denken. Hoe lang blog ik nu dagelijks? Dat is dus vanaf 1 april 56 dagen. En toen zat ik te denken, is het dan nu zo’n gewoonte dat ie niet meer weg te denken is? Ingebakken en wel? Hoe lang duurt het om gewoontes te kweken? Het internet biedt uitkomst en vertelt me eerst heel optimistisch dat het 21 dagen duurt.

Haken en ogen

Daar zitten wat haken en ogen aan, want de arts die dat als eerste zei, had er ook nog wat andere woorden bij en zei dat het minimaal ongeveer 21 dagen duurt voordat een gewoonte erin gebakken lijkt te zijn. Dat laten alle zelfhulpgoeroe’s eruit. Het hele onderzoek van deze arts is een eigen leven gaan leiden. En het ligt er ook wel aan wat je wil aanleren. Ik kan me zomaar voorstellen dat het voornemen elke dag een liter water te drinken iets minder moeite kost dan het voornemen te stoppen met drugs. Ik noem maar wat. Veranderen van eet- of beweeggewoontes kost 95% van de mensen tussen de 18 en 254 dagen.

Elke dag bloggen

Ik heb het meer gedaan, op mijn andere blog, hier vind je de eerste van die serie en ik zie in het archief dat het al na 11 dagen mis liep. Dat het de maand erop bijna elke dag was en de maand daarop zo eens in de drie dagen. Waarom loopt het dan nu wel? En dat wisselend tussen twee blogs. Eén belangrijke oorzaak is dat ik thuiswerk en dat is dus meer tijd heb voor mijn eigen dingen. En nog belangrijker, geen sportafspraak, theaterafspraak, eetafspraak, shopafspraak of wat voor afspraak dan ook. De enige afspraak die ik heb is met mijn WordPress dashboard. De tweede reden dat het goed loopt? Dat ik kan wisselen tussen twee blogs. Want op dit blog houd ik het redelijk zakelijk, met een uitspatting over Koningsdag, een blog dat met stip op 1 van mijn leuke dingenlijst staat. En het andere blog is voor de uitspattingen, voor het minder serieuze gebeuren, gebrek aan energie, motivatie, positieve dingen, de was, dat soort dingen. Want van dat soort stukjes krijg ik wel energie. Dat vind ik ontzettend leuk. Schrijven vind ik ontzettend leuk. En waar het ook om gaat, het is mijn website, mijn blogs waar ik mee doe wat ik wil, waar ik op schrijf wat ik wil. En dat heb ik wel geleerd van elke dag bloggen, de afgelopen 56 dagen, gewoon schrijven, gewoon doorgaan.

Nogmaals thuiswerken

Ik ben vandaag naar kantoor geweest. Hetgeen een vreemde manier is om een stukje over thuiswerken te beginnen, maar hier is het dan toch maar. En het was heerlijk.

Materiaal

Het kwam eigenlijk doordat ik in het kantoor in Nootdorp een prachtige bibliotheek in papier heb staan. En ik kan het redden collega’s digitaal van literatuur te voorzien, maar af en toe kom ik toch uit op die papieren boeken, tijdschriften en conference proceedings die daar staan. Nee mensen, niet alles staat op internet. Je kan ook zeggen dat ik niet altijd bereid ben geld uit te geven voor iets dat ik in papier heb staan. Vorige week had ik al twee mails staan die nog afgehandeld moesten worden en ik besloot een dagje kantoor te doen. Mijn eigen derde verdieping is afgesloten, in zoverre dat de collega’s wordt gevraagd naar verdiepingen te gaan die wat meer bevolkt zijn. Ik vond dus een plekje op de tweede verdieping en ben vervolgens zes keer heen en weer geweest naar de derde.

to do list

Doorwerken

Ken je dat? Je zit lekker te werken en er staat geen tweede computer met Facebook, Twitter en andere afleidende dingen. Nou, ik wist het weer vandaag. Alle mails weggewerkt – wie heeft dat nummer van dat tijdschrift uit 1964 gejat! Volop genoten van die twee schermen voor mijn neus. De papieren post uitgezocht, jawel mensen, dat heb ik nog. Mail gearchiveerd – enig idee hoeveel makkelijker dat gaat als je een groot scherm hebt? Gekletst met collega’s – oh, wat heb ik dat gemist! Het was best wel jammer toen ik rond 4 uur erachter kwam dat mijn laptop niet zoveel energie meer had en ik moest afsluiten, want die voeding lag dus nog thuis. Ik ben dus eigenlijk wel van plan dit meer te doen.

Thuiswerk thuis

Terwijl je aan het werk bent op kantoor kan je best nadenken over wat je voor jezelf wilt doen. En ik kwam tot de conclusie dat ik wil nadenken over een voorraad blogs. Meer concepten dus.Voor de #WOT heb ik een voorraadje woorden, maar ik wil de blogs ook schrijven en inplannen. Heel efficiënt. En ik wil nog meer voorraad. Dat thuiswerken duurt nu al zeventig dagen. Kort gezegd, ik wil dus eigenlijk gewoon vrij nemen, volgende week is heel mooi daarvoor omdat de tweede Pinksterdag erin valt. Er zijn al drie korte vakanties van me weggevallen. Tijd voor… iets. Daar ga ik nog even over nadenken en mijn manager over mailen.

Tel uw zegeningen

We hadden het erover, vriendin en ik, op zondag, dat we hier kunnen zeggen dat we het slecht hebben, maar in vergelijking met andere landen – zie bananenrepubliek Amerika – hebben we het goed. Dus Tel uw zegeningen, tel ze één voor één. een lijfspreuk van mijn moeder, eentje die op haar rouwkaart kwam. Want lieve mensen, deze coronacrisis is moeilijk voor ons allemaal, maar het kan altijd slechter. Stay safe, stay healthy. En gebruik je hersens